Onderzoek 3 IRA-zaken gesloten

LONDEN, 22 APRIL. Het Britse opsporingsapparaat heeft, twintig jaar na dato, een streep gezet onder zijn pogingen de daders van IRA-bomaanslagen in Birmingham (21 doden) en Guildford (zeven doden) en Woolwich (een dode) nog voor het gerecht te brengen.

Het gerechtshof in Belfast oordeelde gisteren dat Paul Hill - één van de onterecht gevangen gezette 'Guildford Four' en in 1989 vrijgelaten - evenmin schuldig was aan de moord op de Britse soldaat Brian Shaw, die in 1974 in Belfast werd neergeschoten. Hill ziet nu de weg vrij om de Amerikaanse nationaliteit aan te nemen en van de Britse overheid 500.000 pond schadevergoeding te eisen.

De politie in Birmingham heeft - toevallig eveneens gisteren - bekend gemaakt dat ze, ondanks intensief heronderzoek na de vrijlating van de 'Birmingham Six' in 1991, onvoldoende aanwijzingen heeft gevonden voor de identiteit van de feitelijke daders van de bomaanslagen in 1974 op twee café's in Birmingham.

Die conclusie is schrijnender dan het ontslag van rechtsvervolging van Paul Hill, omdat de politie de werkelijke namen van de daders kent. Het Lagerhuislid Chris Mullin, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het voorbereiden van de vrijlating van de Birmingham Six uit de gevangenis, zegt dat hij de namen van de daders al lang geleden aan de politie heeft genoemd, nadat deze vier IRA-leden tegenover hem hun verantwoordelijkheid hadden toegegeven. De politie houdt echter vol dat zij onvoldoende bewijs heeft om deze personen veroordeeld te krijgen en Mullin zegt dat hij tegen die stelling na twintig jaar geen bezwaar meer kan maken.

De zogenaamde Birmingham Six werden in 1991 na zestien jaar gevangenisstraf vrijgelaten, omdat een rechtbank in beroep oordeelde dat het bewijs tegen hen niet deugde. De zes pleitten gisteren voor een openbaar onderzoek naar de toedracht van de bomaanslagen. Ze zeggen dat de politie in Birmingham na hun vrijlating voortdurend is blijven insinueren dat ze alleen op een technisch punt zijn vrijgelaten en dat ze wel de daders zijn.

Paul Hill en drie kameraden brachten vijftien jaar in de gevangenis door voor aanslagen op café's in Guildford en Woolwich. Hill zat bovendien gevangen voor zijn betrokkenheid bij de moord op een Britse soldaat in Belfast. Na zijn vrijlating, ging Hill alsnog in beroep van die laatste veroordeling met het verweer dat hij alleen een bekentenis getekend had, omdat de politie in Guildford hem onder verhoor had gebroken.

De rechtszaak kreeg veel aandacht vanwege de betrokkenheid van de Iers-Amerikaanse familie Kennedy bij het lot van Hill. Hill is getrouwd met Courtney Kennedy, de dochter van de vermoorde Amerikaanse minister van justitie, Bobby Kennedy. Hill's schoonmoeder Ethel en zijn zwager, senator Joe Kennedy, behoorden tot een zware delegatie Kennedy-vertegenwoordigers die bij het begin van het proces demonstratief op de publieke tribune plaats namen. Hill's positie werd nog versterkt door de circulatie van de film In the name of the father, die gebaseerd is op de zaak van de Guildford Four.

De rechter in Hill's zaak motiveerde de vernietiging van diens eerdere vonnis gisteren met de mededeling dat er een “redelijke mogelijkheid” bestaat dat de politie Hill destijds heeft geïntimideerd. Maar hij zei ook dat Hills geloofwaardigheid is ondermijnd, omdat hij over sommige gebeurtenissen bij het politieverhoor van destijds heeft gelogen.

Schoonmoeder Ethel Kennedy zei dat de familie nu feest gaat vieren en Paul Hill sprak de wens uit dat hij nu onbezwaard kan voortgaan met de rest van zijn leven.

    • Hieke Jippes