Nijmeegse studenten vinden godsdienst geen 'ouderwets verschijnsel'

NIJMEGEN, 22 APRIL. Van een 'come back' van de religie onder jongeren is nog geen sprake, maar volgens de Nijmeegse theoloog prof.dr. J.A. van der Ven staan jongeren wel beduidend minder afwijzend tegenover godsdienstige ideeën dan enkele decennia geleden.

De Nijmeegse theoloog baseert die indruk op een onderzoek onder 658 studenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen, in de jaren zestig nog een bolwerk van 'krities' marxistische gedachtengoed. Tweederde van de ondervraagde studenten ziet zichzelf nu als 'links-georiënteerd' maar tegelijkertijd noemt 77 procent godsdienst 'geen ouderwets verschijnsel'.

Van de studenten zei 22 procent 'absoluut' in het bestaan van God te geloven, terwijl 33 procent te kennen gaf tot geloof in God 'geneigd te zijn' maar daar wel vragen bij heeft. Twijfel omtrent het bestaan van God leeft bij tien procent, terwijl 32 procent helemaal niet in God gelooft. Tien procent bidt dagelijks tot Hem, 13 procent regelmatig, 18 procent soms, 17 procent zelden en 41 procent nooit. De uitspraak dat godsdienst hen niet interesseert, wordt door 76 procent van de Nijmeegse studenten afgewezen, 61 procent meent dat godsdienst de maatschappij nog veel te bieden heeft. De gegevens zijn opgenomen in het deze week gepubliceerde rapport 'Religie in fragmenten' van Van der Ven en zijn mede-auteur B. Biemans.

Van der Ven, die aan de universiteit pastoraal-theologie doceert (een vak op het grensgebied van theologie en sociale wetenschappen) noemt de uitkomsten van zijn onderzoek “verrassend”. Vooral omdat hij meent - in tegenstelling tot de opvattingen van veel theologen en godsdienstpsychologen - dat mensen niet “van nature” religieus zijn. Ook is hij de mening toegedaan dat het Nijmeegse rapport, bijvoorbeeld waar het gaat om de vraag naar geloof in God, veel nauwkeuriger is dan de studie 'Secularisatie in Nederland' (1966-1991) van het Sociaal en Cultureel Planbureau die begin dit jaar veel aandacht kreeg. Daarin staat een neergaande lijn van kerkgang en geloof in God beschreven in het na-oorlogse Nederland.

Uit het onderzoek onder studenten van de Katholieke Universiteit blijkt volgens Van der Ven dat de vraag of mensen religieus zijn niet door geografische en demografische factoren wordt bepaald. Ook behoort religiositeit zoals bij honger, dorst en seks wel het geval is, niet tot de instinctachtige driften. Gelovig zijn is “een van volstrekt individuele keuze”, aldus de theoloog.

De waardering voor godsdienst onder de Nijmeegse studenten gaat echter niet gepaard met een evenredig grotere belangstelling voor de kerk. Integendeel. Volgens Van der Ven is de beeldvorming over de kerk “nog altijd hartstikke negatief”. Van de Nijmeegse studentenkerk - de opdrachtgever tot het onderzoek van Van der Ven en Biemans - hadden zeer veel studenten desgevraagd nog nooit gehoord.

Van der Ven: “Wat de katholieke kerk betreft, ligt dat vooral aan het feit dat de begrippen vrijheid, gelijkheid en autonomie daar niet zijn ingeburgerd en aan de omstandigheid dat de kerk maar geen eind maakt aan haar al twee eeuwen durende strijd tegen het moderne denken.” Volgens het rapport zijn studenten geen bewuste kerkverlaters, maar blijven ze eenvoudig weg. Jongeren verdiepen zich wel in levensbeschouwelijke vragen maar vinden beslist niet alleen christelijke antwoorden.

Vooral katholieken hebben volgens de Nijmeegse pastoraaltheoloog veel afstand genomen van de traditionele geloofsvoorstellingen en hebben die vervangen door meer abstracte beelden. “De godsbeelden en godsvoorstellingen zijn gerationaliseerd”, aldus Van der Ven. “Het zijn geen vaste zekerheden meer maar uitwisselbare denkmodellen. In dat opzicht, in de modernisering van de religie, loopt Nederland in de wereld voorop. En daar hoeven we ons echt niet voor te schamen.”

    • Frits Groeneveld