Nedlloyd verdient vooral met bezuinigen

ROTTERDAM, 22 APRIL. De financiële wereld overstelpt Nedlloyd dezer dagen met lovende analyses. Winstverwachtingen in aandelenrapporten worden naar boven bijgesteld; het aandeel Nedlloyd staat als 'attractief' te boek. Voor het transportconcern uit Rotterdam bestaat weer hoop na alle onrust en verliezen die het de afgelopen jaren te verwerken kreeg. Maar in eigen huis tempert bestuursvoorzitter L. Berndsen het optimisme. Ondanks een sterk winstherstel in de tweede helft van het vorig jaar weigerde hij gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers een concrete winstprognose voor dit jaar af te geven.

Berndsens terughoudendheid is begrijpelijk en realistisch. Een verdubbeling van het verlies naar 112 miljoen gulden geeft ook weinig aanleiding voor veel euforie. Er moet nog veel gebeuren, weet de topman, al is hij er in een jaar samen met zijn financiële man - oud Daf-bestuurder en Daf Finance commissaris H. Meijer - wel in geslaagd financieel de zaken bij Nedlloyd op orde te krijgen. Zo ligt Nedlloyd keurig op koers met het kostenbeparinsprogramma. Vorig jaar leverde dat 116 miljoen gulden op. Eind 1995 moet dat zijn opgelopen tot 250 miljoen gulden. Ook liep de rentedragende financiering volgens schema terug met bijna 300 miljoen gulden. De komende twee jaar moet daar nog eens 200 miljoen gulden bijkomen, maar dat lijkt geen enkel probleem. En tot slot besloten Berndsen en Meijer eerder dit jaar tot de uitgifte van een achtergestelde converteerbare obligatielening. Dat werd een succes: Nedlloyd haalde 400 miljoen gulden op.

De 'turnaround'-operatie verloopt dus, zo toonde Berndsen gisteren nog eens aan, volgens plan. Nu is het zaak dat Nedlloyd ook nog geld verdient aan de bedrijfsactiviteiten. En juist daar liggen de zorgen van de Nedlloyd-bestuurders. Hun hoop is gevestigd op de divisie zeescheepvaart. In de tweede helft van vorig jaar sloeg het resultaat in die sector flink om. Nedlloyd hield in de laatste zes maanden van vorig jaar 101 miljoen gulden over aan de scheepvaart. Over het hele jaar verdiende de divisie 39 miljoen gulden. Een stijgend vervoersvolume en hogere tarieven zorgden voor de omslag. Maar de zeescheepvaart heeft met veel 'ups en downs' te maken. Daarom wil Nedlloyd in mindere tijden voor de scheepvaart kunnen terugvallen op de andere kernactiviteit, het Europese landtransport en distributie. Maar daar liggen nu juist de grote zorgen van de Nedlloyd-top.

Vorig jaar zakten de resultaten van de divisie transport en distributie van een winst in 1992 van 20 miljoen gulden terug naar een verlies van vier miljoen gulden. Net als bij de scheepvaart kwam ook hier de omslag in de tweede helft van het jaar, alleen dan andersom. Als oorzaak van de terugval wijst Nedlloyd naar de recessie in Europa. Vooral in Duitsland, waar Nedlloyd actief is via dochterbedrijf Unitrans, daalde het resultaat hard. Verder zorgde het wegvallen van de afhandeling van Europees grensverkeer voor 20 miljoen gulden inkomstenderving.

Het is zeer de vraag of Nedlloyd ooit echt iets zal verdienen aan het landtransport. Op de geliberaliseerde Europese vecht de concurrentie de komende jaren om een plek. Nedlloyd wil via allianties zoeken naar schaalvergroting maar zal ook in de huidige omvang die slag wel overleven. Daarna moet het concern voor de inkomsten hopen op herstel van de tarieven die door de aangescherpte concurrentie het afgelopen jaar flink onder druk stonden. Hoewel het resultaat in deze divisie dus sterk afhankelijk zal zijn van economisch herstel, met name in Duitsland, en van redelijke tarieven vertrouwt Nedlloyd er op dat volgend jaar “minstens break-even” wordt gedraaid.

De afgelopen jaren boekte Nedlloyds derde sector, de diverse activiteiten, nog wel eens een aardig eindresultaat. Maar in 1993 halveerde de winst van 44 naar 22 miljoen gulden. Het boorbedrijf Neddrill had een slecht jaar door de matige gang van zaken in de offshore-sector. Opmerkelijk genoeg ziet Nedlloyd af van verkoop van Neddrill. Eerder dit jaar zette het concern deze dochter in de etalage. Verkoop zou de schuldenlast van Nedlloyd sneller verkleinen. Maar gisteren kondigde Berndsen aan dat Neddrill voorlopig van Nedlloyd blijft. Berndsen gooide het erop dat de schuld door de succesvolle kostenbesparingen sneller dan verwacht is teruggelopen. De noodzaak van verkoop zou voorlopig even verdwenen zijn. Maar in werkelijkheid was Neddrill gewoonweg niet te slijten. Nu de olieprijs op het huidige lage niveau blijft hangen, zal Neddrill nooit de gewenste 250 miljoen gulden opbrengen die Nedlloyd ervoor wil hebben. Berndsen zei gisteren dat hij voor het eind van deze eeuw misschien nog wel een partner wil zoeken voor Neddrill. Dat lijkt logisch want tegen die tijd is Neddrill weer toe aan grote nieuwe investeringen die Nedlloyd veel geld kunnen kosten.

Het totale bedrijfsresultaat van Nedlloyd zal Berndsen en consorten nog wel even zorgen blijven baren. Van de twee kernactiviteiten is de zeescheepvaart op de goede weg terug, maar het is onzeker hoe lang het krachtige winstherstel zal voortduren. “Je mag niet verwachten dat het zo crescendo door zal gaan”, waarschuwde Berndsen gisteren al. Hoop op een bijdrage uit de landtransport-activiteiten is ijdel zolang de economische recessie voortduurt. Structurele plussen haalt Nedlloyd voorlopig dus niet uit de bedrijfsactiviteiten maar uit de kostenbesparingen.