Marktverdeling

'Van Rooy doet marktverdelingsafspraken in de ban'. En: 'Economische Zaken ten strijde tegen zware kartelvormen'. Deze krijgslustige krantekoppen en andere tam-tam begeleiden al enige tijd de komst van de algemene onverbindendverklaring van marktverdelingsregelingen, die op 1 juni a.s. in werking zal treden.

Vorig jaar werden prijsafspraken taboe verklaard; over vijf weken gebeurt hetzelfde met marktverdeling. Als men op de tekst van het verbod en het eerste deel van de schriftelijke toelichting afgaat, is het echt menens: het móét afgelopen zijn met de verstarring van aanbodstructuren en de kunstmatig opwaartse druk op prijzen; de dynamiek van markten moet worden hersteld. Daartoe is een nogal algemeen verbod gelanceerd. Vanaf 1 juni a.s. zijn in beginsel afspraken ongeldig én verboden die een of meer ondernemingen of vrije beoefenaren beperken in hun vrijheid tot:

het bepalen van produktiecapaciteit of de hoeveelheid te leveren of af te nemen produkten en diensten;

het zelf kiezen van een afzetgebied of voorzieningsbronnen;

het kiezen van afnemers of leveranciers.

Deze afspraken zijn evenwel niet onder alle omstandigheden verboden. Waar het om gaat, zo blijkt uit de tekst, is of die afspraken ertoe strekken of ten gevolge hebben dat een marktverdeling tot stand komt. Wie de moeite neemt de schriftelijke toelichting in zijn geheel te lezen, wordt duidelijk dat deze toevoeging van cruciale betekenis is: in feite laat het verbod de meest voorkomende marktafspaken ongemoeid. Het verbod is alleen bedoeld voor gevallen waarin partijen een heuse marktverdeling tot stand brengen. En uit de toelichting blijkt bovendien dat men een heuse marktverdeling niet al te ruim moet opvatten. Zo zijn er allerlei samenwerkingsvormen, waaraan een zekere marktverdeling inherent is doordat territoriale afspraken worden gemaakt. Te denken valt bijvoorbeeld aan selectieve distributie, franchising, contracten inzake alleenvertegenwoordiging, exclusieve afname-overeenkomsten, autodealercontracten, inkoopcombinaties e.d. Als ergens een marktverdeling tot stand komt, zo zou je denken, is het wel bij franchising of alleenvertegenwoordiging, waar men de verkoopinspanningen veelal op een territoriaal afgebakend gebied moet richten en het gebied of rayon niet mag verlaten. Toch is dat geen marktverdeling in de zin van het verbod: 'Deze samenwerkingsvormen kunnen (...) niet gelijkgesteld worden met afspraken die uitsluitend of hoofdzakelijk het verdelen van de markt tot doel hebben', aldus de toelichting. En deze benadering brengt mee dat ook andere varianten buiten schot blijven. Wanneer A zijn bedrijf aan B verkoopt, zal B daarvoor alleen een (hoge) prijs willen betalen als vaststaat dat A na de overdracht op dezelfde markt niet meteen een nieuw bedrijf kan beginnen. A zal dus voor korte of langere tijd niet op de markt mogen komen. Ook zo'n afspraak is geen marktverdeling in de zin van het verbod dat op 1 juni a.s. in werking treedt. Hetzelfde geldt voor het geval dat concurrent A aan concurrent B know-how levert met het verzoek produkt C uitsluitend voor A te maken en die produktmarkt verder geheel met rust te laten: 'Wanneer een regeling ertoe leidt dat een bepaalde activiteit in het geheel niet of niet meer mag worden uitgeoefend, is er geen sprake van een marktverdeling', aldus opnieuw de toelichting. Zo vallen ook concurrentiebedingen, assortimentsbeperkingen en specialisatieovereenkomsten uit de boot van het verbod.

Het is het ministerie dus uitsluitend om de harde kern van marktverdelingsafspraken te doen: quota- en capaciteitsafspraken, waarbij partijen op dezelfde markt actief blijven en zij die markt tussen hen daadwerkelijk verdelen. Zo bezien valt ook collectief exclusief verkeer niet onder het verbod. Bij zo'n regeling spreken de aangesloten partijen - bijv. een fabrikant en groothandelaren - af dat zij alleen met elkaar of met bepaalde anderen zaken doen. Hoewel met deze afspraak de toelating tot een markt en bepaald marktgedrag zoals prijsbeleid wordt geregeld, is naar de maatstaven van EZ ook in zo'n geval geen sprake van een verboden marktverdeling, omdat er tussen partijen niet daadwerkelijk een markt wordt verdeeld. Het ministerie neemt de bestrijding van zware kartelvorming dus niet alleen serieus, maar ook letterlijk: van een marktverdeling is pas sprake, wanneer partijen de markt 'uitsluitend of hoofdzakelijk' beogen te verdelen en de markt tussen hen ook daadwerkelijk wordt verdeeld.

Het is duidelijk dat er zo een discrepantie bestaat tussen de tekst van het verbod en de toelichting daarop. Marktpartijen mogen hopen dat de met toezicht en controle belaste instanties niet alleen de krantekoppen, maar vooral de toelichting hebben gelezen.