Macedonië

Het commentaar in NRC Handelsblad van 7 april bevestigt de steun van de krant aan de eenzijdige kijk van Europa op de Macedonische kwestie.

Het is opmerkelijk dat de liefde van de elf, en ook van de media, voor Skopje groter lijkt dan voor mede-Europese Unielidstaat Griekenland. Dit blijkt onder meer uit de constatering van het commentaar dat de elf zich meegaand hebben getoond om Athene zo tot andere gedachten te brengen. Nagenoeg zonder argumenten wordt het billijk geacht dat juist medelid Athene tot een ander inzicht komt en niet Skopje.

Dat de besluitvorming aangaande de nationale veiligheid van de lidstaten in feite op NAVO- en EU-niveau is getild, vraagt van de bondgenoten nauwe verbondenheid. Oók als er objectief gezien geen reden is voor het zich bedreigd voelen van een lidstaat. Wat is immers objectief? Wanneer alleen naar de militaire en economische mogelijkheden van Macedonië wordt gekeken, hebben de elf en de Commissie gelijk. Daarvan heeft Griekenland niets te vrezen. Maar het zijn in de Balkanregio niet de enige criteria. In de rest van de wereld en in de geschiedenis zijn voldoende voorbeelden aan te wijzen van kleine zwakke landen die door machtiger buren gebruikt zijn. Op gelijksoortige wijze voelt Griekenland zich nu door het kleine, zwakke Macedonië, indirect dus, bedreigd. Europa onderschat het belang van het gevoel in de politiek (zie bijvoorbeeld het sturen van de bij de Grieken bepaald niet populaire Van den Broek als bemiddelaar tussen Skopje en Athene). Bij een serieuzere Europese aanpak had het Europese Hof van Justitie niet in actie hoeven komen.