Lach op lach op lach

Deadpan 1994/1. Uitg. DMC Publishing Ltd. 66 blz. Prijs ƒ 7,90.

Het begint meteen al met een onvertaalbaar woord: deadpan. 'Met een effen gezicht', zegt het woordenboek. Beter is wellicht: een uitgestreken gezicht. Het betreft de komiek die zijn hoofd in de plooi houdt bij alles wat hij te berde brengt. Het ideale voorbeeld is Buster Keaton. Het tegendeel is iemand als Tommy Cooper, die er weliswaar een ernstige - soms zelfs ietwat gepijnigde - gelaatsuitdrukking op na hield, maar na de pointe meestal in een bevrijdende en vaak ook enigszins verbaasde lach losbarstte. Met zijn ongeëvenaard wonderlijke combinatie van ernst en koddigheid ondergroef Cooper de stelling dat een komiek nooit om zijn eigen grappen mag lachen. Maar misschien school zijn genialiteit erin, dat hij in de regel pas na afloop lachte - en daardoor een extra lach wist te stapelen op de lach die hij al met zijn grap had geoogst. Ik dwaal af.

Het is merkwaardig dat Britain's first national comedy magazine, waarvan zojuist het eerste nummer is verschenen, de titel Deadpan heeft gekregen. Want het blad trekt zelf allerminst een uitgestreken gezicht. Integendeel: het probeert ook zelf leuk te zijn. Het bevat niet alleen een reeks populaire reportages, interviews, recensies en een aardig artikel over Whoopi Goldberg, maar ook veel grappen van eigen hand waarvan de meeste niet grappig zijn. De enige waar ik even bij glimlachte, is een quasi-prijsvraag met een foto van een uitgebrand hotel en de vraag 'Welk beroemd gebouw van vroeger is hier afgebeeld?' De oplossingen moeten worden gestuurd naar de redactie van het blad, ter attentie van Fawlty Towers Competition. Inderdaad is het hotel in Torquay, dat in de befaamde serie van John Cleese als decor voor de buitenopnamen dienst deed, onlangs afgebrand.

Intussen bevestigt het blad, met zijn popster-achtige foto's, de opmerkelijke status van de nieuwe komiekengeneratie in Engeland. Hun vooral jeugdige aanhang evenaart die van popzangers. Met hun agressieve grappen, hun schuttingwoorden en hun onverschillige pose blijken ze de toon van de tegenwoordige tijdgeest beter te treffen dan degenen die hun teksten op muziek zetten en er popsongs van maken. Gewapend met alleen een microfoon en een serie one-liners reizen ze langs theaters en clubs om de verbale strijd met hun publiek aan te gaan. Wat in Nederland is ingebed in avondvullende cabaretvoorstellingen met een liedje en een filosofietje, vindt in Engeland (en in Amerika) alleen maar een uitweg via de stand-up comedian. Ons cabaret bestaat daar niet, terwijl hun stand-up comedy - ondanks verwoede pogingen van een groepje Nederlandse pioniers - hier tot dusver vooral op onwennigheid stuit. Ieder land krijgt de satire die het verdient.

Ergens in het blad staat, bij wijze van grapje, dat iedere jonge komiek op dit moment doende is een proefaflevering te maken voor een serie op Channel Four. Hun voorland is nu eenmaal niet het grote theatercircuit, zoals bij ons, maar de televisie. Talloos zijn de panel shows en de comedy-programma's die de nieuwe komische talenten opslokken. In het eerste nummer van Deadpan figureert onder meer het duo Vic Reeves en Bob Mortimer. Vorige week zag ik dat ze nu op de BBC een komisch bedoeld spelletje presenteren. Het speelse anarchisme dat hen in het blad wordt toegeschreven, bleek nog maar op één moment - toen Reeves halverwege de uitzending zei: “Laten we even naar de score kijken.” Vervolgens zaten Mortimer en hij, achter hun presentatie-desk, even over een stukje papier gebogen, zonder iets te zeggen. Daarna volgde de volgende vraag aan de deelnemers.

    • Henk van Gelder