Laagbetaalde arbeid

De langzamerhand voorspelbare manier waarop de Verenigde Staten als lichtend voorbeeld worden gezien in het Nederlandse debat over laagbetaalde arbeid (NRC Handelsblad, 1 april), behoeft enige nuancering.

Er zijn loondalingen in Nederland die vergelijkbaar zijn met die in de VS. Zakten de lage lonen in Amerika reëel met twintig procent, in Nederland daalde het volwassen minimumloon reëel met 17 procent, alle minimumlonen met 27 procent, de minimumjeugdlonen met 36 procent en de minimumjeugdlonen onder de 21 jaar met maar liefst 40 procent. Het minimumloon van bijvoorbeeld een Nederlandse 20-jarige ligt al jarenlang onder het Amerikaanse minimumloon. Tot de veelbezongen toename van banen voor ongeschoolde dienstverlening - de liftboy, de koffiejuffrouw - heeft dit echter in ons land niet geleid.

Tot op zekere hoogte zal dit het gevolg zijn van andere Europese opvattingen over arbeid. Veel vormen van dienstverlening garanderen een lage sociale status en worden niet als een professie bedreven. Maar ze maken het bedrijven wel gemakkelijker om 'op de kleintjes te letten' - het is veelzeggend dat ook het VNO zelf geen liftboy in dienst heeft.

Veel belangrijker is echter het immense verschil in spaargedrag tussen de VS en Nederland/Europa. Van alle OECD-landen hebben de VS verreweg de laagste spaarquote en de laagste investeringsquote. Dat biedt ruimte voor een ruimhartige consumptie van laagbetaalde diensten. Het is een structurele zwakte voor de toekomst van de Amerikaanse maatschappij dat er zo weinig wordt gespaard en zo weinig belasting wordt betaald om de ontsparingen van de overheid te bestrijden. In de praktijk wordt deze zwakte gecamoufleerd doordat een belangrijk deel van de veel grotere Europese (en Japanse) besparingen 'weglekt' richting Amerika. Wanneer de VS in dit opzicht ooit drastisch orde op zaken gaan stellen is een crisis denkbaar waarbij de huidige Europese werkloosheid zal verbleken. Ook zal Europa, mede vanwege de intensieve kapitaalbetrekkingen vanwege het spaarlek, er zeker van mee mogen 'genieten'.

    • Wiemer Salverda