Inval in kantoren en huis Jürgen Schneider

BONN, 22 APRIL. Het openbaar ministerie in Frankfurt en de Duitse centrale recherche hebben gisteren negen kantoren en het woonhuis van onroerend-goedmagnaat Schneider uitgekamd. Hilmar Kopper, voorzitter van de raad van bestuur van de Deutsche Bank, sluit niet uit dat er wegens 'fouten' bij de kredietverlening aan Schneider ook ontslagen op het hoogste niveau zullen volgen. Over de vraag wanneer voor het eerst twijfels over Schneider opkwamen bij de bank (zomer 1992 of pas deze maand) leggen Kopper en zijn medebestuurslid Krupp tegenstrijdige verklaringen af.

Dat er tegen Schneider, die in het paasweekeinde wegens een miljardenschuld naar het buitenland uitweek en tegen wie strafklachten lopen van de Deutsche Bank en bouwbedrijven, nog geen arrestatiebevel is uitgevaardigd heeft te maken met internationaal uitleveringsrecht. Een arrestatiebevel moet namelijk grondslag zijn voor een uitleveringsverzoek en alle strafbare feiten bevatten waarvan Schneider wordt verdacht. Na uitlevering kan hij in Duitsland alleen worden vervolgd wegens strafbare feiten die in zo'n bevel uitdrukkelijk zijn genoemd.

Mede wegens deze Spezialitätsgrundsatz was besloten tot de inval en kan het volgens het openbaar ministerie nog twee weken duren voor een arrestatiebevel klaar is. Op grond daarvan kan vervolgens een uitleveringsverzoek wordt gedaan aan het land waar Schneider verblijft. Het tv-net ARD en het dagblad Die Welt meldden gisteren dat hij in Florida is.

Kopper zei gisteravond in een tv-interview dat de Deutsche Bank, die tot zomer '92 circa 1,5 miljard mark krediet aan Schneider verleende, opdracht aan externe experts heeft gegeven na te gaan hoe die kredietverlening is verlopen. Als uit dat onderzoek blijkt dat personeel van de bank, ook leden van de directie, zich laakbaar hebben gedragen, kunnen ontslagen volgen, zei hij.

Volgens Kopper had de bank tot de ontvangst van een brief van Schneider op 7 april geen reden gezien om te twijfelen aan zijn kredietwaardigheid of betrouwbaarheid als zakenman. In Duitse media wordt erop gewezen dat deze verklaring afwijkt van wat Koppers medelid van de raad van bestuur Krupp dinsdag zei in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Namelijk dat de Deutsche Bank al in juli 1992 had besloten “een deksel te leggen” op de relatie met Schneider, die daarna geen grote kredieten meer heeft gehad van Duitslands grootste bank (maar nog wel ruim 4 miljard mark van andere banken). Volgens Krupp was het motief van de Deutsche Bank juli '92 dat Schneiders bedrijven destijds al met een kredietvolume van 2,4 miljard voorkwamen op de zogeheten Evidenzliste van de Bundesbank. Voorts waren er bij de Deutsche Bank toen al twijfels over de managementcapaciteiten van Schneider, aldus Krupp.

    • J.M. Bik