In memoriam Rob van Gennep; Verliefd op zijn beroep

Hij was geen saai mens. Waar hij kwam, begon het leven te bruisen, deden moppen de ronde en krulden mondhoeken zich tot een glimlach. Rob was een ondernemend, nieuwsgierig mens die genoeg lef had om aan iets te beginnen waar de concurrentie nog niet aan toe was, maar ook om een absoluut niet vleiende mening te laten horen aan zijn gesprekspartner over diens zojuist uiteengezette voorstel, waarbij hij zich niet door zinloze verlegenheid liet afremmen, maar trefzeker formuleerde wat hem aan dat voorstel niet beviel.

Wie hem voor het eerst ontmoette, zag een aantrekkelijk ogende man met een welluidende stem, die nooit te beroerd was om zijn medemensen op een vriendschappelijke wijze in het ootje te nemen. Velen waren in zijn doen en laten geïnteresseerd en zochten vriendschap met hem. Tijdens de lange autoritten die ik met hem heb gemaakt, voelde ik me altijd behaaglijk en veilig in zijn nabijheid, of we nu converseerden of zwijgend naast elkaar zaten. Zijn belangstelling voor 'links', voor zonderlinge mensen en voor de wereldliteratuur - men denke aan het nogal ongewone denkbeeld om het Nederlandse lezerspubliek met Hongaarse auteurs kennis te laten maken - had niets van doen met redeloze extravagantie, maar was verbonden met burgerdeugden als degelijkheid en zelfdiscipline. Aan de spirituele grilligheid van de intellectueel paarde hij het zakelijk instinct van de winkelier die niet schroomt na sluitingstijd zelf de bezem ter hand te nemen en de vloer aan te vegen. Het was hem aan te zien dat hij verliefd was op zijn beroep, dat hij niets anders wilde zijn dan uitgever en boekhandelaar en dat het uitgeven van boeken hem evenveel voldoening gaf als zijn auteurs het schrijven.

Over zijn kleding kan ik het volgende zeggen: ik heb ooit, toen ik zijn mooiste stropdas leende (die nog steeds in mijn bezit is), een blik in zijn klerenkast kunnen werpen en geconstateerd dat hij niet een frequent bezoeker van herenmodezaken was. Toch maakte hij een elegante indruk in zijn wat versleten tweedjasjes, en alles wat hij droeg, paste volmaakt bij hem. Dat gold ook voor de mensen die hem omringden, vanaf zijn vrouw tot en met zijn kleinkinderen en vanaf zijn vrienden tot en met zijn medewerkers. Hoewel hij dol was op fraaie oude voorwerpen, had hij geenszins een afkeer van vernieuwingen. Hij was een erudiet mens en beschikte over het vermogen maatschappelijke conventies naar eigen smaak toe te passen. Voor mij was Rob vooral iemand die twee op het oog tegenstrijdige activiteiten met elkaar wist te combineren: het uitgeven van boeken als intellectueel avontuur en als commerciële activiteit. Toen ik hem voor het eerst ontmoette, werd ik onmiddellijk getroffen door de combinatie van nuchterheid en gedrevenheid die hem kenmerkte. Hij deed wat hem te doen stond en werd door het lot in contact gebracht met mensen die zelf ook in staat waren het intellectuele met het praktische te verenigen.

Uit de aard van het vak dat hij beoefende vloeide voort dat Rob vergeleken met mij een expert op het gebied van praktische zaken was, maar ik voeg eraan toe dat het hem hogelijk vermaakte mij voor onpraktischer te houden dan ik in werkelijkheid ben. Toegegeven: ik ben gaarne geneigd de afhandeling van zekere praktische zaken over te laten aan mensen uit mijn omgeving, zoals mijn vrouw en mijn vrienden, van wie Rob een der voornaamsten was. De wijze waarop hij deze rol heeft vervuld in mijn leven, vaderlijk-rondborstig en goedhartig-belerend, is onnavolgbaar en zal ook door niemand worden nagevolgd. Het zal wel aan mijn leeftijd liggen dat velen die mij dierbaar zijn niet meer onder de levenden verkeren, maar dit belet mij niet de dialoog met hen voort te zetten. Dit geldt voortaan ook voor Rob, met wie ik nog lang niet uitgepraat ben.

Een man met vele goede eigenschappen, uiterlijke en innerlijke, heeft zijn leven geleefd en is zijn dood gestorven. Het onoverkomelijke dat hem trof, heeft hij met veel uithoudingsvermogen en wilskracht aanvaard. Objectief, kritisch, ironisch, woedend, gevoelig, maar ook koel, is hij tot het laatste ogenblik zichzelf gebleven. Zelfs bij zijn heengaan heeft hij niets aan het toeval overgelaten: de jazzmuziek die we op zijn begrafenis hebben gehoord, is door hemzelf uitgekozen. De aanwezigen op zijn begrafenis moesten goede nummers te horen krijgen.

Wij mensen hebben allemaal een denkbeeldig podium, waarop we voortdurend onze rol spelen. Als een der toeschouwers bij Robs podium heb ik dikwijls tegen mezelf gezegd: deze man verstaat zijn vak en zelfs zijn tekortkomingen misstaan hem niet. Naar ik vernomen heb, heeft de hemelse leraarsvergadering besloten Rob van Gennep tot een hogere klasse te bevorderen. Omdat hij de moed en de gave had Rob van Gennep te zijn.