Het Bruine Gevaar

Vorige week belde ik aan bij een vriend. Op éénhoog werd het raam omhooggeschoven en daar verscheen het gezicht van zijn dertienjarige dochter. Nee, pappa was niet thuis. Omdat het 11 uur in de ochtend was, vroeg ik met de geveinsde bezorgdheid van een willekeurige voorbijganger of zij niet naar school moest. “Nee hoor”, riep ze, “wij hebben vandaag vrij gekregen om te protesteren tegen de Centrum Partij. Nou, doei!”. En zij schoof het raam weer naar beneden.

Daar keek ik wel van op, want dit was nog eens wat anders dan ijsvrij. Ik had altijd gedacht dat ons onderwijs in politieke aangelegenheden geacht wordt zich strikt neutraal op te stellen, maar hier ging het toch om een georganiseerd protest tegen een partij die, ondanks alles, gewoon tot de verkiezingen is toegelaten. Dat kinderen, lekker gemaakt met een vrij dagje, er op uit worden gestuurd voor een politiek protest, gaf mij toch een beetje een onbehaaglijk gevoel. Protesteren prima, zou ik met Cees Buddingh' willen zeggen, maar wel in je eigen vrije tijd.

Een paar dagen later las ik dat de edelfigurant J. Fortuné uit die prachtige, door en door opvoedende serie Onderweg naar morgen is gezet, omdat hij voor de Centrum Democraten in de Amsterdamse gemeenteraad is gaan zitten. Verschillende castingbureaus, waarbij Fortuné stond ingeschreven, hebben zijn naam uit hun bestand geschrapt. Nu lijkt mij die Fortuné ook niet iemand om een boom mee op te zetten over het werk van Brecht of Pinter, maar zo'n verkapt Berufsverbot gaf mij toch weer dat onbehaaglijke gevoel.

En dan zijn er de rechtszaken tegen leden van de Centrum Democraten en de Centrum Partij, die evenmin vrolijk stemmen. In Zwolle moet de rechter bij voorbeeld uitmaken of de slogan Eigen volk eerst discriminerend is. Hebben wij hier te maken met racisme of met een waarheid als een koe? Ik vrees dat wij op die manier wel eens verzeild kunnen raken in een eindeloos taaldebat.

Aan de ene kant staat de advocaat van de verdachte, die uitlegt dat in filosofische zin elke uitspraak discriminerend is. “Edelachtbare, de uitspraak deze tafel is rood discrimineeert jegens alle tafels die zwart, groen of geel zijn. Aan de andere kant wordt het Openbaar Ministerie bijgestaan door een legertje van tekstanalisten die onder aanvoering van prof. Theun A. van Dijk meedogenloos de verborgen racistische motieven van zo'n uitspraak blootleggen. Dit klinkt lachwekkend, maar als ik lees hoe de Zwolse officier van justitie een onderscheid maakt tussen een tekst en de bedoeling van een tekst, dan gaat het al aardig die kant op.

Er is ten aanzien van extreem rechts maar één keus: verbieden of gedogen. Voor een verbod is veel te zeggen, maar het zou ook een regelrechte nederlaag zijn voor het democratisch bestel. Gedogen kan niet anders betekenen dan de aanvaarding van de Centrum Democraten als een democratische partij. Daarbij horen ook allerlei onaangename consequenties, zoals toelaten tot commissies en andere overheidsorganen.

In feite gaat het hier om een oud dilemma, dat nooit helemaal bevredigend zal zijn op te lossen. Een dezer dagen verschijnt een pamflet van de schrijver Léon de Winter en de historicus Chris van der Heijden, waarin zij een handleiding geven voor de bestrijding van extreem-rechts.

Het is een nobel streven, maar ik vraag me af of al die goede bedoelingen niet worden gesmoord door het smetteloze ik van het j'accuse te stellen tegenover de morele verwerpelijkheid van al diegenen die op de Centrum Democraten hebben gestemd. Een van de stellingen is dat de rechtsstaat, wil hij overleven, dictatoriale middelen mag gebruiken. Elders heeft de Winter al gepleit voor de dictatuur van de democratie.

Zulke dialectische begrippen geven mij alweer een onbehaaglijk gevoel. Vroeger had je de dictatuur van het proletariaat, waarbij het proletariaat werd opgevat als een superdemocratiche eenheid. Uit die doctrine is niet veel goeds voortgekomen. Sterker nog: zulke ideeën zijn uiteindelijk de voedingsbodem geworden voor de extreem-rechtse beweging die nu door Europa waart.

Ik zie de democratie als een kind dat van school naar huis loopt. Je kunt waarschuwen, maar verder kun je niets anders doen dan te hopen dat het veilig thuiskomt.

    • Max Pam