Groei werkloosheid nu op hoogste punt

DEN HAAG, 22 APRIL. Bij minister Kok (financiën) “lopen de rillingen over de rug”. Een stijging van 18.000 werklozen per maand “is een menselijk drama” zei hij vanmiddag in een spreekbeurt bij de Hogere Economische School in Rotterdam.

Toch kan de vice-premier niet echt verbaasd zijn over de ontwikkeling van de werkloosheid en de werkgelegenheid. Het ziet er naar uit dat er dit jaar geen banen bijkomen in Nederland, terwijl de beroepsbevolking wel met meer dan 60.000 mensen toeneemt. “Oplopende werkloosheid is dus het onvermijdelijke gevolg”, concludeerde Kok zelf, nadat hij had vastgesteld dat in de eerste jaren negentig de 'banenmachine' nog niet haperde. Het tij keerde in 1993, toen de beroepsbevolking, net als in de twee jaar daarvoor, met 80.000 personen groter werd en er maar voor 22.000 mensen werk werd geschapen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is in elk geval zelf niet verbaasd geraakt over de cijfers die het gisteren bekend maakte: een gemiddelde van 520.000 geregistreerde werklozen in het eerste kwartaal van 1994, terwijl het aantal werkloosheidsuitkeringen bijna 780.000 bedraagt, 45.000 meer dan ten tijde van het 'hoogtepunt' in de jaren tachtig en ook veel meer dan de 715.000 waarmee het kabinet bij de presentatie van de begroting voor dit jaar rekening hield.

Het CBS is niet verbaasd, omdat, aldus divisiemanager dr. C.A. van Bochove, het aantal vacatures al geruime tijd op een laag niveau staat. “Dat is de snelste indicator voor de ontwikkeling van de werkloosheid”, zegt hij. Negen maanden tot een jaar na een periode van een al maar dalend vacaturebestand volgt gewoonlijk de doorwerking in de werkloosheidscijfers.

Dezelfde ontwikkeling is aanleiding voor de voorzichtige veronderstelling dat het tempo waarmee de werkloosheid stijgt - 18.000 per maand dus - wel zo ongeveer zijn hoogtepunt heeft bereikt. Want na een sinds 1990 ononderbroken daling van het aantal vacatures was er eind 1993 sprake van een stabilisatie op 32.000, vrijwel evenveel als drie maanden eerder. De indruk bestaat dat het vacaturebestand ook sinds december stabiel is of, afgaande op geluiden die Van Bochove bij de arbeidsbureaus verneemt, zelfs iets stijgt. Hij haast zich te zeggen dat het prematuur is hieruit enige harde conclusies te trekken. Maar ook het patroon van vacature- en werkloosheidsontwikkeling zoals zich dat in 1982 heeft voorgedaan - een jaar dat zich economisch goed laat vergelijken met 1994 - duidt erop dat de werkloosheidsgroei nu zo ongeveer zijn hoogste snelheid moet hebben bereikt.

Gaat het zoals het hoort te gaan, dan moet de stijging volgend kwartaal minder zijn, omdat er seizoenwerk op komst is. Daarna volgt er een nieuw probleem: de schoolverlaters melden zich op de arbeidsmarkt. “Er is een behoorlijke economische groei nodig, wil de werkloosheid echt omlaag gaan”, zegt Van Bochove. In dat opzicht ziet hij weinig tekenen van herstel, afgaande bij voorbeeld op de ontwikkeling in het voor de Nederlandse economie zo belangrijke Duitsland.

Het aantal faillissementen is het eerste kwartaal van dit jaar met 13 procent gestegen ten opzichte van de vergelijkbare periode in 1993. De eerste drie maanden van dit jaar zijn er 1755 faillissementen uitgesproken; daarvan betroffen er 1425 bedrijven en instellingen, met rechtstreekse gevolgen voor de werkgelegenheid dus. Al drie jaar begeeft het aantal faillissementen zich elk kwartaal in opwaartse richting - ook dat is een teken aan de wand.