Grimmige sfeer heerst in Gaza

GAZA, 22 APRIL. In de 'grenspost' Eres, tussen Israel en de Gazastrook, zitten in kogelvrije vesten gestoken soldaten met het geweer in de aanslag in wachttorens en achter betonnen blokken te sudderen in temperaturen van boven de 40 graden celsius. De reeks aanslagen in Israel door de moslim-fundamentalistische Palestijnse organisatie Hamas, ook onder de neus van de soldaten bij Eres, heeft deze post veranderd in een betonnen leegte. Eres heeft deze dagen weinig van een scharnierpunt van Israelisch-Palestijnse symbiose.

Voordat Israel in reactie op de zelfmoordaanslagen door Hamas de grens met de Gazastrook hermetisch afsloot, trokken voor zonsopgang eindeloze rijen oude Peugeots door de grenspost op naar het noorden, naar werk voor zo'n 70.000 Palestijnen in de landbouw en de bouw in Israel. Die Palestijnse levensader naar Israel is door de afgrendeling vrijwel volledig afgeknepen. De weg van Eres richting Tel Aviv is leeg. Toch werken bulldozers er aan verbreding van het wegdek. De hoop op een omslag, na de tekening van het akkoord dat de Palestijnse bestuursautonomie in werking moet stellen, is niet opgegeven.

Maar zover is het nog niet. De door premier Yitzhak Rabin gelaste afgrendeling heeft Gaza in een grimmige stemming gebracht. De arrestatie van circa 400 Hamas-activisten en sympathisanten in de afgelopen dagen heeft een nieuwe domper gezet op de Palestijnse vredeshoop die op 13 september 1993 werd geboren met de ondertekening van het autonomie-akkoord tussen Israel en de PLO in Washington. Mohammed Wahidi, een Palestijnse journalist in Gaza, ging tot voor kort voor PLO-leider Yasser Arafat door het vuur. “Nu heb ik mijn twijfel over de juistheid van de door hem ingeslagen weg. Nog voordat wij hier autonomie hebben, loopt de Arabische wereld achter Israel aan. Er is zelfs al een Israelische delegatie in Oman geweest. Als dat zo doorgaat groeit de autonomie nooit uit tot een Palestijnse staat en blijft ons zelfbestuur beperkt tot de Gazastrook en Jericho”, zegt hij.

Op het PLO-kantoor in Gaza spreekt Hisham Abdal Raziq, lid van het Fatah-leiderschap, van een “heel moeilijke situatie”. “Als gevolg van de jongste Israelische maatregelen en alle andere dingen die hier gebeuren is de steun van de Palestijnse straat aan het vredesproces bijna verdwenen. Toen Arafat en Rabin elkaar in Washington de hand reikten was er hoop, geloofden onze mensen in verbetering van de situatie. Ze dachten gauw de smaak van de vrijheid te kunnen proeven. Wat zien ze in werkelijkheid? De situatie wordt met de dag slechter!”

En dan komt er een lange waslijst van klachten. De afgrendeling van Gaza van Israel veroorzaakt uitzichtloze werkloosheid, meer misdaad, maar ook schaarste en stijgende prijzen. Dr Zakarrya Agha, de administratief directeur van het Ahali-ziekenhuis in het centrum van Gaza, zegt dat er in zijn ziekenhuis gewoonlijk tussen de 60 à 70 operaties per week worden verricht. Nu wordt alleen nog maar in de meeste urgente gevallen de operatiekamer geopend. De nog beschikbare medicijnen - er is vooral een gebrek aan pijnstillers en narcosestoffen - worden bewaard voor rampen, als er bij voorbeeld na botsingen met Israelische soldaten veel ernstig gewonden naar het ziekenhuis zouden worden gebracht.

De terreur door Hamas als reactie op het bloedbad in de moskee in Hebron, waar 25 februari 30 Palestijnen door een kolonist werden vermoord, heeft deze organisatie voor de Israelische publieke opinie tot een monsterachtige vijand gemaakt. Vóór de historische handdruk in Washington genoot de PLO bij de meeste Israeliërs dezelfde status. Kan daarin verandering komen? Kan Hamas met een sterke, door Yasser Arafat gecommandeerde Palestijnse politiemacht in de Gazastrook in aantocht door de omstandigheden worden gedwongen te kiezen voor een pragmatische benadering van het Israelisch-Palestijnse verzoeningsproces?

Het debat over ideologische afwijzing en pragmatische toenadering is binnen Hamas in volle gang. Hisham Abdal Raziq twijfelt er niet aan dat het bij Hamas de richting van “samenwerking in plaats van obstructie” uitgaat. “Ik ben zeker dat Hamas en Fatah in het Palestijnse zelfbestuur op welke manier dan ook zullen samenwerken”, zegt hij in het PLO-kantoor in Gaza. “Op zijn minst zal Hamas de rol van een democratische oppositie in de autonomie spelen. Dat is trouwens het enige alternatief voor deze organisatie.” Volgens hem wordt de positiebepaling van Hamas de komende weken ook sterk door Israel beïnvloed. “Israel moet begrijpen dat de PLO de algehele Palestijnse legitimiteit vertegenwoordigt en dat Hamas daar een onderdeel van is. Daarom moet Israel niet alleen Fatah-gevangenen vrijlaten, maar moeten ook de Hamas-gevangenen op vrije voeten worden gesteld. Dat eisen wij, dat is nodig om Hamas dichter bij de autonomie-gedachte te brengen in plaats van de groep in een vijandig isolement te brengen.”

Aan de rechtlijnigheid van de Hamas-ideologie tilt deze Palestijn niet zo zwaar. “Ik herinner me dat Hamas voor 1987, voor het uitbreken van de intifadah, tegen geweld was. Dat werd toen door de Hamas-leiders veroordeeld als een daad tegen God!” Dat de Hamas-ideologie van totale afwijzing van de autonomie-akkoorden onder spanning staat weet Hisham Abdal Raziq uit de dialoog tussen Fatah en Hamas in de Gazastrook.

Khaled al-Hindi (32), die van september 1988 tot september 1993 als Hamas-activist door Israel gevangen werd gehouden, bevestigt in een lang gesprek in zijn woning in Gaza dat zich in Hamas een pragmatische stroming ontwikkelt. Als directeur van het bureau van de rector van de Islamitische universiteit in Gaza volgt hij deze ontwikkeling van nabij. Zijn kamer is strak ingericht. Op tafel staat een maquette van de Koepel van de Rots moskee in Jeruzalem, in een hoek een vaas met plastic bloemen.

Hij keert zich scherp tegen de arrestatie van honderden Hamas-leden. “Zo'n groot aantal kan toch niet verantwoordelijk zijn voor het verzet? Dit leidt onherroepelijk tot meer geweld.” Na deze inleiding komt Hindi al gauw uit op stellingen als het “flexibele karakter van de islam en democratie”. Hamas, zegt hij, is tegen de Palestijnse bestuursautonomie, maar zal wel meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen en afhankelijk van de politieke sfeer onder Arafats autonomie ook overwegen de rol van een democratische oppositie op zich te nemen. Naarmate het gesprek vordert neemt de begripsverwarring toe tot hij zegt dat “onze houding eigenlijk pragmatisch is”. “Onze ideologie is islam, maar we zijn toch flexibel. We noemen het realisme, de feiten onder ogen zien.”

De vraag of zijns inziens vreedzame coëxistentie tussen Israel en de Palestijnen mogelijk is, beantwoordt hij niet met een duidelijk 'nee'. Er komt een tegenvraag: “Zal Israel zich uit de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en (Oost-)Jeruzalem terugtrekken? Sommige van onze leiders zeggen dat vrede dan mogelijk is.”

Moet Israel verdwijnen en worden vervangen door een Palestijnse staat? Het antwoord is identiek aan de repliek die Israelische vredesactivisten geven aan aanhangers van de Groot-Israelgedachte: “Iedereen heeft het recht te dromen, maar we moeten rekening houden met de feiten. Als Israel zo'n oplossing voorstelt (terugtrekking tot de grenzen van 1967) zal geen enkele Palestijnse stroming zich daartegen verzetten.”