Globaal gokken vergt slachtoffers

Global bets, worden ze genoemd: het grote gokken op mondiale marktbewegingen. Langzamerhand ontstaat op de financiële markten een subcultuur die niet langer genoegen neemt met het afdekken van prijsrisico's, het ouderwetse stockpicking of het spreiden van de beleggingen, maar bereid is op een klein gebied grote risico's te nemen.

Deze manier van beleggen is de laatste snel toegenomen door het wijdere gebruik van moderne financiële technieken, die de slagkracht van de speler op de markten aanzienlijk vergroten. Met name derivaten, afgeleide financiële produkten zoals termijncontracten, opties en ruilcontracten (swaps), voegen aan beleggingen een enorm hefboomeffect toe, wanneer ze niet worden gebruikt om risico's af te dekken, maar juist om ze aan te gaan. Bovendien voegt het gebruik van leningen extra slagkracht toe.

Zorgden goud, Brits vastgoed, de Europese valutacrisis en de stijgende Europese obligatiekoersen vorig jaar voor dikke winsten van de globale gokkers, de eerste signalen maken duidelijk dat het eerste kwartaal van 1993 de geschiedenis in kan gaan als de eerste grote terugslag.

Centraal staat de combinatie van twee verkeerde zogenoemde 'macro'-inschattingen, waarna grootscheepse verkopen om de verliezen te dekken de koersval over andere markten verspreidden. Allereerst was er de verwachting dat de yen eindelijk zou dalen ten opzichte van de dollar naar een koers van 120 yen. Het recente Amerikaans-Japanse handelsconflict deed de Japanse munt echter stijgen tot een koers van tegen de 100 yen voor een dollar, en die ging niet meer naar beneden. De tweede grote gok, ook al massaal nagevolgd, was het verder dalen van de Amerikaanse en vooral Europese obligatierendementen. Ook dat, samen met het uitblijven van de verwachte stijging van de dollarkoers tegenover de Duitse mark, werkte verkeerd uit.

Wie zijn de slachtoffers? De vingers wezen de laatste tijd vooral naar de beleggerswereld, waar met name de zogenoemde hedge-funds in of net buiten de Verenigde Staten verliezen opliepen. Fundmanager Michael Steindhardt verloor 600 miljoen dollar op de yen, evenals George Soros' Quantum-fondsen, die een miljard dollar verloren. Maar nu de eerste kwartaalcijfers binnensijpelen, wordt gaandeweg ook een totaal andere categorie spelers zichtbaar.

Unilevers grote Amerikaanse concurrent Procter & Gamble verloor in het eerste kwartaal 157 miljoen dollar door verkeerd te gokken op het teruglopende renteverschil tussen de Verenigde Staten en Europa. Gokken op het teruglopende transatlantische renteverschil? Dat lijkt niet de eerste bezigheid van een wasmiddelenconcern, en illustreert op welk een hoog abstractieniveau de financiële tovenaarsleerlingen van Procter inmiddels waren aanbeland. Het voorval doet de vraag rijzen hoeveel risico's er in het non-financiële bedrijfsleven onopgemerkt worden aangegaan. De rampzalige gok op de olietermijnmarkt van Metallgesellschaft en de uit de hand gelopen yen-dollar speculaties van Shells Japanse halfdochter Showa Shell liggen nog vers in het geheugen. Begin deze maand moest ook de Japanse olieraffinaderij Kashima met de billen bloot. 1,5 miljard dollar werd er de afgelopen jaren verloren op yen-dollarspeculaties, en de fatale yenstijging van het eerste kwartaal maakte dat de verliezen niet langer konden worden gemaskeerd. Gisteren kwamen er twee kleine Amerikaanse bedrijven bij. Mead Corp, een middelgrote uitgeverij en producent van papier, neemt een voorziening van 12,1 miljoen dollar over het eerste kwartaal om verliezen op een complex rentecontract te compenseren, en de wenskaartenproducent Gibson Greetings neemt om de zelfde redenen een voorziening van 16,7 miljoen dollar.

De adviseur van alle drie de Amerikaanse bedrijven, Bankers Trust, wordt door de leiding van Procter al aansprakelijk gesteld voor verkeerde adviezen. Bankers Trust is op dit moment de meest actieve partij in de mondiale derivatenhandel. Het bedrag dat de bank aan opties, termijncontracten en swaps nominaal heeft uitstaan wordt geschat op 2000 miljard dollar, een veelvoud van het officiële balanstotaal van de bank. Maar gisteren rapporteerde ook Bankers Trust een misser: het handelsresultaat over het eerste kwartaal is teruggelopen van 346 miljoen dollar naar een magere 14 miljoen dollar. Met name handel voor eigen risico, waarbij de eigen posities door een verkeerde inschatting verliesgevend werden, zou het resultaat hebben gedecimeerd.

In de VS wordt nu nerveus uitgekeken naar de kwartaalresultaten van het globale gokken door andere banken of bedrijven. BancOne, bijvoorbeeld, wordt verondersteld vol in zogenoemde fixed-floating swaps te zitten; grootschalige contracten waarbij variabele renteverplichtingen worden geruild voor vaste renteverplichtingen. Met de gestegen, in plaats van gedaalde rente loopt de houder van deze swaps, die aan de variabele kant zit, grote risico's.

Europese banken rapporteren doorgaans per half jaar. Mochten ook zij schade hebben geleden, dan hebben zij nog een paar maanden om mogelijke verliezen uit het eerste kwartaal glad te strijken.

    • Maarten Schinkel