Gary Schwartz

Gary Schwartz: Dutch Kills. Uitg. de Prom, 288 blz, Prijs: ƒ 34,50

Joseph Heller kon Dutch Kills niet neerleggen, vermeldt de flaptekst, en een handelaar in Hollandse schilderkunst raakte op het vliegveld van Detroit zo verdiept in het manuscript dat hij een vlucht miste en de volgende nog maar net haalde, hollend met een Gerrit Berckheyde van 650.000 dollar onder zijn arm.

De auteur die met dergelijke omslagteksten wordt opgezadeld, moet van goeden huize komen om de gewekte verwachtingen waar te maken. Gary Schwartz, kunsthistoricus en Rembrandt-kenner, lukt dat niet.

Dutch Kills is een roman over de handel in kunst, een wereld waarin je eerlijk blijft zolang dat de inkomsten niet nadelig beïnvloedt en opportunisme een deugd is: “Het zou mijn klanten alleen maar verwarren, wanneer ik schilderijen van een betere kwaliteit ging aanbieden voor minder geld.”

Kunsthandelaar Lodewijk Altstad is gepromoveerd op de topografie van Hollandse stadsgezichten. Zijn beste klant is Michael Fleishig, projectontwikkelaar in Los Angeles en verzamelaar van 17de-eeuwse Hollandse meesters, omdat die, net als hij, de topografie wisten te manipuleren. Alleen leenden die geen anderhalf miljoen dollar bij de mafia.

Dutch Kills is een ambivalente roman. Schwartz, die vijfentwintig jaar geleden naar Nederland kwam en inmiddels is genaturaliseerd, schrijft prachtig over de joods-Amerikaanse achtergrond waartegen de interessante personages zijn neergezet ('A bunch of greedy sanctimonious shits,' zou Robert Hughes zeggen). En vanaf het begin ligt er een zweem van misdaad over het verhaal: de handel in kunst als een niet-strafbare vorm van oplichting (heel aardig is de beschrijving van een kongsi bij een veiling). Maar de overstap naar de echte misdaad weet Schwartz niet te maken. En als Altstad zich al ergert over de taalfouten in de drukproeven in een artikel van zijn hand, dan mag de lezer van Schwartz zich met meer recht ergeren.