Einde aan het Japanse regeringsdrama in drie bedrijven

TOKIO, 22 APRIL. Een Japans drama in drie bedrijven. Het werd ingeluid met de aankondiging twee weken van premier Morihiro Hosokawa dat hij zou opstappen. In het eerste bedrijf verscheen op het politieke toneel de 70-jarige Michio Watanabe. Hij had daar eerder gestaan, als minister van buitenlandse zaken in het laatste LDP-kabinet, maar moest het toen voortijdig verlaten. Hij was ziek, sommigen zeiden doodziek.

Maar als door een wonder hersteld verscheen hij weer, vechtlustig, om het land uit de politieke crisis te redden. Afgelopen zondag kondigde hij aan de LDP te verlaten en zich kandidaat te stellen voor het premierschap. Te laat. Niemand in de coalitie had hem nodig. Maandag trok hij met betraande ogen zijn besluit in. Afgang. Zes getrouwen hadden hun lidmaatschap van de LDP al wel opgezegd. Te vroeg. Ze stichtten daarom maar een nieuw partijtje, de Liberale Partij genoemd.

In het tweede bedrijf speelde Masayoshi Takemura de held. Takemura draagt een grote rode bril en is idealist. Zijn partij, waarvan hij de leider is, heet Voorbodepartij. Om te laten zien wat zijn ideale Japan voorstelt, brengt hij zijn idealen alvast in praktijk. Zo moesten de coalitiebesprekingen in alle openheid worden gevoerd, de kandidaat-premier na een openlijke uitwisseling van argumenten worden verkozen en de besprekingen worden gevoerd door de leiders van de partij. Hij begon er vast mee door zo'n bijeenkomst uit te schrijven. Maar daar kwamen maar twee andere partijleiders opdagen. De rest, die geen zin had in Takemura's idealen, bleef weg. Teleurgesteld verliet hij met zijn Voorbodepartij het coalitiekabinet.

In het derde en laatste bedrijf was de hoofdrol weggelegd voor Ichiro Ozawa, de architect van het kabinet-Hosokawa. Hij wilde spijkers met koppen slaan en een paar zakelijke afspraken maken. Want Ozawa wilde voorkomen dat de discussie later gebeurde en het kabinet voortijdig zou vallen. Tenslotte had hij een kandidaat-premier in de aanbieding die het boegbeeld is van zijn partij, Tsutomo Hata, een beminnelijke man, die populair is en geen eendagsvlieg.

Hata kreeg van iedereen steun in de coalitie. Ozawa had intussen de partij van premier Hosokawa een ontwerp-akkoord laten schrijven, waarover de partijen het snel eens werden. Op twee punten na.

De socialisten zeiden het niet eens te zijn met de passages over de belastingen en Noord-Korea. Ze kwamen met tegenvoorstellen. Zo moest over Noord-Korea, als het tot sancties mocht komen, ook China worden geconsulteerd. Ozawa weigerde. Verder wilden de socialisten dat de voorgestelde verhoging van de indirecte belastingen (btw) werden geschrapt. Ze zijn immers al sinds jaar en dag tegen de btw zelf. In plaats daarvan stelden ze een belasting voor waarover nationale consensus bestaat. Omdat de socialisten het adjectief 'indirect' niet noemden, weigerde Ozawa weer.

Daarop dreigden de socialisten Takemura te volgen en het kabinet te verlaten. Ozawa, wel wetend dat ze dat niet zouden durven, omdat ze dan in de politieke woestijn zouden verdwijnen, stelde hen een 'deadline'. Uiterlijk gisteren moest het regeerakkoord klaar zijn. De socialisten haalden bakzeil. Ze besloten in het kabinet te blijven, het verzet van de orthodoxe linkervleugel voor lief nemend. Ze stemden in met verhoging van de indirecte belastingen; de nationale consensus werd vervangen door het compromis “nationaal begrip”. De consultatie van China lieten ze ook vallen, in plaats daarvan kwamen ze met het compromis dat, behalve de VS en Zuid-Korea, “andere Aziatische landen” zullen worden geraadpleegd.

Afgelopen nacht werd het regeerakkoord getekend. Vandaag volgde de officiële aanwijzing van Hata als kandidaat-premier. Hoewel de regeringscoalitie steunt op 248 zetels in het 511 zetels tellende Lagerhuis - niet de absolute meerderheid meer - heeft de LDP na de afsplitsingen nog maar 206 zetels. De kandidaat-premier van de LDP, voorzitter Yohei Kono, is daarmee kansloos. De kandidaat van de coalitie, die bovendien mag rekenen op de steun van de Voorbodepartij en anderen, krijgt zodoende maandag bij de stemming in het parlement vast de absolute meerderheid.

De twee weken politieke crisis, waarvan de laatste week de politieke onderhandelingen, hebben laten zien dat de parlementaire democratie in Japan voor het eerst een publieke aangelegenheid is geworden, de idealen van Takemura ten spijt. Een bejaarde dame zei gisteren voor de tv dat ze politiek altijd vervelend had gevonden, maar dit keer spannend. Hoewel het haar met al die afsplitsingen enigszins duizelde, was het haar voor het eerst duidelijk wat de inzet was. Ze volgde het debat van dag tot dag en wilde niets missen. Een mooiere recensie kan Ozawa zich niet wensen.

Want Ozawa, de man die van Japan een 'normaal' land wil maken, wil politiek debat, wil dat het politieke primaat in Japan wordt gevestigd, wil dat politici verantwoording afleggen aan het publiek. Takemura wil dat ook, maar dan zonder Ozawa, omdat hij hem om zijn LDP-verleden niet vertrouwd. Hij is het oneens met Ozawa's politieke ideeën. Een 'normaal' land associeert Takemura met een militair sterk land. Maar het debat met Ozawa durfde hij niet aan. Ten slotte de socialisten. Zij debatteerden wel, al was het dan uit angst, angst voor de orthodoxe vleugel, die Ozawa's bloed wel kan drinken. En Ozawa zelf? Hij zei eens: “Het feit dat ik een corrupte partij heb verlaten, corruptie waaraan ik meedeed, bewijst wel dat ik voorstander ben van diepgaande hervormingen van Japan.”

    • Paul Friese