Een jonge tamme kastanje als symbool

Wat zou u doen als u een dag minister zou zijn? Deze vraag legde de redactie economie voor aan een aantal lezers met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen en de vorming van een nieuw kabinet. De keuze was vrij: een dag minister van Financien of van Economische Zaken of van Sociale Zaken. Vandaag de eerste bijdrage - van de eigenaar van een landgoed.

Alleen al de gedachte minister van Economische zaken te zijn in een tijd, dat het ondanks hoopvolle verwachtingen bijster slecht gesteld is met 's lands economie, roept weinig vreugdevolle associaties op.

Door het nemen van de verantwoordelijkheid voor het hoge doel, waarvoor hij staat, is de minister een achtenswaardig man en bij een achtenswaardig man past een relaas in de derde persoon enkelvoud!

De taakstelling van de minister bestaat voor deze dag vooral uit het voeren van een stimulerend, voorwaardenscheppend en structureel economisch beleid en zijn keuze valt daarbij op de economische ontwikkeling van het landelijk gebied in Nederland. Uitgangspunten zijn dat 1. een gezamenlijke aanpak voor het landelijk gebied dringend noodzakelijk is en 2. dat een duurzaam en effectief overheidsbeleid vcoor het landelijk gebied bereikbaar is als het marktmechanisme zoveel mogelijk wordt ingeschakeld. Stimulering en ontwikkeling van marktmechanismen als alternatief voor subsidies past bovendien bijzonder goed in het algemeen beleid van afbouw van subsidies.

Praktisch gaat het om mobilisering en concretisering van (maatschappelijke) vraag en aanbod van een aantal produkten van het landelijk gebied.

De minister heeft ontdekt dat als voorbeeld voor de veelzijdigheid in samenstelling en gebruik van het landelijk gebied kunnen dienen de particuliere landgoederen en beperkt zich in een eerste proefopzet tot deze groep. Een inventarisaie heeft opgeleverd, dat de voortgebrachte produkten bestaan uit agrarische produkten, bosbouwprodukten (vnl. hout), waardevolle (cultuur)landschappen, natuur- en cultuurhistorisch attractieve gebouwen en patronen, waarbij voor de drie laatstgenoemde produkten een belangrijke recreatieve component aanwezig is.

De produkten, die worden uitgekozen ter overweging van stimulerend marktbeleid zijn: inlands rondhout, agrarische Eko-produkten, agrarische non-food produkten (oliehoudende zaden en vezelgewassen), voorziening in de behoefte aan natuur, landschap en cultuurhistorie en tenslotte het recreatief medegebruik.

In de laatstgenoemde gevallen gaat het om produkten waarbij een groot deel van de maatschappij optreedt als vrager zonder dat voor deze vraag een representatieve marktpartij kan worden aangesproken. Bij Eko-produkten en non-foodprodukten gaat het om verschuivingen in het te grote aanbod van de gangbare agrarische produkten.

Om de aangegeven problematiek nader uit te werken en tot concrete verbeteringen te komen werkt de minister het navolgende programma af: 7.00 uur: Stafbespreking over optimalisering van genoemde produktmarkten. 8.30 uur: Bespiegelend werkontbijt waarbij spiegeleieren 'aux fines herbes' niet ontbreken. 9.00 uur: De inmiddels gevormde produktwerkgroepen worden aan het werk gezet om een marktgericht plan van aanpak op te stellen, dat kan dienen als aanzet voor een marktbeleid door de overheid. 9.30 uur: Bespreking met een werkgroep, gevormd door de Stichting Bos en Hout, die een haalbaarheidsstudie voor een Nationale Houtbank heeft uitgevoerd.

De meegebrachte presse-papier van inlands eikehout blijkt voldoende gewicht te hebben om des ministers stukken bijeen te houden.

De minister zegt toe de beoogde houtbank gedurende een aanloopperiode van drie jaar financieel op de been te helpen. 10.30 uur: Een delegatie onder leiding van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij komt overleggen over de financieel-economische merites van een door de minister van LNV ontwikkeld plan voor de uitvoering van het Structuurschema voor de Groene Ruimte; voor de eerste keer is thans als basis gekozen een marktgerichte aanpak en maximale inschakeling van particuliere eigenaren in het landelijk gebied. De positieve werkgelegenheidsaspecten spelen een belangrijke rol. Zowel voor het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap als voor het recreatief medegebruik op particuliere landerijen zal de Rijksoverheid gaan optreden aan de vraagzijde van de markt en een op bedrijfseconomische leest geschoeide prijs betalen voor dienstverlening aan het publiek.

De bewindslieden komen overeen het plan gezamenlijk uit te werken. 11.30 uur: Werkbezoek aan een landgoed, dat een gevarieerd produktenpakket voortbrengt, om kennis te nemen van de praktische problemen bij de instandhouding en ontwikkeling van landgoederen en om ideeën op te doen voor verbeteringen. Aansluitend werklunch in een bijbehorend etablissement met op het menu: romige brandnetelsoep: medaillons van het wilde zwijn; bosvruchtenijs.

Kort voor zijn vertrek naar het departement laat de minister zich niet de kans ontnemen, om de meegebrachte jonge tamme kastanjeboom te planten in het parkgedeelte van het landgoed als symbolische bijdrage aan een voorspoedige ontwikkeling.

14.00 uur: Terug op departement. Rondetafelgesprek met vezelverwerkende industrie, producenten van plantaardige oliën en vertegenwoordigers van ecologische producenten, alsmede een delegatie van het Landbouwschap. Mogelijkheden voor nieuwe toepassingen van agrarische produkten worden besproken. Het Landbouwschap dringt erop aan, biologische dieselolie voor het openbaar vervoer verplicht te stellen. Voor de drie produktgroepen zal een ontwikkelingsplan voor toepassing en vermarkting worden opgesteld voor vijf jaar met als einddoel selfsupporting situaties.

De minister doet zijn gesprekspartners uitgeleide, om de delegaties gezamenlijk te zien vertrekken in een licht walmend voertuig, lopend op uit Frankrijk betrokken biodieselolie.

15.30 uur: Evaluatie van het gevoerde overleg en afstemming van de resultaten met de produktwerkgroepen.

16.30 uur: Voor elk van de gekozen produkten wordt door de desbetreffende werkgroep een plan voor de ontwikkeling van de markt voor de termijn van vijf jaar gepresenteerd. De minister is aangenaam verrast door deze snelle en effectieve werkwijze.

18.00 uur: De minister neemt de bijgestelde plannen in ontvangst en doet deze belanden in het overdrachtdossier voor zijn opvolger, vergezeld van een uitvoerige afhandelingsinstructie. Tijdens deze activiteiten dwarrelt uit des ministers stukken een folder inzake 'Stichting Vrienden Nederlandse Landgoederen' Telefoonnummer 038-656648 en hij neemt zijn laatste besluit van deze dag en meldt zich aan als vriend.

19.00 uur: De minister gaat voldaan huiswaarts in de blijde wetenschap, dat hij de volgende dag geen minister meer zal zijn en in de verwachting, dat zijn opvolger de klus wel even zal afmaken.

    • Jhr. V.G.F. Repelaer