Een dagregister van het gevoel; Essays van Willem Jan Otten over kijken, pijn en geilheid

Willem Jan Otten: De letterpiloot. Uitg. G.A. van Oorschot, 306 blz. Prijs ƒ 39,-

We hebben het schrijven in factoren ontbonden, voor de duidelijkheid of uit onvermogen: eerst nemen we iets waar of voelen we iets, vervolgens vormt zich een denkbeeld en dan schrijven we het op. Dat kan, maar er zijn bezwaren aan verbonden. Je ziet het aan het schrijven af. Er zijn er die nog een stapje verder gaan. Er zijn schrijvers die eerst iets opgeschreven hebben om vervolgens hun 'stijl' eraan toe te voegen. Als koude saus op de bloemkool van hun gedachten.

Het proza waar ik op doel wordt vaak geproduceerd op ministeries, aan universiteiten, in musea voor moderne kunst vooral, waar het Kunstwollen zich tot ver buiten het mededeelbare ontwikkeld heeft. Met schrijven heeft dat weinig te maken. Het klinkt wat romantisch, maar een schrijver weet pas wat hij voelt of denkt als hij het opgeschreven heeft. Het is ook niet romantisch, maar zo oud als de ontkenning van het dualisme.

Schoot

Willem Jan Otten is een schrijver, eentje die zo vriendelijk is in het Nederlands te schrijven. Hij is de fenomenoloog van onze literatuur, de schrijver van de ervaring. Wie hem leest, doet zonder dat hij het merkt (je zou dat een definitie van stijl kunnen noemen) nieuwe ervaringen op, krijgt als terloops nieuwe gevoelens in de schoot geworpen. Otten lezen is jezelf uitbreiden.

De letterpiloot is een verzameling van wat de auteur 'essays, verhalen en kronieken' noemt, maar als één ding duidelijk wordt bij het lezen ervan, is dat genres niet echt bestaan, dat dat slechts didactische hulpmiddelen zijn, goed voor de middelbare school en daarna snel te vergeten. Wie dit 'beschouwend' proza leest, ervaart soms een gedicht, hoort soms een flard muziek, heeft zelfs soms het eigenaardige gevoel dat hij iets gedaan heeft.

'Gedaan' had ik eerst tussen aanhalingstekens (hoe schrijf je zoiets correct op?), maar dan leek het teveel op masturberen. Daar gaat het boek ook over. Oude thema's als pornografie, als het kijken naar anderen, door hen bekeken worden met iemand mee kijken, komen wederom aan de orde. Maar hier wordt dat alles, voelbaarder dan in de vorige boeken, tot wat ze zijn, namelijk literatuur. “Wat ik maak, maak ik niet mee”, schrijft hij ergens.

Wonderrijtje

Het nieuwe boek van Otten zou je een dagregister van het gevoel kunnen noemen. Het gaat over wat een vader voelt en wat een zoon voelt, over wat pijn en geilheid is, wat oud en jong zijn betekent. Het gaat vooral over wat schrijven en lezen is. Otten behandelt er bijvoorbeeld zijn 'wonderrijtje' in, de schrijvers Van Schendel, Alberts en Koolhaas (waar blijft Maria Dermoût), het boek bevat stukken over toneel en zijn Groningse gastcolleges. Maar het gaat allemaal over de verbeelding die de ervaring tot zijn recht laat komen. Het boek is, maar begrijp mij niet eenzijdig, het manuaal van Otten.

Het bevat een van de mooiste ontmaskeringen van Mulisch in onze van bewondering stom geworden kritiek. Naar aanleiding van Mulisch beschrijving van de vredesdemonstratie van 21 november 1981, twijfelt Otten aan de waarde van diens herinnering. Voor Mulisch blijken wat hij ervaart en wat hij beschrijft twee verschillende dingen te zijn. “Door zulk denken vanuit de conclusie, dat de kern van Mulisch denktrant uitmaakt, lijkt het alsof er in zijn universum niet zoiets als een ervaring bestaat.” Het is een vernietigende conclusie voor een schrijver die het 'ene' probeert gestalte te geven.

Het mooist vond ik de fenomenologie van de pijn. Een schrijver valt en breekt een paar ribben en schrijft er wat zinnen over op. Hoe het opiaat werkt als de doezel van pal na het klaarkomen, de kalmerende werking van de zuster vooral, de hand die hij niet kende, het gezicht dat hij niet kon bekijken: voor Otten ook de kern van de begeerte, de redeloosheid van het verlangen. En de zin die erop volgt: “Ik weet dat wat ik hier bedenk me over een paar maanden zal bevreemden, ook dit: ik vind dat wat je schrijft dezelfde uitwerking moet hebben als de onbekende hand van vannacht.”

De letterpiloot is een belevenis.

UIT: WILLEM JAN OTTEN, DE LETTERPILOOT

“Na het ontwaken liggen staren naar mijn oude buurman die naar het plafond staart (-) Het was zes uur 's morgens.

Iemand die zich laat drijven op zijn pijn biedt een serene aanblik, rimpelloos, onaangedaan. Het is als kielzog, ik kan mijn ogen er niet van af houden. Dankzij mijn talent voor slaaf wil ik de hete zuster nu dankbaar zijn voor het opengeschoven gordijn.

Ze is vergelijkbaar met een stroom, met wind, en dus ook met muziek. Zij omspoelt en sleept mee. Daarom schrijven zij die met haar vertrouwd zijn zo dikwijls sententies. Pascal, Nietzsche, Cioran. Haar luwte is hun buitenkans. Ze formuleren alsof ze tijdens een concert snel, en vaak ook dwingend, iemand iets in het oor fluisteren.''

    • Willem Otterspeer