Drank en bedgekraak; David Vogels vingeroefening voor een grote roman

David Vogel: In het Sanatorium. Vert. Kees Meiling. Uitg. Meulenhoff, 101 pag. Prijs ƒ 24,90.

Niet bekend

Ook bij Vogel zorgt de onvermijdelijke internaatssfeer die in een sanatorium hangt ervoor dat de heimelijkheid misschien wel de grootste hartstocht van de kliniekbewoners wordt: stiekem roken, stiekeme afspraakjes en in het geniep pornografische tekeningen maken.

Tbc ook als oorzaak van de infantilisering van het leven vol kinderspelletjes en melige grappen met hoofdkussens als tijdspassering.

Naarmate de novelle vordert, wordt toch langzaam duidelijk dat hier de toekomstig auteur van Huwelijksleven aan het woord is. Vogel laat twee romanfiguren deze broeikas van dodelijke bacillen op twee heel verschillende manieren ontsnappen. De eerste wordt door de directrice - van het type verzuurde oude vrijster - op staande voet heen gezonden, wanneer hij zich uitvoerig te goed heeft gedaan aan een nachtelijk slippertje vol drank en bedgekraak. Niet een allesverterende liefde doet hem buiten de muren van het sanatorium belanden, maar een zeer aardse geilheid.

De tweede ontsnapte daarentegen heeft al de trekken van de latere hoofdfiguur Gurdweill uit Huwelijksleven: de beroepsquerulant Irme Orniek, die zich al helemaal heeft opgesloten in het veilige isolement van zijn longkwaal, wordt plotsklaps door de aantrekkelijke Gretty Finger uit zijn zelfgekozen ballingschap wakker gekust. Hij, een näieve en wat sullige jongen, ontwaart opeens de contouren van de grote allesbevrijdende liefde en heeft niet door dat hij slechts een speeltje is in de verveelde handen van het grillige meisje. Nadat ze hem aan de kant heeft gezet ('Ik heb al een vriend in Praag'), weet de wanhopige Orniek nog maar op een manier het sanatorium te ontvluchten, via 'een duizelingwekkende val in een diepe afgrond'. De ware, zichzelf wegcijferende liefde van de man stuit, volgens Vogel, immers altijd op de rots van de ongenaakbare en gewetenloze vrouw. Dan rest er slechts zelfmoord.

Maar al met al lukt het In het Sanatorium toch niet om aan de indruk te ontkomen dat het een zeer beknopte versie van De Toverberg is. Het verhaal is niet meer dan een vingeroefening met te veel vaagheid in de schetsen van de hoofdpersonen om als een volwaardige novelle te kunnen gelden. Dat er uit een dergelijke vingeroefening vier jaar later een zo groots werk als Huwelijksleven zou ontstaan is een wonder en toont weer eens aan, met een parafrase op Reve, dat bij God en in de literatuur niets onmogelijk is.