Dessens: zoveel mogelijk gas uit kleine velden blijven halen; Nederland heeft nog extra reserves die goed zijn voor zeven jaar verbruik

DEN HAAG, 22 APRIL. Nederland kan nog heel wat aardgas op zijn grondgebied aanboren: zo'n 300 miljard kubieke meter, goed voor meer dan zeven jaar binnenlands verbruik. Maar de nieuwe velden worden steeds kleiner. Op dit moment zijn er 102 'marginale' veldjes bekend op het Nederlandse deel van de Noordzee, waarvan er 25 met extra maatregelen rendabel tot produktie kunnen worden gebracht, zeggen de oliemaatschappijen. Daarom trokken ze vorig jaar aan de bel bij het ministerie van economische zaken om lastenverlichting te krijgen. Gisteren kwam minister Andriessen (EZ) met het verlossende woord dat bij Nogepa, de club van oliemaatschappijen, een enthousiaste reactie uitlokte.

“Wij leggen een pakket maatregelen in de markt om eens te kijken hoe dat werkt. Je kunt ze beschouwen als nuanceringen van het stabiele ondernemingsklimaat voor de mijnbouw, dat niet fundamenteel wordt gewijzigd”, zegt de directeur-generaal Energiebeleid van Economische Zaken mr.drs. C. Dessens.

Dessens heeft het vertrouwen dat dit pakket “in ieder geval zal helpen een aantal van de marginale velden tot ontwikkeling te brengen”, maar aan een raming waagt hij zich niet. “Dat zal in de praktijk moeten blijken. We moeten in de toekomst toch rekening houden met een wat lager niveau van exploratie en winning van gas in Nederland, want de grootste velden zijn ontdekt. Echte bonanza's zijn hier niet meer te verwachten”, legt hij uit.

Vooral als gevolg van de lage olieprijs (waaraan de gasprijs is gekoppeld) is gaswinning momenteel geen vetpot. De opsporingsactiviteiten zijn gehalveerd en bepaalde maatschappijen draaien hun activiteiten terug of verkopen hun Nederlandse belangen. Volgens Dessens werden er in 1991 in totaal 85 boringen verricht, in '92 en '93 kwam dit aantal net boven de 50, en dit jaar verwacht hij een nog lager aantal. In 1991 werden nog 41 exploratieboringen op de Noordzee verricht naar nieuwe gasreserves, vorig jaar waren dat er 13.

“Ons beleid om zoveel mogelijk aardgas uit kleine velden te halen, waardoor we het grote gasveld in Groningen zo lang mogelijk kunnen sparen, blijft recht overeind staan. Maar het kan niet tegen elke prijs”, zegt Dessens. “Bepaalde velden die echt te klein zijn, of die te ver van een pijpleiding af liggen, zullen waarschijnlijk nooit tot produktie komen. Je moet de kosten afwegen tegen de opbrengsten. Als ons om echte belastingverlagingen wordt gevraagd, overwegen we dat wel, we bestuderen het, maar we reageren met grote behoedzaamheid. Ons mijnbouwklimaat is gemaakt voor goede en voor slechte tijden. Dat is ons handelsmerk. Je kunt moeilijk zeggen: nu gaat de belasting omlaag en als de olieprijs straks weer stijgt moeten de maatschappijen weer meer gaan betalen.”

Een deel van de maatregelen die Dessens noemt, vergt wetswijziging, nadere studie door de Gasunie en medewerking van het ministerie van financiën. Dat gaat tijd kosten. Maar de oliemaatschappijen hebben vertrouwen in het pakket. Ze kunnen nieuwe investeringen voorbereiden en tegen de tijd dat het aardgas wordt geproduceerd uit de velden die nu nog onbenut zijn, kunnen ze hun rendement opstrijken. Eén van de maatregelen die Dessens bepleit, vervroegde afschrijving van investeringskosten op de belastbare winst, kan trouwens al heel snel effect opleveren. Nogepa verwacht van alle maatregelen samen een forse stijging op het geïnvesteerd vermogen in de gasproduktie, dat nu met gemiddeld 8 procent, “echt te laag is”, zegt ir. Walter van der Have, plaatsvervangend secretaris-generaal van Nogepa. “Het moet zich tussen de 15 en 20 procent bewegen, want je moet er rekening mee houden dat alle tegenvallers zoals mislukte boringen bij de exploratie daarop in mindering komen.”

Directeur-generaal Dessens denkt ook aan de mogelijkheid om bij de uitgifte van nieuwe vergunningen voor olie- en gaswinning op de Noordzee - volgend jaar begint Nederland met een negende ronde - de voorwaarden te versoepelen. “Dat zou je kunnen overwegen. Maar de pijn zit hem bij de marginale veldjes in de bestaande vergunningen en daarop is dit pakket afgestemd. Gelukkig kan de Gasunie de producenten een iets hogere prijs aanbieden, één cent per kubieke meter of nog iets meer. Gasunie heeft voor de kleine, onrendabele velden al een verkorting van de totale produktietijd per veld van 14 naar 11 jaar afgekondigd (het depletie-tempo) en er wordt gestudeerd op een verlaging van de produktiecapaciteit per veld (de loadfactor). Tot nu toe moeten de maatschappijen 50 procent extra capaciteit hebben om meer te kunnen produceren als dat nodig zou zijn. Die factoren samen betekenen juist voor de kleine velden een harde inkomstenverbetering, een hoger rendement voor de maatschappijen.”

Daarenboven zegt Dessens dat zijn ministerie “serieuze voornemens” heeft om een wetswijziging voor te bereiden om de staat behalve de lusten ook de lasten van de activiteiten op de Noordzee te laten dragen. Tot nu toe neemt het staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) alleen deel in de produktie van gas met een belang van 40 tot 50 procent, en dan gaat het dus louter om winst. “De staat moet ook deelnemen in de exploratie in nieuwe velden, in de uitgegeven winningsvergunningen, met alle risico's van dien. Anders is er niet echt sprake van een partnerschap”, aldus Dessens. “Dit kun je zien als het rechtstrijken van een onvolkomenheid. Als EBN meedoet kan het zijn dat kleine velden die nu niet rendabel zijn, net wèl de moeite gaan lonen, want het risico wordt door de particuliere maatschappijen en de staat gedeeld. Verder zullen we, elke keer als er een vergunning wordt verleend, er rekening mee houden dat de tijden moeilijk zijn en proberen via de staatsdeelneming het project over de drempel heen te helpen.”

Ten slotte noemt de directeur-generaal het middel om de oliemaatschappijen op korte termijn via de fiscus tegemoet te komen: de vervroegde afschrijving van kosten. “Versnelde afschrijving geeft een geweldige verbetering van de rentabiliteit. Wij zullen serieus overwegen of voor de offshore gaswinning de nieuwe wet Vermeend-Vreugdenhil kan worden toegepast. Die wet biedt een versoepeling van de afschrijving om de werkgelegenheid te bevorderen, met name door versterking van de economie van de zwakke regio's en voor kennisintensieve segmenten van de industrie. Die criteria zijn allebei van toepassing op de gaswinning, want de offshore-aannemers die veel werkgelegenheid kunnen bieden, zijn belangrijke toeleveranciers. Maar het kost wel geld. Waar dat vandaan moet komen moet door het ministerie van financiën nog worden bekeken.”

    • Theo Westerwoudt