De eenhoorn

Wie echt op zijn geluk vertrouwt

Die vindt een lusthof in het woud;

Daar, in die hoog ommuurde hof

Is geen enkel ding ooit grof.

Alles is er even fijntjes

Alles is van dunne lijntjes

Het is de hof van 't hoger zeuren

Niets dan exquisiete geuren;

Het ruikt bijvoorbeeld nooit naar eten

Er wordt alleen maar fruit gegeten.

Alles netjes, niets verwilderd

Als met waterverf geschilderd

Er groeien hemelsblauwe bloemen

Die geen tuinder kan benoemen.

Men zingt van harba lori fa!

(En nooit gewoon van tralala) -

Daar woont, onder een broze berk

Een eenhoorn in een rozenperk;

Als hij een zeker lied hoort fluiten

Dan komt hij heel bedeesd naar buiten;

Maar alleen dat ene wijsje

Gefloten door een rose meisje

En ze moet er wel voor waken

Om zijn hoorn aan te raken:

Want hoe mooi dat kind ook floot

Dan gaat die eenhoorn zuchtend dood.

Ik heb een onvervuld verlangen

Om mijn dokter te vervangen.

    • Rudy Kousbroek