Akkoord Nederlands-Duits korps

DEN HAAG, 22 APRIL. Minister Ter Beek (defensie) en zijn Duitse collega Rühe hebben vanmiddag in Den Haag een overeenkomst getekend die de oprichting van het 'Eerste Duits-Nederlandse' legerkorps regelt. Het akkoord bevat ook nadere afspraken voor samenwerking tussen de beide landen in het korps.

Nederland en Duitsland besloten vorig jaar een gezamenlijk korps te formeren dat uit 40.000 tot 50.000 man moet bestaan en volgend jaar operationeel wordt. Ook ander landen kunnen tot het korps toetreden.

Ter Beek en Rühe hebben onder meer afspraken gemaakt over de afbakening van de nationale verantwoordelijkheden, de relatie tussen de multinationale legerkorpsstaf, de nationale eenheden en de NAVO-bevelsstructuur. Ter Beek sprak van een historisch besluit en een belangrijke mijlpaal. “Behalve tevreden zijn we trots dat, vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog, Nederlandse en Duitse soldaten gaan samenwerken onder één commando, met een geïntegeerde staf en met een gezamenlijke missie.”

De chef van de Duitse landmacht, luitenant-generaal Bagger, en de bevelhebber van de Nederlandse landmacht, luitenant-generaal Couzy, ondertekenden een uitvoeringsovereenkomst die onder meer ingaat op de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de commandant van het legerkorps, de taken van de bi-nationale staf, de structuur en de omvang van het hoofdkwartier en de bevelsverhoudingen.

De eerste commandant van het korps wordt de Nederlandse plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht, generaal-majoor R. Reitsma. De staf van de nieuwe eenheid wordt gevestigd in de Duitse plaats Münster. De voertaal zal Engels zijn. Het Duits en het Nederlands worden alleen gebruikt bij officiële gelegenheden en het opstellen van verdragen.