Achter de vitrages; Drie novellen van debutant Wim Duijst

Wim Duijst: De fascinatie. Uitg. De Geus, 189 blz. Prijs ƒ 29,50

Het calvinistische erfdeel drukt op de Nederlandse literataire traditie een eigen stempel. De afvalligen die over hun jeugd in een gereformeerd milieu van 'kleine luyden' schrijven, roepen een sfeer op van benauwde afzondering en zedelijke bekrompenheid.

Het debuut van Wim Duijst, De fascinatie, sluit aan bij deze traditie, hoewel in dit boek god noch gebod een rol speelt en er geen kerk betreden wordt. De hoofdpersoon, het twaalfjarige jongetje Harm, heeft waarschijnlijk niet eens een christelijk achtergrond, maar het boek speelt zich af in een provincieplaats eind jaren vijftig-begin jaren zestig waar de sociale controle groot is en de schijnheiligheid hoogtij viert. Waarschijnlijk is het dit bedrukkende provincialisme dat de associatie met calvinisme wekt. Bovendien leert de flaptekst dat de auteur uit Spakenburg afkomstig is.

De fascinatie bestaat uit drie novellen die dezelfde hoofdpersoon hebben en onderling ook verweven zijn door de bijfiguren die gaandeweg in perspectief worden geplaatst. Het jongetje Harm maakt zelf geen ontwikkeling door. Hoewel zijn vader doodgaat, zijn moeder tijdelijk in een psychiatrische inrichting belandt en hijzelf ingeschakeld wordt bij een - vermoedelijke - moord, vernemen we niets over veranderingen in zijn gevoelsleven. Het zijn dan ook niet zijn problemen die de hoofdrol spelen, maar de manier waarop hij mensen en gebeurtenissen observeert. De jongen is een welhaast voyeuristische waarnemer. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar volwassenen wier onbegrijpelijke zinnen vrijwel altijd een verborgen boodschap over seksualiteit lijken te bevatten.

Geheimen

De titel, De fascinatie, dekt de lading van dit boek goed, want het kind raakt zo geobsedeerd door de alledaagse grote-mensenbeslommeringen dat het aanstekelijk werkt en je als lezer al even nieuwsgierig wordt als hij naar wat zich afspeelt achter de vitrages van de kneuterige eengezinswoningen. Weliswaar kan een volwassene uit de weergegeven gesprekken meer geheimen reconstrueren dan het kind, maar daarmee kom je nog niet onmiddellijk het fijne te weten van de verdwijning van een vijftienjarig meisje, de dood van een oude man en de huwelijksproblemen van het echtpaar bij wie het jongetje tijdelijk inwoont. De verhalen bestaan voornamelijk uit dialogen die verrassend goed in elkaar zitten en echt spannend zijn. Dat is des te frappanter omdat de gesprekspartners betrekkelijk oninteressante mensen zijn en hun verhalen nauwelijks iets te betekenen hebben. Maar voor het jongetje zijn hun kleine belevenissen en bedompte geheimen niets minder dan opwindende avonturen.

Hoewel de drie novellen van een constant hoog niveau zijn, vind ik de laatste, 'Borreltijd', het intrigerendst. Hierin wordt de cultuurbreuk manifest die zich in de jaren zestig begon af te tekenen en die ook de provincie niet onberoerd liet. Voor het kind maakt dat overigens niet veel uit: de met geheimzinnigheid omgeven seksuele toespelingen in het eerste verhaal zijn voor hem even raadselachtig als de geboorteweeën van de seksuele revolutie in het laatste verhaal. De keuze voor een niet domme, maar nog onschuldige hoofdpersoon stelt de schrijver in staat zich te onthouden van enig oordeel over de mensen die hij beschrijft. Omdat Harm nog over onvoldoende kennis beschikt om conclusies te trekken, moet hij het bij zijn observaties hebben van details en die geven zijn waarnemingen een extra charme.

Mijn enige kritiek geldt het einde van het boek, waarin Duijst wat al te opzichtig probeert een expliciet verband aan te brengen tussen de verhalen. Vooral de laatste zin, het cliché 'Er knapte iets in mijn hoofd', had hij beter kunnen schrappen. De geforceerde samenhang, die tegelijk een soort ontknoping is, suggereert ten onrechte dat de drie novellen eigenlijk samen een roman vormen. Misschien had hij er beter aan gedaan er inderdaad een roman van te maken, want iemand die met zoveel gemak in de huid van een ander (een kind in dit geval) kruipt en zo overtuigend dialogen en personen neerzet als Duijst, is daar vast en zeker toe in staat.

    • Elsbeth Etty