1993 recordjaar voor beleggingen pensioenfondsen

AMSTERDAM, 22 APRIL. 1993 is een buitengewoon goed jaar geweest voor de Nederlandse pensioenfondsen. Dit blijkt uit berekeningen van WM Company, dat op verzoek van 122 Nederlandse pensioenfondsen de beleggingsresultaten bijhoudt. Het gemiddelde rendement voor deze fondsen, die in totaal een belegd vermogen hebben van 142 miljard gulden, bedroeg 21,7 procent. De twee grote fondsen ABP en PGGM, alsmede de 22 pensioenfondsen van het GAK, zijn in de berekeningen niet meegenomen.

Na de Verenigde Staten en Groot-Brittannië heeft Nederland het grootste pensioenvermogen ter wereld. De onderzoekers schatten het totale vermogen van Nederlandse pensioenfondsen nu op “minimaal 600 miljard gulden”. Dat betekent dat er in 1993 rond 100 miljard gulden is verdiend. Het Philips-pensioenfonds, dat een belegd vermogen heeft van 20 miljard gulden, heeft bijvoorbeeld een rendement gehaald van rond vier miljard gulden, zo valt uit de cijfers af te leiden. Dat is twee keer zoveel als de netto winst van het moederbedrijf zelf.

De onderzochte fondsen belegden gemiddeld 29 procent in aandelen, 13 procent in onroerend goed en 56 procent in vastrentende waarden zoals obligaties. Aandelenbeleggingen presteerden het best met een rendement van 42,3 procent, gevolgd door internationale obligaties met 22 procent en Nederlandse obligaties met 17,1 procent. Onroerend goed bleef achter met een rendement van 10,6 procent. De meting door WM laat zien dat grote pensioenfondsen structureel betere resultaten behalen dan kleinere. In 1993 haalden pensioenfondsen met een belegd vermogen van meer dan 5 miljard gulden een resultaat van 23,1 procent; pensioenfondsen met minder dan 500 miljoen gulden haalden slechts 18,7 procent. Over de laatste vijf jaar haalden de gemeten pensioenfondsen een gemiddeld rendement van 9,5 procent. Aandelen waren in die periode goed voor 11,9 procent, terwijl vastgoed met 6,6 procent ver achterbleef. Volgens WM Company, dat wereldwijd de resultaten bijhoudt van meer dan 2.000 beleggings- en pensioenfondsen, verleggen de pensioenfondsen hun beleggingen steeds meer naar de internationale aandelen- en obligatiemarkt.

Het resultaat dat door de onderzoekers is gemeten, kan afwijken van de resultaten die de aangesloten pensioenfondsen binnenkort zelf rapporteren. Dat komt doordat de beleggingen door de fondsen zelf doorgaans worden gewaardeerd op de aanschafwaarde, terwijl de meting is verricht op de marktwaarde. De in 1993 sterk gestegen obligatiekoersen komen zo bijvoorbeeld niet terug in de officiële resultaten van de pensioenfondsen zelf.