Zelfs geen geld meer voor krijtjes

In Rusland verdient een schoonmaakster meer dan een hoogleraar. De universiteiten worden schandelijk verwaarloosd. Dat zal zich tegen de hervormers keren.

Altijd is de Russische intelligentsia een belangrijke maatschappelijke steun geweest van de politieke hervormingen van Gorbatsjov en Jeltsin. Maar nu dreigt zij het slachtoffer van die hervormingen te worden en zich tegen Jeltsin te gaan keren. En daarmee dreigt de president zijn laatste maatschappelijke steunpilaar te verliezen.

Het wetenschappelijk onderwijs in Rusland verkeert in een diepe crisis. Vorige maand was er een massale eendagsstaking van 170 universiteiten en hogescholen in het land. In Nizjni Novgorod werd op symbolische wijze het hoger onderwijs, 'van uitputting' gestorven, begraven. In Archangelsk werd het standbeeld van de grondlegger van de Russische wetenschap, Michail Lomonosov, in een gescheurde toga gehuld. En in Moskou werd in het Gorkipark een grote protestmanifestatie van tachtig hoofdstedelijke hoger-onderwijsinstellingen gehouden.

De eisen waren elementair: uitbetaling van achterstallig loon aan docenten en van niet-uitgekeerde beurzen aan studenten, en verhoging van de nationale begroting voor het hoger onderwijs. De leuzen waren duidelijk: “Beter nu investeren in hoger onderwijs dan straks nog meer in bestrijding van de misdaad” en “Een arme student is dubbel gevaarlijk”. En de kwalificaties waarmee de Bond van Rectoren de situatie van het hoger onderwijs in Rusland aanduidde, laten geen twijfel omtrent de ernst van de zaak: 'ondraaglijk', 'katastrofaal', 'op de rand van de ondergang', 'explosief'.

De problemen zijn inderdaad enorm. Sinds de economische liberalisatie van 1992 is er geen geld meer voor aanschaf van nieuwe apparatuur voor laboratoria, van computers, van boeken en buitenlandse tijdschriften voor bibliotheken, van eenvoudig onderwijsmateriaal, zelfs krijt voor de borden ontbreekt. Er is geen geld voor het onderhoud van de gebouwen, voor de aanschaf van toiletpapier, voor de betaling van gasrekeningen, en sinds december vorig jaar ook niet meer voor salarissen en studiebeurzen. Het ministerie van Wetenschap is drie maanden salaris en studiebeurs schuldig aan universiteiten en hogescholen.

Braindrain

Het nominale loon van een universitair docent bedraagt 30.000 roebel, en van een hoogleraar 70.000 roebel. Dat is (was) respectievelijk veertig en vierentachtig gulden, en dat is beneden het 'fysiologisch minimum' en tien maal minder dan het wettelijk vastgestelde salaris in het hoger onderwijs. Een schoonmaakster in een Westers winkelfiliaal in Moskou verdient meer dan een hoogleraar! Ruim vierduizend geleerden zijn vorig jaar permanent of op contractbasis naar de VS, Duitsland en Israel vertrokken. Professoren en docenten die niet aan deze braindrain meedoen, moeten bijverdienen in de tijd van de baas, of zoeken helemaal maar een andere baan. In de afgelopen drie jaar zijn 20.000 wetenschappelijke personeelsleden uit de hoger-onderwijsinstituten vertrokken. Studenten moeten bijverdienen als verkoper, schoonmaker of nachtwaker. De beurzen schommelen tussen 8.000 en 15.000 roebel (tien en negentien gulden), genoeg om enkele dagen van te leven. De studieprestaties worden navenant minder.

Het aureool van de wetenschap is verdwenen. Wetenschappers behoren nu tot de laagst betaalde groepen in de samenleving. Waar vroeger voor de universiteit wachtlijsten golden en via een 'konkoers' een plaats moest worden veroverd, zijn de selectiewedstrijden nu afgeschaft of de criteria verlaagd om toch maar zoveel mogelijk studenten te krijgen. Er is ook weinig interesse meer voor promoveren, want het loon van een aio ('aspirant') is maar 15.000 roebel. Daardoor voorziet men over een aantal jaren een tekort aan gekwalificeerde onderzoekers en docenten. Ook zullen er dan minder studenten zijn. Was Rusland tot voor kort nog het tweede land ter wereld inzake het aantal studenten per tienduizend inwoners, nu al staat het tien plaatsen lager.

Geen prioriteit

Zelfs staken is frustrerend voor wetenschappers omdat men weet dat de bevolking er niet van wakker ligt. In tegenstelling tot die van de mijnwerkers, die ook al een paar maanden geen loon meer hebben ontvangen en eveneens met staking dreigen. De regering onderkent het probleem wel, maar heeft weinig mogelijkheden er werkelijk iets aan te doen. Op de schaal van nationale rampspoeden heeft het hoger onderwijs geen prioriteit. Minister Boris Saltykov van Wetenschap en Techniek heeft toegegeven dat vorig jaar 300 miljard roebel, dat is een derde van het toegewezen budget, niet is uitbetaald. Het illustreert nog eens het onrealistische karakter van de huidige staatsbudgetering. Alleen de ruimtevaart heeft het haar toegezegde deel - en zelfs meer - gekregen.

In 1993 werd 1,7% van de nationale begroting besteed aan het hoger onderwijs. Dat was al een procent minder dan in 1992. De Bond van Rectoren wil dat 3% van het nationale budget aan hoger onderwijs wordt besteed en gagarandeerd.

Minister Saltykov zegt in een interview in de krant Segodnja dat Rusland zich geen breed front van wetenschap meer kan veroorloven en dat de tijd van grandioze projecten voorbij is. Slechts 33 wetenschappelijke onderzoekscentra zullen door de staat worden gefinancierd, andere moeten hoofdzakelijk commercieel gaan werken. Nu al verhuren universiteiten kantoorruimte aan bedrijfjes. Maar een van de eisen van de stakende wetenschappers was juist een verbod op privatisering van hoger-onderwijsgebouwen.

Absurde situatie

Tegen de achtergrond van de ellende aan universiteiten en hogescholen lijkt de Russische Academie van Wetenschappen te floreren. Feit is dat maar weinig Academieleden zijn geëmigreerd. In de week van de protestmanifestaties was ik op bezoek bij het Filosofisch Instituut van de Russische Academie van Wetenschappen. Daar zag ik een absurde situatie, absurd niet alleen tegen de achtergrond van het Russische hoger onderwijs, maar ook die van de internationale wetenschappelijke wereld. Aan het Filosofisch Instituut, ondergebracht in een reusachtig gebouw, werken ongeveer driehonderdvijftig filosofen. Zij doen alleen onderzoek en begeleiden 50 aio's. De ongeveer 100 docerende filosofen aan de Moskouse Universiteiten zijn niet inbegrepen in het getal 350. Daarmee is Moskou de stad met de hoogste filosofendichtheid ter wereld.

Ik proefde overigens geen academische sfeer in het gebouw, het leek eerder een groot kantoor. En deze filosofische denktank, onder leiding van de vroegere directeur van de Pravda Frolov, overstelpt de wereld ook niet met publikaties. Het bekendste boek in het Westen van een Russische filosoof is nog steeds Aleksandr Zinovjev's zestien jaar oude satire op de Sovjet-filosofie Het Gele Huis, een allusie op het gele filosofengebouw maar ook een term voor 'gekkenhuis'.

Men is op het Filosofisch Instituut realistisch genoeg om te beseffen, dat de schijnbaar riante situatie daar niet eeuwig kan voortbestaan. Eens zal de regering de puur monetaire financiering van dit overbevolkte filosofenpaleis stop zetten. Of er dan ook een braindrain van Russische wijsgeren naar het Westen op gang komt, is onwaarschijnlijk: het zijn geen natuurwetenschappers. Trouwens, ook voor die laatsten wordt het moeilijker. Roald Sagdejev, ruimtevaartdeskundige, prominent lid van de Russische Academie van Wetenschappen en tijdelijk werkzaam in Amerika, ziet als gelukkige rem op de fatale emigratie van Russische wetenschappers, het feit dat in het Westen ook bezuinigd moet worden op het budget voor wetenschappelijk onderzoek.