Verruiming van openingsuren musea bepleit

AMSTERDAM, 21 APRIL. Musea moeten hun openingstijden verruimen om meer bezoekers te krijgen. Want potentiële bezoekers hebben veelal een baan, waardoor zij alleen in het weekend tijd hebben om tentoonstellingen te bezoeken.

Dit bepleitte Arthur van Schendel, directeur van het Amsterdams Uitburo (AUB) gisteren in Amsterdam tijdens een discussie over 'publieksparticipatie', het nieuwe toverwoord voor de musea, geïntroduceerd door minister d'Ancona van WVC, dat versleten termen uit de jaren zestig zoals 'cultuurspreiding' en 'educatie' moet vervangen. De bijeenkomst was georganiseerd door de Nederlandse Museumvereniging en de Rijksdienst Beeldende Kunst.Uit recente onderzoeken blijkt dat driekwart van de bevolking nooit naar een toneel- of dansvoorstelling gaat. De helft van de Nederlanders ziet nooit een museum van binnen. Ongeveer 360.000 Nederlanders zijn goed voor zo'n vier miljoen bezoeken per jaar. Om nieuwe publieksgroepen aan te boren moeten musea de marketing van hun 'produkt' verbeteren. De onderlinge concurrentie zal toenemen, zo voorspelde Ton Bevers, hoogleraar Kunst- en Cultuurwetenschappen van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Door ruimere openingstijden kunnen volgens Van Schendel veel meer mensen over de museumdrempel worden getrokken. Musea sluiten nu altijd om vijf uur. Aangezien voor werkende mensen de zaterdag wordt opgeslokt door boodschappen doen, blijft alleen de zondagmiddag over. Het Rijksmuseum liet in een eerste reactie weten inderdaad te overwegen vanaf 1 januari 1995 zeven dagen per week van 10 tot 17 uur open te zijn, net als het Van Goghmuseum.

Behalve het wijzigen van bezoekuren, kunnen musea ook bezoekers werven door intensiever samen te werken met de televisie. Daarvan werden gisteren in Amsterdam al vele succesvolle voorbeelden genoemd. Volgens een vertegenwoordigster van Paleis Het Loo zorgde een item in NOVA voor 110.000 bezoekers op de tentoonstelling De koning op zolder. De veel gehoorde klacht dat de televisie “verdomd weinig” doet aan kunst- en cultuur werd door Piet Erkelens, hoofd van de afdeling cultuur van de NOS, onderschreven.

    • Din Pieters