'Problemen bij nieuwe letterenstudie zijn tijdelijk'

ROTTERDAM, 21 APRIL. De problemen bij veel van de nieuwe letterenstudies zijn van voorbijgaande aard. Het gaat om “kinderziektes” van beginnende opleidingen.

Dat zegt prof. dr. J.A.H. Bots, decaan van de letterenfaculteit in Nijmegen en voorzitter van de afdeling Letteren van de vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU). Hij reageert daarmee op het rapport van de visitatiecommissie Nieuwe Letteren, dat hij gisteren namens de VSNU in ontvangst nam.

De commissie spreekt daarin haar vrees uit voor wetenschappelijk vervlakking van de nieuwe letterenopleidingen, zoals communicatiekunde en Europese studies. Ze wijst daarbij op de soms gebrekkige samenhang tussen de deelvakken en de grote toeloop van de studenten. Maar volgens Bots is “de kritiek op het wetenschappelijk gehalte van nieuwe letterenstudies dezelfde als honderd jaar geleden op destijds nieuwe opleidingen als Frans, Engels en Spaans. Zoiets moet groeien.”

Prof. dr. Leerssen, voorzitter van de studie Europese Studies in Amsterdam, relativeert de kritiek van de commissie op het ontbreken van een wetenschappelijk synthese van de verschillende deelvakken tot stand, door te wijzen op de situatie bij 'traditionele' vakken als Engels en Frans. “Toen ik Engels studeerde kreeg ik Oud-Engels, Fonetiek en postmoderne literatuur. Dat werd ook niet tot synthese gebracht. Dat is een algemeen probleem bij letteren.” De voorzitter van de VSNU, W.C.M. van Lieshout, noemt het verheugend dat door het rapport de vraag naar de wetenschappelijkheid van de nieuwe opleidingen nadrukkelijk aan de orde moet worden gesteld door de faculteiten. “Het is heel goed mogelijk dat de letterenfaculteiten tot de conclusie komen dat negentig procent van de nieuwe opleidingen wel degelijk wetenschappelijk is. maar het is duidelijk dat bij de combinatie van verschillende disciplines in een opleiding de diepgang wordt opgeofferd aan de breedte”, aldus Van Lieshout.

Volgens Bot is er geen sprake van dat de band tussen onderwijs en onderzoek bij de nieuwe studies losser is dan bij andere studies. “Wel is het zo dat bijvoorbeeld de band van het onderwijs in de nieuwe studies met gelijksoortig onderzoek moet langzaam groeien. Veel van de nieuwe studies lijden zwaar onder de beperkte financiële middelen van de Letterenfaculteiten, zegt Bots. Snel groeiende studies worden daar extra zwaar door getroffen omdat het “ontzettend moeilijk” is om snel middelen en mensen te verschuiven. “De docenten treft dus geen blaam, die moeten plotseling een enorme stroom opvangen”.

Inmiddels maakt de letterenfaculteit in Nijmegen, waar Bots zelf decaan is, een “gigantische reorganisatie” door., om de problemen van de de sterk groeiende studierichting Bedrijfscommunicatie op te lossen. De visitatiecommissie constateerde daar te weinig aandacht voor wetenschappelijk diepgang en een slechte staf/studentenratio: minder dan een docent per veertig studenten.