Potsen onder het middaggebed

HILVERSUM - De dikkige jongen heeft zich verkleed in een paars jasje, brillantine in zijn haar gesmeerd en een bril met jampotglazen op zijn neus gezet. “Shaloom!” roept hij hartelijk, wanneer hij de ontvangstruimte van de Mevlena-moskee in Amersfoort betreedt. De aanwezigen, sommige in djellabah, andere getooid met de baard van vrome gelovigen, reageren schuchter en terughoudend. Wat moeten ze hier nu van vinden? Enerzijds is de vreemdeling te gast in hun godshuis. Maar anderzijds staat hun tempel in zijn land. Dan is het moeilijk de normen vast te stellen voor correct gedrag. Ze zeggen niets en wachten af.

Druk babbelend laat de dikke jongen zich voorgaan naar de gebedsruimte. Hij hannest nog wat met de uitgetrokken schoenen en vermaakt zich proestend tijdens de rituele wassing. Dan voegt hij zich knipogend in de rij van biddende gelovigen. Hij buigt mee met de rij, maar steeds te vroeg of te laat, rolt om en kan niet meer overeind komen, snuift en giechelt, humt en gnuift, vraagt 'tellen?' wanneer hem een gebedskoord van witte kralen wordt aangereikt en begint er dan figuurtjes mee te maken en zijn vingers in te verstrikken terwijl de omstanders tersluikse blikken werpen maar de voorganger onverstoorbaar zijn zang vervolgt. Bij het verlaten van de moskee roept de dikke jongen 'Het was heerlijk!' en steekt nog snel een paar vreemde schoenen in zijn zak.

Deze scène speelde zich afgelopen najaar af. De bezoeker was een acteur. Hij noemde zich Bob de Rooy en heet in werkelijkheid Paul de Leeuw. De gelovigen waren echt, net als de moskee. Het stukje geënsceneerde werkelijkheid werd op video opgenomen en uitgezonden in een aflevering van het programma De schreeuw van De Leeuw die geheel aan de islam was gewijd. Ik vond het een verbazingwekkend en, misschien juist daarom, nogal geestig filmpje.

De Islamitische Raad Nederland niet. Die was woedend. Het belangrijkste overkoepelende orgaan van de moslims in ons land had er geen bezwaar tegen dat deze bevolkingsgroep op de hak werd genomen maar vond dat religieuze ceremonies daarbij buiten schot moesten blijven. Tal van moskee-organisaties hadden bij de Raad geklaagd. “Een eredienst is voor moslims een emotioneel gebeuren, door dit belachelijk te maken is De Leeuw te ver gegaan,” vond men. Vorige week werd ditzelfde programma door de stichting Anti Discriminatie Overleg en de gemeente Amsterdam niettemin onderscheiden als de beste uitzending op 'multi-etnisch' gebied. De jury loofde met name de 'zelfspot' tijdens het bezoek in de moskee.

Dit is verwarrend. Om te beginnen omdat er blijkbaar heel verschillende opvattingen bestaan over het mikpunt van de satire. Met wie werd er nu precies de spot gedreven?

“Met de Nederlanders die niets van de islam begrijpen”, zegt jury-voorzitter Wim Koole vol overtuiging. De vroegere directeur van de IKON kan zich niet voorstellen dat een gelovige moslim aanstoot neemt aan de potsen van Bob de Rooy tijdens het middaggebed. “Paul de Leeuw maakt uitsluitend zichzelf belachelijk”, legt hij uit. “We hebben de bewuste scène een paar keer afgedraaid en er geen kwaad in gevonden. De jury heeft er niet over hoeven discussiëren. We hebben drieënzestig uitzendingen over de minderheden beluisterd en bekeken. De meeste waren bijzonder goed bedoeld en vielen juist daarom zo makkelijk over het hoofd te zien. Dit programma was nu eens niet bevoogdend. Het sloot helemaal aan bij onze veranderde kijk op de minderheden: ze horen er gewoon volwaardig bij en daarom mogen we ook best om hun zeden en gebruiken lachen.”

Koole moet even piekeren over de vraag of een vergelijkbare reportage ook tijdens een gereformeerde of een katholieke dienst gemaakt had kunnen worden. Of in een synagoge. Hij denkt uiteindelijk van wel. Dertig jaar geleden stond Nederland op zijn kop toen in het satirische programma Zo is het... gebruik werd gemaakt van bijbelteksten om de aanbidding van het televisietoestel te karakteriseren. Maar toen de IKON het bewuste fragment tien jaar later herhaalde, nam niemand er meer aanstoot aan. Koole denkt dat de Nederlandse moslims nu zo ver zijn als de Nederlandse christenen twintig jaar geleden. M.E. Atesz, de voorzitter van de Islamitische Raad, is dat niet met hem eens.

Atesz: “Het was een èchte gebedsdienst, geen toneelstukje. Ik geloof absoluut niet dat het bestuur van een synagoge daar toestemming voor had gegeven. De mensen in Amersfoort hebben niet precies beseft wat er ging gebeuren. Ze wilden gewoon hartelijk zijn, gastvrij. Ze zijn enorm geschrokken door de gekwetste reacties van hun geloofsgenoten.”

Ontwikkelingen in het minderhedenbeleid voltrekken zich de laatste tijd in razend tempo. Culturele integratie, geografische spreiding, de plicht om Nederlands te leren. Wat de ene week nog volstrekt taboe was, is de volgende al tot wet verheven. Nederland kent nauwelijks racisme, maar de tolerantie tegenover vreemde gewoontes en gebruiken wordt snel minder. Wim Koole denkt niettemin dat het nog altijd de minderheden zelf zijn die mogen uitmaken of ze gekwetst zijn. De heer Atesz stelt naar aanleiding van de bekroning vast, dat uiteindelijk toch altijd de meerderheid dat oordeel velt. Hij heeft gelijk. Is zo'n programma niet in de eerste plaats een manier om te laten zien hoe flink we tegenwoordig tegenover de minderheden zijn? Ik heb het nog eens op de band bekeken en daarbij speciaal op de buitenlandse gasten en de buitenlanders in het publiek gelet. Ze maken niet de indruk echt een dolle avond te beleven. Ze lachen een beetje beduusd, zoals de toerist die op een ver en vreemd dorpsplein tegen zijn zin bij een volksdans wordt betrokken en er terwille van de goede verstandhouding maar het beste van maakt.

Waardering hebben voor Hollandse humor, een warm gevoel van binnen krijgen wanneer je afgezeken wordt - ik ben bang dat dat de hogeschool is van het Nederlanderschap, of zelfs een postdoctorale cursus die ook de meeste autochtonen nog niet met succes hebben afgesloten. Het is dan ook wel een heel bijzondere manier om te bevestigen dat je er helemaal bijhoort, die elders zonder toelichting niet wordt begrepen. Al die leuke opmerkingen over je kleur, je accent, je geloof, je eten klinken in vreemde oren vaak gewoon als beledigingen. Soms zijn ze ook niet dubbel- maar driedubbelzinnig. En trek er in vredesnaam niet de conclusie uit dat je in Nederland om alles mag lachen. Er is hier nog een heleboel wat Bob de Rooy niet mag.