Officier in beroep tegen uitspraak HCS-affaire

AMSTERDAM, 21 APRIL. De topondernemers J. van den Nieuwenhuyzen, E. Albada Jelgersma en L. Melchior zijn nog niet af van de HCS-zaak. De officier van justitie in Amsterdam heeft hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak in de HCS-zaak van 8 april.

Officier mr. W. van Nierop meent dat de Amsterdamse rechtbank door de vrijspraak in de HCS-zaak “in de toekomst vervolging van voorkenniszaken wel heel erg moeilijk maakt”. Het openbaar ministerie wil daarom een uitspraak van het Hof over de HCS-zaak, de eerste voorkenniszaak die in Nederland voor de rechter is gekomen. De officier heeft het hoger beroep, dat over minstens een half jaar zal dienen, ook aangetekend tegen de vrijspraak van Van de Nieuwenhuyzen inzake de verdenking van valsheid in geschrifte bij HCS-transacties.

Begemann-topman Van den Nieuwenhuyzen, Unigro-directeur Albada Jelgersma en financier Melchior werden vrijgesproken van de beschuldiging dat zij in 1991 met voorkennis hadden gehandeld in aandelen in het automatiseringsbedrijf HCS. Van Nierop meent dat de rechtbank in zijn vonnis “een te enge uitleg” heeft gegeven aan het begrip “geheimhoudingsplicht”, een belangrijke voorwaarde om te bepalen of er sprake is van misbruik van voorwetenschap. Verder houdt de officier vol dat voor misbruik van voorwetenschap niet noodzakelijk is dat de insider het toekomstige koersverloop kan voorspellen.

Raadsman mr. D.R. Doorenbos van Albada Jelgersma wees er vanmorgen met een verwijzing naar mogelijke claims tegen justitie op dat door het hoger beroep van het OM de zakelijke schade van zijn cliënt verder oploopt. Van den Nieuwenhuyzen moet overigens ook nog voor de rechter verschijnen op verdenking van misbruik van voorwetenschap in aandelen Begemann tijdens de overname van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij begin 1991.