Luxe is een illusie

'Duur' heeft een merkwaardige aantrekkingskracht. Is het status, jezelf onderscheiden van de massa, substitutie? Welnee. De op luxe gestelde mens denkt niet in dit soort termen; wie zich graag met dure dingen omringt, heeft geen boodschap meer aan wat andere mensen zeggen.

De Britse kunsthistoricus Kenneth Clark beschrijft in zijn autobiografie hoe het is om in weelde te baden. Zijn vader vertelde hem altijd heel emotioneel dat hij wel twee jaar in het familiebedrijf had gewerkt, in een spinnerij. Clark voegt hier echter aan toe dat een bedrijfshistoricus later geen enkel bewijs kon vinden dat zijn vader in die jaren ook maar iets had uitgevoerd. De oude Clark besteedde zijn tijd daarna vooral aan zeilen, jagen, gokken en whisky. Zijn woonhuis liet hij protserig betimmeren; de muren hing hij vol met alles wat hem aanstond. Smaak had hij niet.

Geld was een aardigheidje. In casino's aan de Riviera gokte vader Clark alleen toen er nog met goudstukken werd gespeeld. Daar vulde hij 's nachts zijn bed mee op. Zodra de casino's op fiches overgingen, was er geen lol meer aan.

Toen de oude Clark weer eens een nog groter zeiljacht had laten bouwen, gaf hij aan boord een lunch voor enkele andere rijkaards. Een mevrouw uit Parijs wilde het jacht onmiddellijk kopen, tegen elke prijs. Vader Clark noemde een gigantisch bedrag en de Franse dame ging akkoord, mits inderdaad echt alles in de koop was inbegrepen, zelfs het schrijfpapier dat aan boord was. De familie Clark kocht van de opbrengst van het schip een enorm stuk land waar vader een huis op liet zetten.

Weinigen van ons kunnen zich het leven van de oude Clark veroorloven. De grootste fantasieen over dure dingen kreeg ik in de tijd dat ik een klein jongetje was. Over geld hoefde ik me het hoofd niet te breken, want ik zat nog maar net op school. Zonder zorgen bedacht ik hoe mooi het is om in een goed gestoffeerd kasteel te wonen.

Later, toen ik volwassen werd, rekende ik luxe goederen om in uren werken. Hoewel mijn uurloon in de loop der jaren flink is gestegen, beperkt dit mijn kooplust. Ik weet ergens een mooi marmeren beeld te staan dat een bruto jaarloon kost, maar ik moet veel te lang werken om dit bedrag netto op tafel te kunnen leggen. Dat heb ik er niet voor over en daarom maak ik mezelf maar wijs dat ons huis eigenlijk te klein is voor zo'n extravagantie.

Fantastische kostbaarheden zijn weggelegd voor mensen die in de positie van Heer Bommel verkeren. Ze kregen een fortuin in de schoot geworpen: familiekapitaal, plotseling gestegen aandelen, woekerwinsten of een lucratieve uitvinding. Het blad Life bevatte indertijd een reportage over een componist die een goedlopend liedje had geschreven. Sindsdien zwalkt hij in een luxe jacht over de zee. Hij is niet van plan om ooit nog een noot op papier te zetten.

Een goede opvoeding lijkt me voor rijkaards een handicap, want dan krijg je al gauw het idee dat de luxe ongeschonden doorgegeven moet worden aan volgende generaties. Een calvinistische achtergrond is eveneens een bezwaar, want calvinisten zijn niet op aarde gekomen om het geld zorgeloos op te maken: aankopen worden vooral beschouwd als een investering die later veel meer moet opbrengen. Wie zo'n overtuiging koestert, vindt het al gauw een zonde om ergens van te genieten: geld is bedoeld om zich te vermenigvuldigen. De bezitter heeft slechts tot taak om zich daar helemaal voor in te zetten. Een welopgevoede calvinist drinkt slechts jenever en laat de kostbare wijn verstoffen.

Zijn het sterke benen die de weelde kunnen dragen? Behalve het in de schoot geworpen kapitaal is voor luxe een onafhankelijke geest nodig. Wie zich graag met dure dingen omringt, moet geen boodschap meer hebben aan wat andere mensen zeggen. Hooguit mag zo iemand er plezier in hebben om anderen de ogen uit te steken, zoals degene die zich extravagant kleedt om heimelijk genoegen te beleven aan de steelse blikken die op hem of haar geworpen worden.

Toch gaat er ook een bijzondere aantrekkingskracht uit van dingen die heel duur zijn. Een jaar of twintig geleden vertelde mevrouw Schulman, de inmiddels overleden echtgenote van een grote Amsterdamse muntenhandelaar, het volgende verhaal. Ze had een bepaald muntstuk in huis dat ze zelf heel mooi vond en daarom niet wilde verkopen. Voordat ze met vakantie ging, zocht mevrouw Schulman hier een veilige plaats voor. Ze bedacht, dat ze dit stuk het beste neer kon leggen in een la tussen de andere munten die in de winkel te koop waren. Op het prijskaartje vulde ze een bedrag in dat tienmaal boven de handelswaarde lag. Geen mens zou dat veel te duur geprijsde exemplaar willen kopen.

Toen mevrouw Schulman terug kwam van vakantie, vertelde het winkelpersoneel haar enthousiast dat er een heel kostbaar stuk was verkocht: de tien keer te hoog geprijsde munt. De koper kan geen numismatische expert geweest zijn, want die zou dat bedrag belachelijk hebben gevonden. De koper was kennelijk iemand die in de ban raakte van een hoge prijs.

Luxe is vooral een illusie. Kennissen van me maakten enige tijd geleden een cruise. Bij thuiskomst vroeg ik, wat voor moois ze hadden gezien. Dat bleek weinig meer te zijn geweest dan de zee en het schip. Waar die kennissen vooral enthousiast over vertelden, dat was het ontbijt aan boord. Ze hadden champagne bij het ontbijt gekregen. Dat alleen al maakte de hele cruise tot een rijke, onvergetelijke ervaring.

Wie een grote kunstcollectie wil aanleggen, heeft niet alleen behoefte aan geld maar ook aan tijd. Het is dan noodzakelijk om specialistische kennis te verwerven. Bovendien vraagt een belangrijke collectie veel aandacht. En er is de zorg om diefstal. Het aanleggen van een evenwichtige verzameling is veel ingewikkelder dan je omringen met luxe goederen. Wie slechts het leven van een rijkaard zoals de oude heer Clark wil leiden, moet zorgeloos kunnen zijn. Een eventuele kunstcollectie kan dan maar het beste worden uitbesteed aan een conservator.

Echte luxe is waardeloos. Dure dingen vragen om een achteloze houding. Als geld geen rol speelt, mogen luxe goederen je ook gewoon ontstolen worden, want je kunt toch gewoon weer iets anders kopen?

Het meest jaloers ben ik op een oude, licht demente heer die regelmatig naar de bank ging om zich in de kleinere coupures te laten uitbetalen. Thuis gebruikte hij zijn eigen bankbiljetten als wc-papier. Omdat het steeds om betrekkelijk kleine bedragen ging, ontdekte de familie dit pas vrij laat. Al die tijd had deze heer met zijn geld kunnen doen wat hij wilde. Dat is luxe. Of misschien is luxe vooral: ongegeneerd iets doen wat andere mensen zonde van het geld vinden. Luxe is uiteindelijk slechts een probleem van de omstanders.