In Servië willen maar weinigen gebieden in Bosnië teruggeven

Als het aan de Serviërs ligt, moeten - hoezeer de internationale sancties ook bijten - de Bosnische Serviërs hun veroverde gebieden houden. Volgens een opiniepeiling is slechts een kleine minderheid van de inwoners van Joegoslavië (Servië en Montenegro) voor een regeling waarbij de Bosnische Serviërs gebied afstaan.

Een groot opinie-onderzoek, uitgevoerd door het Centrum voor Politieke Studies en Onderzoek van de Openbare Mening in Belgrado, bevestigt op veel punten wat veel waarnemers al dachten: de Servische president Milosevic mag voor de buitenwereld en de Servische oppositie een boeman zijn, hij blijft verreweg de populairste politicus in Servië en zijn propaganda over het Servische gelijk en over het boze buitenland wordt in eigen land algemeen geloofd.

De resultaten van de opiniepeiling werden deze maand samengevat in een onderzoeksrapport van Radio Free Europe. Het onderzoek werd al in november gehouden, maar er zijn geen aanwijzingen dat de meningen van de bevolking van Servië sindsdien zijn veranderd. Van de 1.511 ondervraagden omschreef 77 procent zich als Serviër; de rest noemde zich Montenegrijn, moslim, Hongaar of 'Joegoslaaf'. De opiniepeiling werd gehouden onder inwoners van Servië zelf; Albanezen uit Kosovo werden niet bij het onderzoek ondervraagd.

In grote meerderheid blijken de Serviërs achter het denkbeeld van een Groot-Servië te staan. Op de vraag of de regering zich moet bekommeren om de bescherming van de rechten van de Serviërs buiten Joegoslavië (dus in Bosnië en Kroatië) antwoordt driekwart bevestigend; slechts veertien procent vindt dat de regering zich niet moet inzetten voor de Bosnische en Kroatische Serviërs. 37 procent van de ondervraagden vindt dat de Bosnische Serviërs alle gebieden in Bosnië die ze controleren, moeten houden; 33 procent vindt dat ze het grootste deel van die gebieden moeten houden. Slechts tien procent is voorstander van de vorming van een Bosnisch-Servische republiek binnen de grenzen van de Owen-Vance-plan.

Ook over de toekomstige status van Kosovo, de door een overgrote meerderheid van Albanezen bewoonde provincie ten zuiden van Servië die haar grondwettelijk gegarandeerde autonomie is kwijtgeraakt, heerst concensus in Servië: 69 procent vindt dat de huidige status van Kosovo (eerder een niet-status) moet blijven wat hij is. Zeven procent vindt dat Kosovo zijn autonomie terug moet krijgen en slechts 0,5 procent is bereid de provincie de onafhankelijkheid te geven die de Albanezen eisen.

Slobodan Milosevic blijft de populairste leider: hij is de enige politicus in Joegoslavië die meer voor- dan tegenstanders heeft. 52 procent denkt positief over Milosevic, 41 procent negatief. Over zijn belangrijkste rivaal, oppositieleider Vuk Draskovic, denkt maar 23 procent positief en 68 procent negatief. Hij brengt het er daarmee nog slechter af dan de ultra-nationalisten Vojislav Seselj en Zeljko Raznjatovic alias 'Arkan', twee Servische leiders die nauw betrokken zijn bij de vorming van Servische milities in Bosnië.

Veel vertrouwen in de politiek hebben de inwoners van Servië overigens niet: 71 procent heeft geen of weinig vertrouwen in het Joegoslavische parlement, 86 procent heeft geen of weinig vertrouwen in het Servische parlement. Het leger daarentegen mag zich, als enige federale of Servische instantie, verheugen in de steun van een meerderheid (van 54 procent).

Vertrouwen in het buitenland of buitenlanders hebben de Serviërs al helemaal niet. Over de Kroaten denkt 74 procent van hen “ongunstig” of “zeer ongunstig”. Ten aanzien van de moslims ligt dat percentage op 75. Over de Albanezen heeft zelfs 81 procent een “zeer ongunstige” mening. Buiten de grenzen van het oude Joegoslavië blijven vooral de Duitsers impopulair. Zij worden gezien als de grote vrienden van de Kroaten. Driekwart van de inwoners van Servië denkt negatief over hen. De volkeren die het er het beste van af brengen zijn de Russen (68 procent heeft een gunstige opinie over hen) en de Grieken, de grote bondgenoten van het Servië van Milosevic: liefst 87 procent van de Serviërs heeft een gunstige mening over de Grieken.

Een meerderheid van de Serviërs acht buitenlandse politici, internationale organisaties of de buitenlandse media verantwoordelijk voor de economische malaise, waaraan ze door de internationale sancties tegen Joegoslavië blootstaan. De VN kondigden die sancties af wegens de steun die Joegoslavië de oorlogvoerende Bosnische Serviërs geeft; Milosevic antwoord op die sancties was het aandrijven van de geldpers, hetgeen in 1993 een tomeloze inflatie op gang bracht.

Volgens Milosevic heeft het buitenland Servië tot pariastaat gebombardeerd en zonder enige reden bestraft. Die lezing wordt blijkens de uitslagen van de opiniepeiling door de meeste Serviërs gedeeld. Slechts elf procent vindt dat Milosevic of zijn socialistische partij verantwoordelijk is voor het slechte imago van Servië.