'In het Noord-Korea van Kim Il Sung is het prachtig'

Communistisch Noord-Korea is voor zijn overleving sterk afhankelijk van de een miljard gulden aan deviezen die Koreanen uit Japan jaarlijks meenemen. Enkele keren per maand vaart een passagiersschip heen en weer tussen de twee landen, met als hoofddoel het spekken van de schatkist in Pyongyang.

NIIGATA, 21 APRIL. Om half drie in de middag meert de Man Gyong Bong-92 aan in haven van Niigata aan de Japanse Zee. Het nog nieuwe passagiersschip, met de Noordkoreaanse vlag groot geschilderd op de schoorsteen, is juist terug uit Noord-Korea. Zo te zien zijn er niet veel passagiers aan boord. Uit luidsprekers op een geparkeerde bestelauto op de vrijwel verlaten kade schalt Noordkoreaanse marsmuziek. Mededelingen in het Japans, Koreaans en Russisch op borden in de aankomsthal begroeten de reizigers. Irasshaimase - Welkom in Japan.

“Het was er prachtig”, zegt een bejaarde dame. Ze draagt een speldje met de beeltenis van Kim Il Sung. Ze heeft er de verjaardag gevierd van de Grote Leider. Op 15 april werd hij 82. Samen met twee vriendinnen die haar vergezellen wil ze graag vertellen over hun belevenissen, later, in de trein terug naar Tokio, dan is er meer gelegenheid. “De media zeggen zulke lelijke dingen over Noord-Korea”, wil ze al wel kwijt. We spreken af op het station.

Elke veertien dagen vertrekt de boot. De reis wordt georganiseerd door de in Japan actieve pro-Noordkoreaanse organisatie Chuseiren, die het noodlijdende communistische regime langs deze weg helpt aan deviezen van naar schatting zestig à honderd miljard yen (omgerekend 1 à 1,6 miljard gulden) per jaar. Als Noord-Korea de wereldgemeenschap blijft tarten met zijn nucleaire strapatsen en de Veiligheidraad besluit tot sancties, zal deze bootreis wellicht als eerste worden getroffen. Dat zal in Japan, waar de Koreaanse kwestie wegens de koloniale bezetting van het Koreaanse schiereiland door Japan, tussen 1910 en 1945, uiterst complex en gevoelig ligt, nog een hele heisa geven, vast flink aangewakkerd door de Chuseiren.

In de aankomsthal staan hooguit zo'n honderd passagiers, onder wie veel ouderen, de meesten druk in de weer met bagage. So Chung On (36) is lector politieke economie aan de Korea Universiteit in Tokio, een dependance van de universiteit in Pyongyang en stevig in handen van de Chuseiren. Zijn vader kwam in de jaren dertig als dwangarbeider naar Japan. In Noord-Korea heeft hij zijn tante bezocht en met haar lange wandelingen gemaakt en vrijelijk gepraat zonder gestoord te worden. Ze was volgens hem goed op de hoogte.

So Chung On: “Ze zei de militaire druk te voelen, speciaal van Amerika, en ze was bang voor oorlog.” Maar in Noord-Korea is het naar zijn indruk vredig en stabiel. Noord-Korea heeft geen atoombom. De nucleaire kwestie wordt opgeklopt door Amerika. Het leven gaat er, ondanks de internationale spanning, zijn gewone gang en is er genoeg te eten. Iedereen, van kind tot bureaucraat, is trots op het land. De Noordkoreaanse regering kan op zijn steun rekenen. Nee, communist is hij niet. “Ik ben patriot”, zegt hij.

De meeste reizigers spreken Japans met elkaar. Sommigen Koreaans. De ouderen hebben dat vast nog geleerd onder de Japanse bezetter, die het Koreaans wilde uitroeien en alle Koreanen Japanse namen gaf, waarvoor premier Morihiro Hosokawa bij zijn bezoek vorig jaar aan Zuid-Korea speciaal zijn verontschuldiging aanbood.

Volgens berichten in de Japanse media bedreigt de Chuseiren de Koreanen die familie hebben in Noord-Korea met afpersing als ze niet naar hun vaderland reizen en veel geld meenemen. Hun familie zou dan een akelig lot wachten. Maar So Chung-On zegt voor zijn tante geen geld te hebben meegebracht, alleen cadeautjes. “Ze hebben daar tenslotte geen geldgebrek”, zegt hij.

Duizenden Koreanen zijn in de jaren vijftig uit Japan naar Noord-Korea vertrokken. Ze hoopten daar het paradijs te vinden en niet langer te worden gediscrimineerd. De meesten kwamen van oorsprong uit het zuiden van Korea, zoals vrijwel de hele Koreaanse gemeenschap die in Japan woont uit het zuiden komt.

Dat het noorden zo'n aantrekkingskracht had, ondanks de Koreaanse oorlog en het communisme, kwam doordat het Noord-Korea toen, in tegenstelling tot Zuid-Korea, voor de wind ging. De communistische propaganda leek zo nog geloofwaardig ook. Maar So Chung On zegt niemand in het noorden te kennen die jaloers is op Zuid-Korea, nu dat land veel rijker is dan het noorden. “De mensen lijden niet, er is geen voedselgebrek, ze amuseerden zich op de drie vrije dagen rond de verjaardag van Kim Il Sung, vooral de kinderen, maar de mensen hopen natuurlijk wel op hereniging.”

Het is lastig om op de kade van Niigata vast te stellen of hij de waarheid spreekt over Noord-Korea. Het is hem aan te zien dat hij nerveus is. Weet hij zich in de gaten gehouden door de Chuseiren? Het hem vragen zou een affront zijn. Tenslotte geeft hij op alle vragen netjes antwoord. En dit is Japan, een vrij land, waar de beleefdheid hoog in acht wordt genomen.

Op naar het station, naar onze afspraak. De drie vriendinnen zijn er nog niet. De shinkansen, de supersnelle trein naar Tokio, vertrekt pas over een half uur. In een eethuisje aan het stationsplein zitten toevallig vier andere passagiers. Maar zij weigeren vragen te beantwoorden. Resoluut. “We hebben een hekel aan journalisten”, zegt een van hen ruw. Op het perron staan gelukkig de vriendinnen. “We hebben niets te zeggen”, zegt de dame die eerst zo vriendelijk was. “Ga weg, val ons niet lastig”, valt haar vriendin haar bij. De Chuseiren moet hebben ingegrepen.

    • Paul Friese