'Ik snap er niets meer van, nu moet ik alweer verkassen'

In de kop van Overijssel zijn rijk en provincie van plan drie waterrijke natuurgebied met elkaar te verbinden. Meer dan zestig boerenbedrijven moeten daardoor verdwijnen.

SCHEERWOLDE, 21 APRIL. Jan de Boer, een 33-jarige veehouder uit het Noordwest-Overijsselse Scheerwolde, schaart zich onder de natuurvriendelijke agrariërs. “Ze zitten weer te broeden in de wei, de kieviten en grutto's, maar van ons hebben ze niets te duchten, want we beschermen de nesten met paaltjes. Alleen de wulp heeft nog geen eieren gelegd. Maar wat de overheid wil, is al te dwaas. Dit land moet een moeras worden, een rustplaats voor purperreiger en visotter. Ze willen dat zo'n otter drie kilometer achter elkaar kan zwemmen, maar als hij drie keer één kilometer zwemt, is het toch ook goed?”

Hij behoort tot de zestig à honderd boeren in deze streek die met hun bedrijf moeten wijken voor nieuwe natuur. Althans, als het aan regering en provincie ligt, die kort geleden hun plannen voor de Kop van Overijssel tot in detail bekend maakten. De bedoeling is twee waterrijke natuurgebieden, de Wieden en de Weerribben, samen 8.000 hectare groot, aan elkaar te breien en bovendien te verbinden met het nabijgelegen moerascomplex de Rottige Meenthe in Zuid-Friesland. Het meest vergaande plan voorziet in de vorming van 2.000 hectare (twintig vierkante kilometer) moeras, rietvelden en open water op plaatsen waar nu nog koeien grazen.

De bevolking in de regio is er bijster slecht over te spreken, zoals bleek op diverse informatie-avonden. In Oldemarkt, hoofddorp van de gemeente IJsselham, werd gedeputeerde H. Kemperman, die uitleg kwam geven, zelfs toegeschreeuwd: “Zijn jullie nou helemaal bedonderd? Om ons zo onder de grond te trappen?” Jan de Boer in Scheerwolde (500 inwoners) is aanmerkelijk rustiger van toon, maar kan de plannen evenmin waarderen: “Zeven jaar geleden moesten we weg uit Wanneperveen, ook al in verband met natuurontwikkeling. We zijn hier net ingeburgerd, draaien mee in het sociale leven van Scheerwolde en zouden nu wéér verplicht zijn te verkassen, terwijl we zo'n goedlopend bedrijf hebben. Ik snap er niets meer van.”

Ruim 500 miljoen gulden moet het project gaan kosten, op te brengen door de verschillende overheden, de Europese Unie en particuliere investeerders. Behalve de natuur krijgt ook de recreatie een extra stimulans door de aanleg van bungalowparken en campings bij Giethoorn en Steenwijk. Dat zou 350 nieuwe arbeidsplaatsen opleveren, ook bij middenstand en horeca, maar daar staat tegenover dat er in de agrarische sector 250 verloren gaan. “En alleen dat laatste is zeker, de rest moeten we maar maar afwachten”, aldus een cynische De Boer.

Op het raadhuis in Oldemarkt verklaart wethouder H.D. Haan, tevens accountant, dat zijn gemeente - IJsselham - een tussenpositie tussen enerzijds opstandige boeren en anderzijds rijk en provincie inneemt. “We zijn niet tegen uitbreiding van de natuur, maar 2.000 hectare extra is ons te veel van het goede, een al te forse ingreep. En wat de winst aan werkgelegenheid betreft: dat cijfer van 350 in de recreatie is een schatting die me nogal rooskleurig voorkomt.”

Een van de problemen is volgens Haan dat de Weerribben (sinds 1992 nationaal park) langzaam verdrogen, wat nadelige gevolgen heeft voor de natuurlijke begroeiing en de rietcultuur ter plaatse. Water “zijgt uit” naar diepere grondlagen om elders weer naar boven de komen. Door aan de oostkant, bij Scheerwolde, boerenland in plassen en moeras te veranderen, zou een hydrologische evenwicht ontstaan dat de Weeribben ten goede komt. “Maar daar moeten we wel zekerheid over krijgen”, vindt Haan. “Pas als we overtuigd zijn van de noodzaak om voor dit doel agrarische gronden prijs te geven, gaan we als gemeente een afweging maken.”

Als die afweging ten gunste van de natuur uitvalt, wil de wethouder in elk geval dat ook de resterende, omringende landbouw profijt trekt van het nieuwe concept voor Noordwest-Overijssel. Hij denkt speciaal aan verbreding van de landwegen: “Die dateren van voor of kort na de oorlog en zijn te smal voor de vracht- en tankwagens die de bedrijven bevoorraden en de melk ophalen. Bovendien zijn grote delen van het buitengebied nog steeds niet aangesloten op de riolering.”

Maar zal het allemaal wel zo'n vaart lopen als de regio vreest? De plannen, die passen in de ecologische hoofdstructuur van het rijk, verkeren nog in het stadium van voorontwerp. Een stuurgroep, waarin alle betrokken overheden zijn vertegenwoordigd, werkt ze verder uit, waarna de bevolking via een inspraakronde formeel gelegenheid krijgt zich uit te spreken. “Pas dan”, zegt Haan, “is er sprake van een definitief plan, dat ter goedkeuring aan Provinciale Staten wordt voorgelegd. Misschien is het areaal nieuwe natuur tegen die tijd wel gehalveerd.”

Ook De Boer in Scheerwolde ziet nog enig licht gloren: “Er is hier zoveel verzet, dat ze de plannen wel zullen aanpassen. Al dat moeras erbij is ook geen pretje. De mensen zijn bang voor een muggeplaag, zoals destijds in Kloosterhaar, waar naderhand de zaak is drooggelegd. Je vraagt je trouwens af waar ze maatschappelijk gezien mee bezig zijn. Dit soort plannen gaat over heel Nederland elf miljard gulden kosten en dan praat ik nog alleen over de aankoop van landbouwgrond terwille van de natuur. Is dat wel verantwoord bij al die bezuinigen op AOW, WAO en gehandicaptenzorg?”

    • F.G. de Ruiter