GTI ducht geen schade door bouwschandaal Schneider

AMSTERDAM, 21 APRIL. GTI in Bunnik (technische dienstverlening in de utiliteitsbouw, industrie en infrastructuur in Noordwest-Europa) zal op geen enkele manier nadeel ondervinden van het bouw- en onroerend goedschandaal rond de voortvluchtige Duitse magnaat Jürgen Schneider.

Dit verklaarde directievoorzitter ir. J.A. Dekker gisteren in een toelichting op de jaarcijfers. Het vormde één van de weinige positieve zekerheden die Dekker kon verstrekken over GTI, dat in 1993 in een onder druk staande markt met bikkelharde concurrentie en smalle marges een zeer moeilijk jaar achter de rug heeft.

GTI heeft in Leipzig en Berlijn twee relatief grote vestigingen in Duitsland. Daarom heeft het Bunnikse bedrijf onmiddellijk na het bekend worden van de miljarden-manipulaties van Schneider onderzocht of schade viel te duchten. Dat blijkt niet het geval.

GTI behaalde ook vorig jaar bijna tweederde van zijn omzet van ruim anderhalf miljard gulden met installatietechniek. Omdat veel klanten zich vorig jaar genoodzaakt zagen hun kosten kritisch te bezien, daalde de omzet met 7,4 procent van 1.522 naar 1.410 miljoen gulden. Het bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsuitvoering ging in dezelfde periode omlaag van 87,5 naar 41,2 miljoen. De netto winst kelderde zelfs van 31,3 miljoen naar 6,3 miljoen, mede door buitengewone lasten van per saldo 18,4 miljoen gulden voor belastingen in verband met voorzieningen voor reorganisaties. Per aandeel komt de winst daardoor uit op 3,66 tegenover 18,16 over 1992. Voorgesteld wordt een dividend uit te keren van 1,84 (was 9,08 gulden).

Het personeelbestand bij GTI liep vorig jaar terug met 430 werknemers naar 7.845 medewerkers. Voor dit jaar voorziet Dekker een stijging van de netto winst, omdat GTI in 1994 geen bijzondere voorzieningen hoeft te treffen voor herstructureringen of reorganisaties. Bovendien voorziet de directie een licht aantrekken van de economie waardoor de investeringen zullen toenemen en er ondermeer een inhaaleffect zal optreden bij bedrijven op het punt van achterstallig onderhoud waar GTI onmiddellijk van kan profiteren.

Niettemin beseft Dekker dat GTI vorig jaar zelfs bij benadering niet een netto winst van 2 procent van de omzet heeft behaald. “Dat achten we een reëel doel waar we met ons bedrijf ook in de toekomst naar zullen blijven streven.”

Zowel in de utiliteitsbouw als in de industrie daalde het investeringsvolume vorig jaar in Nederland met 13 procent. In Duitsland en België is het beeld niet veel anders. Gunstige uitzonderingen vormden slechts de investeringen in de infrastructuur (tunnels, bruggen, enz.) in Nederland en in de bouw in Duitsland. Tenslotte is opmerkelijk dat ook de sector scheepsinstallatie (die een kleine 10 procent vormt van GTI's activiteiten op installatiegebied) goed rendeerde, te meer daar de investeringen in deze bedrijfstak (scheepsbouw en onderhoud) ook op een laag pitje staan.