Grootse Peter Grimes met sterk toneelbeeld in regie van Decker

Voorstelling: Peter Grimes van B. Britten door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Antonio Pappano m.m.v. o.a. William Cochran, Susan Chilcott, Sarah Walker en Alexander Oliver. Decors en kostuums: John McFarlane; choreografie: Athol Farmer; regie: Willy Decker. Gezien: 19/4 Kon. Muntschouwburg Brussel. Herhalingen: 22, 24, 27, 30/4; 3, 5, 8, 10/5.

Willy Decker regisseert na de fenomenale Wozzeck van Alban Berg - onlangs bij de Nederlandse Opera - nu Peter Grimes van Benjamin Britten in Brussel met dezelfde dramatische intensiteit, met een even verbijsterend en overtuigend resultaat en met groot publiek succes.

Decker gebruikt ook goeddeels dezelfde theatrale middelen en de opera's lijken ook enigszins op elkaar. Beide zijn typisch 20ste-eeuws op basis van vroeg-19de-eeuwse teksten: The borough van George Crabbe (1810) en Woyzeck van Georg Büchner (1837). Het Brusselse programmaboek van Peter Grimes opent dan ook met een citaat van Wozzeck-auteur Büchner: “Ik krijg een verschrikkelijke gedachte: ik geloof dat er mensen zijn die ongelukkig zijn, alleen al omdat ze ZIJN.”

In Wozzeck (1925) gaat het om de kapper-soldaat Wozzeck die niet overweg kan met zijn eigen leven, wat zich uit in maatschappelijk en persoonlijk isolement - zijn moeizame, stuklopende relatie met Marie, die hij vermoordt. Het titelpersonage in Peter Grimes (1945) is een visser die een even eenzaam bestaan lijdt in een dorp waarin iedereen iedereen kent. Een relatie met de schooljuffrouw Ellen Orford stelt hij uit tot hij met geld aanzien zal hebben verworven.

In beide opera's komt een onschuldig kind voor. Het kind van Wozzeck en Marie blijft eenzaam achter. In Peter Grimes ontstaat het drama door twee kinderen. De ene jongen, het vissersknechtje van de weinig zachtzinnige en op geld beluste Grimes, is bij aanvang al dood - het gevolg van de ontberingen op zee zegt Grimes tijdens zijn proces.

Grimes mag van zijn rechter geen jongen meer in dienst hebben, voor hij zijn leven anders heeft ingericht en getrouwd is. Dat weigert hij en via Ellen Orford krijgt hij uit het weeshuis toch weer een knechtje. Opnieuw gaat het door zijn hardhandigheid mis, de jongen sterft en Grimes wordt gedwongen op zee zelfmoord te plegen. De hypocriete dorpsgemeenschap, die zich wel oppervlakkig met Grimes heeft bemoeid, maar uiteindelijk toch de fatale gebeurtenissen niet kon keren, blijft tegelijkertijd machteloos en opgelucht achter.

Drie hoofdrollen zijn er in Peter Grimes: de dorpsgemeenschap, Grimes en de zee, waar hij zich telkens weer afzondert. De zee krijgt overweldigend gestalte in het orkest en - in deze voorstelling - in het decor dat zich laat bezien als een zwart-wit versie van zo'n vrijwel abstract laat zeegezicht van Turner. De voorstelling doet aan als een ballet - het is de groep die zich in hechte beweging keert tegen het individu. En al valt de groep telkens uiteen in individuen met tegengestelde belangen, zo gauw Grimes in het geding is sluiten zich de rijen.

Dat leidt tot een reeks zeer sterke toneelbeelden die het uiteindelijk onverklaarbare drama van de eenzame menselijke psyche tot op het bot blootleggen, zonder dat Decker zoekt naar een oplossing of een verzoening met de gebeurtenissen. Eén van de Grimes-beelden in Brussel - de herbergscène met de dansende dorpelingen - lijkt sterk op een soortgelijke scène in de Amsterdamse Wozzeck. Daar werd de herberg een eindje boven de feestvierders opgetild, nu bespiedt men ze door een spleet.

Uiteindelijk is het enige verschil tussen de Amsterdamse Wozzeck en de Brusselse Grimes het verschil tussen Berg en Britten, die met deze stukken beiden hun eerste opera afleverden. Wozzeck is een toonbeeld van geniale beknoptheid, Grimes een zelfs bij Decker veel te lang werk. De muzikale uitvoering van Peter Grimes is groots met voortreffelijke rollen van William Cochran als Grimes en Susan Chilcott als Ellen Orford. Cochran, die eerder in Amsterdam een vocaal nogal ongelukkige Samson et Dalila zong, lijkt over zijn problemen heen en maakte van Grimes een ongrijpbaar, intrigerend en uiteindelijk toch gevoelig personage. En Antonio Pappano, de Brusselse muziekchef, dat is een wonderdirigent.

    • Kasper Jansen