Groen

Ondanks de wrakke steigers, de vergeetachtige leveranciers en de aangeboren handicap van de Portugese lunch schoot het buitenschilderwerk goed op. De muren werden afgekrabd en opnieuw gesausd. De granieten raamlijsten, dakranden, trappen en veranda's, waarop zich steenetend mos en het vuil van jaren hadden afgezet, werden met een hogedrukstraal schoongespoten. Het Witte Huis werd van een groezelige woning een blinkende woning.

De aannemer liet zich in de weken die volgden zelden meer zien. Er moest tussen de werkjongens iets van een eigen hiërarchie ontstaan. Observeer een groep arbeiders die op elkaar zijn aangewezen en je krijgt een idee van de hardvochtigheid van de menselijke soort. In dit geval hoefde niemand te vechten voor zijn positie op de ladder, de hiërarchie lag voor de hand. Zodra de aannemer zijn invloedssfeer had verlaten werd ze zichtbaar. Voor het sjouwen met de bierkratten en de mandflessen wijn was Fernando junior het aangewezen slachtoffer. Hij vervulde zijn taak lachend, net als de beide twaalfjarige jongens die voor alle rotklusjes van het karwei zelf moesten opdraaien - schoonmaken, poetsen, tillen, aanreiken. Ze zwoegden nog het hardst van het stel. Ze moesten er wel bij lachen. Ze hadden geen andere keus. Treuriger was het lot van de doofstomme vleesklomp die als werkelijke kop van Jut diende. Achter zijn rug werden al de obscene gebaren gemaakt, bij elk conflict was hij de derde die de klappen kreeg, ieder macho-gedrag werd bevestigd door van hem een wijverige clown of een slappe theedoek te maken. Soms kon je hem zien huilen, tot ieders grote pret.

Verdeeldheid houdt de dynamiek erin. Het huis knapte zienderogen op. De meeste moeite hadden de jongens nog met het houtwerk van de kozijnen en luiken. Het huis had zijn traditionele naam van Witte Huis behouden, maar alleen wie in het dorp een baard droeg en grijze slapen begreep waarom. Al het houtwerk was aan het eind van de jaren zestig donkergroen geschilderd. Door Dona Clara persoonlijk. Het waren de jaren vóór de Anjerrevolutie waarin zij zich, deels uit mode, deels uit opportunisme, had ontpopt als militant links. Ze had het volk ongetwijfeld willen laten zien dat ook een kapitaliste de handen uit de mouwen kon steken. Niks slavernij. Niks over de rug van de arbeider. Andere tijden waren aangebroken, vooral als je huis aan een opknapbeurt toe was.

Een dame van stand met de schilderskwast, dat kon niet goed gaan. Ze moet zich met de moed der wanhoop aan het werk hebben gezet en het karwei in blinde drift hebben voltooid. Het viel er na zoveel jaren nóg aan af te lezen. Al na het schilderen van één latje moet ze hebben beseft dat het om de schoonheid van de revolutionaire intentie ging en dat het ondankbare volk niet ook nog heksenwerk van haar moest verwachten. Bijna overal had ze centimeters glasruit meegeschilderd, talloze keren had ze op het graniet een te overvloedig ondergedompelde kwast laten uitdruppen, sommige vensters had ze zo toegesmeerd dat ze niet eens meer opengingen. Het was een orgie geworden van groene vegen, stippen, tranen en rorschachtests. Het schoonkrabben van de ruiten en het schuren van de vensterbanken nam drie weken in beslag. De beide twaalfjarige jongetjes hadden er een flinke dobber aan.

    • Gerrit Komrij