Grimmige voorstelling over door publiciteit gevormde popzangeres

Voorstelling: Nirvana van Arthur Kopit door Toneelgroep Amsterdam. Vertaling: Marcel Otten. Regie: Johan Doesburg. Decor: André Joosten. Spel: Hajo Bruins, Roos Ouwehand, Mark Rietman, Kathenka Woudenberg, Beppe Costa. Gezien: 20/4 Stadsschouwburg Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 23/4. Tournee t/m 4/6.

Voor Al is er maar één doel in het leven: beroemd worden. Die droom denkt hij te kunnen verwezenlijken met “de deal die een eind aan alle deals maakt” en dat is de verfilming van het levensverhaal van popster Nirvana. Daarbij heeft hij niet alleen de hulp nodig van zijn vriendin Lou, maar ook van zijn collega Jerry. Jerry krijgt te verstaan dat hij medeproducent van het mega-project kan worden, mits hij een aantal 'symbolische' offers brengt: hij moet een snee in beide polsen maken, papier eten, een hap poep nemen en één van zijn ballen afstaan.

Nirvana, de voorstelling die Toneelgroep Amsterdam nu speelt op basis van het stuk Road to Nirvana (1991) van de Amerikaan Arthur Kopit, gaat over veel - over roem en het koesteren van holle illusies, over de lege schijnwereld van de filmbusiness waar mediamythes gecreëerd worden, maar misschien wel in de eerste plaats over macht en manipulatie. Over de vraag hoe ver iemand kan gaan om een doel te bereiken: zijn alle middelen geoorloofd, ook de meest extreme? Wel als dat de weg naar Nirvana vrijmaakt, lijkt het stuk te zeggen.

Met Nirvana bedoelt Kopit niet alleen de mythische eeuwige rustplaats maar ook, zoals gezegd, zijn hoofdpersoon, een Madonna-achtige popzangeres die toevallig dezelfde naam heeft als de Amerikaanse rockgroep van de onlangs overleden zanger-gitarist Kurt Cobain - aan wie overigens nog even gerefereerd wordt in de voorstelling. Nirvana vertoont zich aanvankelijk met een in zwachtels gehuld mummiehoofd. De vermomming hoort bij haar mythevorming door de publiciteit. Zij bestaat dank zij de media die haar gemaakt hebben tot wat ze is: een ster die noch kan zingen, dansen of acteren.

Op het eerste gezicht is zij dan ook afhankelijk van anderen (temeer daar ze verslaafd is aan drugs die Lou haar geeft), maar zoals wel vaker in dit stuk draaien de rollen op een gegeven moment plotseling om en is zij degene die eisen stelt. Dat is verwarrend, omdat de macht, die daarvoor een tijd lang in handen leek van Al, juist was overgenomen door Jerry, de underdog.

Dit voortdurende machtsspel tussen Al, Jerry en Nirvana (Lou speelt hierin alleen een rol als compagnon van Al) heeft mij het meest geïntrigeerd in deze voorstelling. Vooral ook omdat het schitterend wordt uitgebeeld door Hajo Bruins (Al) en Mark Rietman (Jerry). In de eerste scènes draaien ze als hitsige haantjes om elkaar heen bij wijze van territoriumafbakening. Hajo Bruins is de meest opgefokte van de twee, hetgeen zich uit in zijn driftige motoriek, zijn priemende wijsvinger en zijn nerveuze bolle lach. Zijn verbale aanvallen weet Mark Rietman echter flitsend te pareren - een pingpongwedstrijd in woorden. Gladde Amerikaanse patsers zijn het, die, dankzij de met Engels doorspekte vertaling van Marcel Otten, bluffen in een taal die stijf staat van 'fuck you', 'holy shit' en andere stoere krachttermen.

De vrouwen hebben minder uitgesproken rollen. Kathenka Woudenberg (Lou) vestigt eigenlijk alleen de volle aandacht op zich als ze aan het begin van de voorstelling onder een douche vandaan loopt en bijna geheel naakt voorop het toneel gaat liggen. Roos Ouwehand (Nirvana) speelt een personage dat, ondanks haar grootse opkomst in een rook- en lichtshow, in de tweede helft van het stuk een schimmige figuur blijft van wie ik niet goed hoogte heb gekregen.

Toch heeft regisseur Johan Doesburg ontegenzeglijk een boeiende voorstelling afgeleverd; hard, grimmig en tegelijkertijd vermakelijk. Het spel heeft schwung en de entourage oogt aantrekkelijk. In het eerste bedrijf wordt de driehoekige ruimte aan twee zijden begrensd door filmdoeken waarop Reinier Tweebeeke stemmige en veelkleurige lichtbeelden projecteert. In het tweede bedrijf rijzen op dezelfde plek twee hoge tribunes op die zo te zien leiden naar Nirvana.

    • Noor Hellmann