E=mc (2)

De twee punten van kritiek door prof. Berends ingebracht tegen onze eindexamenscriptie zijn niet steekhoudend. Wij verwarren rustmassa en invariante massa niet, wij hebben zelfs in de scriptie het verschil duidelijk uitgelegd. We hebben alleen, met het oog op de leesbaarheid voor een middelbare-schoolpubliek, de benaming invariante massa ongebruikt gelaten. Deze hebben we eenvoudig ook rustmassa gedoopt.

Prof. Berends vergist zich wanneer hij, als aanhanger van de gangbare terminologie, de invariante massa van een atoomkern A tevens de rustmassa noemt. De gangbare terminologie spreekt van invariante massa zodra het gaat om een systeem van onderling bewegende en/of t.o.v. elkaar potentiële energie hebbende delen. Een atoomkern is een systeem van onderling bewegende en onderling potentiële energie hebbende delen, denk aan het druppelmodel.

In de gangbare terminologie is het begrip rustmassa alleen van toepassing op het in de praktijk nooit voorkomende geval van een puntmassa zonder spin, dat valt als een belangrijk punt uit onze skriptie te halen.

Prof. Berends' bewering dat de speciale relativiteitstheorie alleen volledig is in de vierdimensionale beschrijving is onjuist. Hij kan volledig driedimensionaal behandeld worden. Vergelijk dit met een (driedimensionale) maquette enerzijds en (tweedimensionale) werktekeningen anderzijds van een gebouw. Beide kunnen een volledige beschrijving van het gebouw geven. Het argument dat het gebouw zelf uiteindelijk toch driedimensionaal is, gaat voor de speciale RT niet op. Wat dit betreft lijkt de speciale RT weer op een bepaald soort stemregistratie. Deze kan worden weergegeven in tweedimensionale diagrammen (soms zie je ze zelfs, gegoten in kunststof, in drie dimensies), maar daarom kun je niet zeggen, dat de menselijke stem twee- (of drie-) dimensionaal is.