Elektrische Auto

In NRC Handelsblad van 14 april stond een artikel van Hans Veldhuis onder de titel 'Elektrische auto wordt nooit wat'. De conclusie van het artikel is dat elektrische auto's (ofwel EVs: elektrische voertuigen) maatschappelijk gezien slechts marginaal interessant zijn. Die conclusie is gebaseerd op een drietal argumenten, te weten:

- EVs zijn veel duurder dan benzineauto's;

- De brandstofefficiëntie is vergelijkbaar;

- Globaal gezien zijn er geen milieuvoordelen; die gelden hooguit plaatselik.

Veldhuis' conclusie lijkt ons echter niet terecht. Het probleem van zijn betoog is, dat hij een zeer statisch beeld geeft van wat er aan de hand is en op grond van slechts een aantal technologische gegevens een voorspelling over de toekomst doet. Daarmee verdwijnt het zicht op nieuwe ontwikkelingen die zich kunnen voordoen, zowel in technologische als in sociale zin.

In het geval van elektrische voertuigen gaat het om een technologie die bij de huidige stand van zaken een zeer aantrekkelijk maatschappelijk voordeel kan bieden (geen lokale emissies) maar tegelijk een aantal problematische karakteristieken heeft (duur, vraagtekens rond recyclebaarheid, emissies elektriciteitscentrales). De uitdaging is nu om een leerproces te ontwikkelen waarin aan de ene kant de technologie verder wordt ontwikkeld en aan de andere kant wordt geprobeerd gebruikers ervaring op te laten doen met een nieuwe technologie met andere eigenschappen dan ze gewend zijn.

Zowel in Nederland als in Californië is wat dat laatste betreft een aantal interessante experimenten uitgevoerd. Wie geruime tijd in een EV had gereden, ging anders tegen autogebruik aankijken waardoor een aantal vooraf geïdentificeerde nadelen niet meer als zodanig werd gezien. Ritplanning werd als gewoon ervaren terwijl de stank en herrie van conventionele auto's als meer problematisch werden gezien. Er ontwikkelde zich aldus wat men noemt 'elektrische denken'. Het interessante aan dergelijke experimenten is dat wat in eerste instantie technologische nadelen lijken, startpunt kan zijn voor sociale innovatie.

Wat betreft de technologische kant van de zaak zijn er vele technologische ontwikkelingen gaande die ook betekenis (kunnen) hebben voor EV's, bijvoorbeeld op het terrein van terugdringing van emissies en elektriciteitsopwekking, recycling, alternatieve vormen van energieopslag in voertuigen (brandstofcellen, geavanceerde vliegwielen), hybride concepten (combinatie van benzinemotor en elektromotor), lichtgewichtmaterialen, etcetera. Volgens sommige studies zou een lichtgewicht hybride 4-persoons voertuig een brandstofbesparing van 90% of meer kunnen halen. Een elektrisch aangedreven voertuig zou dan een sleuteltechnologie zijn die verdere ontwikkelingen met veel grotere voordelen mogelijk maakt.

De bedoeling van deze brief is niet om te betogen dat deze mogelijkheden gerealiseerd zullen worden, maar om aan te geven dat er sprake is van een combinatie van belofte en onzekerheid. Experimenteren is dan de weg om er achter te komen of onzekerheid in belofte kan worden omgezet, waarbij er zowel aandacht moet zijn voor de sociale als voor de technologische kant van auto's. De verdere ontwikkeling van elektrische auto's en het opdoen van gebruikerservaringen zou heel goed een eerste stap kunnen zijn om verder te komen. Het zou jammer zijn als een betoog à la Veldhuis zo'n trajekt bij voorbaat zou afsluiten.

    • Boelie Elzen
    • Johan Schot