Een campagne met inhoud?

Er schijnt momenteel in het land een verkiezingscampagne gevoerd te worden. En inderdaad, wie naar de televisie kijkt, kan het niet ontgaan. Elco, Wim, Frits en Hans; ze zijn niet van de buis te slaan. Overdag lopen ze door winkelstraten, klampen nietsvermoedende mensen aan, nemen kinderen op schoot, leggen bliksembezoeken af aan bedrijven, bedienen de lokale radio om tenslotte geheel uitgeblust 's avonds hun activiteiten van die dag in gecomprimeerde vorm op de televisie terug te zien. Echt campagne dus, of toch niet?

Toch niet. Er is iets vreemds aan de hand. Volgens de peilingen staat Nederland aan de vooravond van een stembusrevolutie. Alsof het hier Italië betreft wordt het CDA, de partij die al meer dan zeventig jaar het centrum van de macht domineert, genadeloos afgestraft. Voor de PvdA, een partij met weliswaar minder regeringservaring maar toch ook - zie de steden - een uitgesproken bestuurderspartij, zijn de vooruitzichten niet veel beter. Kortom, Nederland is van plan op niet mis te verstane wijze af te rekenen met zijn naoorlogse geschiedenis. Althans, dat suggeren de peilingen en ook de raadsverkiezingen van begin maart wezen al in die richting. Maar het gekke is dat de aanstaande omwenteling verder nergens openlijk uit blijkt. Het is een stille revolutie en juist dat geeft de verkiezingscampagne zijn onbestemde karakter.

Ontmoetten Brinkman en Kok op hun tournee door Nederland maar horden protesterende of walgende kiezers. Niets van dat alles. Op straat ontmoeten ze onverschilligheid en tijdens de door radiostations georganiseerde phone ins persoonlijk leed, gelardeerd met onbegrip. De kiezer wil verandering, wil dat ook nog wel aangeven op zijn stembiljet, maar verder vooral met rust gelaten worden. Dat is het verschil met 25 jaar geleden toen de traditionele partijen, zij het in veel mindere mate dan nu, het ook al moesten ontgelden. Dat gebeurde in een maatschappelijk klimaat van verandering. Als er nu al sprake is van een klimaat is dat er een van angst. Angst voor mensen die van buiten komen en angst voor wat op straat gebeurt. Na zessen sluit Nederland zich massaal op om via de televisie naar buiten te kijken. Daar ziet de kiezer zijn vooroordeel tegen de politiek dagelijks bevestigd wanneer op een van de vele journaals Brinkman reageert op Kok die eerder reageerde op Van Mierlo in verband met diens reactie op Bolkestein. Het is de campagne van de mobiele communicatie. Geflankeerd door medewerkers met draagbare telefoons, gevolgd door camerateams met satellietverbinding, gezeten in een bus met faxverbinding trekken de lijsttrekkers door het land. Aanbod schept vraag. Zou daarom het actie-reactie spel nog heviger zijn dan bij voorgaande campagnes?

Vervelend is dat de lijsttrekkers zelf de vermoorde onschuld spelen als het om het niveau van de campagne gaat. Mogen we het nu eens over de inhoud hebben, roept de PvdA-lijstrekker, bekend van het affiche Kies Kok. Mogen we het nu eens over de inhoud hebben, roept de CDA-fractievoorzitter, bekend van de uitspraak dat buitenlandse investeerders “geen geëxperimenteer” in Nederland willen. Het pleidooi om het meer over de inhoud te hebben is in deze campagne tot nu toe nog de meest inhoudelijke opmerking van hun kant geweest. De lijsttrekkers hebben helemaal geen belang bij een echt inhoudelijke discussie want dan zal duidelijk worden dat ze maar weinig van mening verschillen.

Elke opvatting nu, betekent een barrière voor de kabinetsformatie straks. Daarom kiest men voor het in stand houden van de mythe van het verschil van mening inplaats van het echt discussiëren over de meningsverschillen. Vandaar dat er ook zo bedroevend weinig echte debatten zijn. De toeschouwer moet het doen met lijsttrekker A die vanuit Maastricht iets zegt over wat lijsttrekker B de avond daarvoor in Leeuwarden heeft gezegd. In deze campagne hebben de lijsttrekkers van de vier grote partijen tot op heden één keer - voor de radio - met elkaar gedebatteerd. Hoewel, debat? H.J.A. Hofland heeft ooit eens geschreven dat het toppunt van politiek debat in Nederland wordt gevormd door het hoogstverontwaardigde verweer van de ene politicus tegenover de andere dat “U mij dit niet hebt horen zeggen”. Het lijsttrekkersdebat dat twee weken geleden voor de radio werd gehouden, was één grote bevestiging van Hoflands stelling.

Het onderwerp criminaliteit verzandde in een dispuut over de vraag of de cellen er al stonden of dat de bouwopdracht slechts was verstrekt. Als CDA-lijsttrekker Brinkman meer daadkracht wil bij de verwerking van de stroom asielzoekers, weet PvdA-lijsttrekker Kok niet hoe snel hij moet zeggen dat dit precies het regeringsbeleid is. Een debat over de minima tussen Kok en VVD-leider Bolkestein verzandt in een welles-nietes discussie over de vraag of zij er nu wel of niet tien procent op achteruit zullen gaan. Het is niet zo dat er geen belangstelling is voor de inhoud, de politici hebben inhoudelijk gewoon weinig te melden. In grote lijnen is iedereen het met elkaar eens. Wellicht is dat ook de verklaring voor het gedrag van het electoraat. Men kiest voor verandering in de wetenschap dat het een veilige verandering is, want met mate. Veel eerder vindt er een herschikking in het midden plaats dan dat er werkelijk massaal uit dat midden wordt gevlucht.

Zolang het midden favoriet is, hebben de vier 'grote' partijen helemaal geen belang bij al te veel profilering. Zeker niet als drie van de vier partijen straks zullen moeten gaan samenwerken en geen enkele partij een andere uitsluit. Waar zij inhoudelijk weinig te melden hebben moeten zij het vooral hebben van uitstraling, uiterlijkheden en oppervlakkigheden. Kok die de staatsman speelt, Brinkman die waarschuwt voor het op de proef stellen van het vertrouwen van de buitenlandse belegger, Bolkestein die af wil van het pappen en nathouden en Van Mierlo die de cultuur wil veranderen. Iedereen kan met iedereen. Maar wie wil met wie? De vraag stellen staat bijna gelijk aan het doen van een oneerbaar voorstel.

Gaat u nu maar rustig stemmen, krijgt het volk te horen. De kiezer moet de indruk krijgen dat hij op 3 mei echt iets kiest, in werkelijkheid doet hij die dag niet meer dan zijn stem uitbrengen, waarna de keuze voor hem wordt gemaakt.