Diefstal op school

Helaas hebben vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs te maken met in ernst en frequentie toenemende jeugdcriminaliteitsproblemen. Naast het uitvoeren van de primaire lesgevende taak wordt een groter appèl gedaan op de pedagogische taak waaronder de strijd tegen crimineel gedrag. Deze ontwikkeling vraagt van elk schoolteam om bezinning op de vraag hoever hiermee te gaan en een standpuntbepaling met betrekking tot een consistente aanpak. Wubby Luyendijk signaleert een grote diversiteit in benadering (W&O, 7 april).

Een voorbeeld stellen door een leerling die over de schreef is gegaan te verwijderen kan een goede preventieve werking hebben. Echter, afschuiven van probleemleerlingen naar andere scholen volgens het oprot-adagium houdt een keer op. Categoriale gymnasia hebben het in dit opzicht relatief gemakkelijk en dit geldt in algemene zin ook voor bijzondere scholen. Maar waarheen moeten openbare brede scholengemeenschappen leerlingen verwijzen als verwijdering onontkoombaar is? Een openbare school is immers een school van de overheid voor de hele gemeenschap. Naar mijn mening moeten alle scholen voor voortgezet onderwijs, lokaal en zonodig regionaal - de autonomie van scholen ten spijt -, waterdichte afspraken maken over het opnemen van elkaars probleemleerlingen.

Het is niet alleen in hun belang, maar ook in het belang van ons allen dat zij binnenboord gehouden worden. Petje af voor de Van Dijken en vele anderen die zich daar voor inzetten.