De tempel van Empel

Drie jaar lang werden te Empel opgravingen gedaan naar een Gallo-omeinse tempel. De oorsprong van het heiligdom lag bij de Eburonen.

Morgen wordt in het Noordbrabants Museum ('s Hertogenbosch) de tentoonstelling 'Bataven: boeren en bondgenoten' geopend, waar de vondsten uit Empel zijn te zien. Tevens wordt het eerste exemplaar van het boek 'De Tempel van Empel' aangeboden. Onder redactie van Roymans en Derks zijn in dit boek bijdragen van medewerkers aan de opgravingen gebundeld.

De metalen voorwerpen die door een amateur op een voormalig rivierduin bij Empel (aan de Maas bij 's Hertogenbosch) werden gevonden, hadden de professionele archeologen nieuwsgierig gemaakt. Het kon niet gaan om een nederzetting of een grafveld, zoveel was uit de samenstelling van de vondsten wel duidelijk - maar wat was het dan wel? Er was een derde mogelijkheid: een cultusplaats. De gedachte alleen al dreef dr. N. Roymans van het Amsterdamse Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie naar het puntje van zijn stoel. Samen met collega dr. F. Theuws was hij net begonnen aan het Pionier-project 'Macht en elite', een studie naar samenlevingen tussen 900 vóór en 800 nà Christus.

Roymans: 'Religie was in die samenlevingen heel belangrijk. De politieke structuren hadden vaak een religieuze verwevenheid. Door de opgraving van een tempelcomplex zou je aan de kern van machtsverhoudingen kunnen raken.'

De opgraving bij Empel werd in 1989 in het programma van het Pionier-project opgenomen en zou drie jaar vergen. Het was een schot in de roos. Samen met drs. T. Derks die aan zijn promotie werkt, vond Roymans naast sporen van een heiligdom meer dan 800 Keltische en 250 Romeinse munten, 500 mantelspelden, 150 fragmenten van Romeins wapentuig en talloze andere zaken. Dit is natuurlijk maar een fractie van wat eens als offergave in de tempel werd gedeponeerd. Maar het is genoeg om de cultusplaats te kunnen reconstrueren.

Empel is als cultusplaats in gebruik geweest vanaf ongeveer 125 voor Christus. Dat blijkt uit de mantelspelden, stukken van wapenuitrustingen en gouden Keltische munten, kostbare zaken in de voor-Romeinse tijd. Onder de munten domineren de Eburoonse en daarmee ligt er een historische connectie.

Caesar noteerde in zijn 'Gallische Oorlog' dat de Eburonen het huidige zuiden van Nederland, het noordoosten van België en een deel van het Duitse Nederrijn-gebied tot territorium hadden. Het Empelse heiligdom is dus van oorsprong een cultusplaats van de Eburonen.

Na een mislukte opstand in 54 voor Christus onder leiding van Ambiorix werden de Eburonen door de legioenen van Caesar vrijwel uitgemoord. De Bataven zouden het vacuüm snel opvullen. Roymans: 'Dat was geen verhuizing op eigen houtje maar een maatregel in het kader van de Romeinse grenspolitiek. Krachtige inheemse groepen die een verbond hadden gesloten met de Romeinen, mochten het rijk binnen.'

Al heel vroeg wordt over een dergelijke verbintenis tussen Romeinen en Bataven gesproken. Roymans: 'Tot op heden is in Nederland altijd aangenomen dat dit verdrag dateert uit ongeveer 15 voor Christus, uit de periode van de veroveringspolitiek in Germanië over de Rijn. Maar ik denk dat dat verdrag zeker een generatie vroeger gedateerd kan worden. We hebben in Empel een dertigtal muntjes gevonden uit Oost-Gallië. Dergelijke muntjes werden tussen 40 en 30 voor Christus gebruikt voor het betalen van hulptroepen. Deze muntjes zouden wel eens afkomstig kunnen zijn van betalingen aan de eerste generatie Bataafse ruiters in Romeinse dienst.'

Volgens Derks is het niet vreemd dat de Bataven de cultusplaats van de Eburonen bleven gebruiken. Derks: 'Dat heeft te maken met de manier waarop de bovennatuurlijke machten werden gezien, waar ze werden gelokaliseerd. Zo zijn heiligdommen te verklaren op hoge punten in het landschap, aan de samenvloeiing van twee rivieren of in bossen. Empel voldoet aan dit soort voorwaarden - het complex lag bovenop een donk en iets westelijk daarvan, vroeger dichterbij dan nu, stroomde de Dieze in de Maas. Bovendien heeft stuifmeelonderzoek uitgewezen dat het heiligdom was omgeven door een eikenbos.'

De cultusplaats bij Empel is begonnen als heiligdom in de openlucht. In de loop van de tijd verschenen er palen en kuilen bij. Ook werd de plaats van de buitenwereld afgesloten door een palissade. Pas in het tweede kwart van de eerste eeuw na Christus bouwden de Bataven een behuizing voor de godheid die ze te Empel vereerden. Aangenomen wordt dat dit gebeurde onder invloed van Romeinse godsdienstige gebruiken. Hieruit zou ook kunnen worden afgeleid dat de godheid toen voor het eerst in menselijke gedaante werd gezien.

Van deze behuizing zijn nauwelijks resten teruggevonden. Oorzaak daarvan vormden de ruilverkavelingswerkzaamheden van 1949-1955.

Onder verwijzing naar de geschiedenis van andere cultusplaatsen zoals te Elst, wordt deze fase meer verondersteld dan aangetoond. De offervondsten tonen het militaristische karakter van de Bataafse samenleving dat onder de Romeinse overheersing bleef voortbestaan. Heel anders dan in zuidelijker streken waar de bevolking zich op landbouw ging toeleggen.

Roymans: 'Dat lag aan het verdrag dat de Bataven met de Romeinen hadden gesloten. Ze betaalden geen belasting maar leverden hulptroepen. Bataafse edelen werden in de gelegenheid gesteld officier te worden. Op die manier werd de militaire ideologie nog sterker.'

Gegeven deze ontdekkingen is het heiligdom van Empel kandidaat voor de plaats waar Iulius Civilis de Bataafse Opstand (69-70) uitriep. Roymans: 'Maar met Empel kunnen we daar geen dramatisch nieuwe elementen aan toevoegen. Wat we vinden is dat het martiale van de Bataafse samenleving, zoals dat in de offertradities hier weerspiegeld wordt, ook na de opstand bleef voortbestaan. En dat bevestigt de tendens die in de historische bronnen zit en die inhoudt dat de Bataven na hun rebellie hun bijzondere verdrag met de Romeinen behielden. Ze bleven gewoon hulptroepen leveren.'

In dat kader moet ook de nieuwbouw van de Gallo-Romeinse tempel worden gezien waarmee rond 75 werd begonnen. Roymans: 'De bouw moest de positie van de Bataafse adel die dit financierde, onder de eigen bevolking verstevigen. Maar tegelijkertijd was het een geste naar de Romeinse autoriteiten. Dat zij hier vanuit sterk geromaniseerde concepties zo'n cultusplaats neerzetten, moest getuigen van loyaliteit aan de Romeinse zaak.'

De imposante Gallo-Romeinse tempel zou ongeveer honderd jaar intact blijven. In deze periode brachten dedicanten een grote hoeveelheid beelden, wapenuitrustingen en munten naar het heiligdom. Veel werd geschonken als inlossing van een gelofte aan de godheid. Daarvan getuigt de inscriptie: HERCVLI//MAGVSEN(o)//IVLIVS GEN//IALIS VETER(anus)//LEG(ionis) X G(emina) P(iae) F(idelis)//V(otum) S(olvit) L(ibens) L(aetus) M(erito). Dit betekent: 'Bij Hercules Magusenus heeft Iulius Genialis, veteraan van het tiende legioen, bijgenaamd het dubbele, loyale en trouwe, zijn gelofte ingelost, gaarne, met genoegen en met reden'.

De inscriptie verraadt tevens welke hoofdgod in het heiligdom werd vereerd: Hercules Magusanus. Een van het tempelterrein afkomstig bronzen beeldje dat Magusanus voorstelt, bevestigt dit. Magusanus is een naam van Keltische oorsprong, wat een indicatie is voor de lange tijd dat deze krijgshaftige god te Empel vereerd werd. De Bataven zelf identificeerden Magusanus met de Romeinse halfgod Hercules.

Omstreeks 175 na Christus werd het heiligdom door onbekende oorzaak gedeeltelijk verwoest maar bleef nog tot ca. 235 in functie. De nevelen van de geschiedenis sloten zich nu langzaam boven de Bataven. Tijdens de woelingen van de vierde eeuw tenslotte gebruikten nieuwe grensbewakers de leeggeplunderde tempel als steengroeve voor de bouw van verdedigingswerken.