Dasa-topman blijft onverstoorde optimist

MÜNCHEN, 21 APRIL. Jürgen Schrempp, topman van Deutsche Aerospace (Dasa), de lucht- en ruimtevaartpoot van Daimler-Benz, blijft optimist. Net als een jaar geleden hield hij ook bij de presentatie van de jaarcijfers gisteren vol dat zijn onderneming na een aantal verliesgevende jaren in 1995 weer in de zwarte cijfers zal belanden. Zelfs voor de vorig jaar verworven Nederlandse dochter Fokker voorspelt Schrempp het bereiken van het break-even punt in de loop van volgend jaar. Van echte terugkeer naar winstgevendheid zal, zowel voor Dasa als Fokker, volgens Schrempp pas in 1996 sprake zijn.

Dasa zelf zag het verlies afgelopen jaar verdubbelen. Het verlies nam toe van 341 miljoen mark in 1992 tot 694 miljoen mark vorig jaar. Het concern wordt net als zijn concurrenten hard getroffen door de recessie in de luchtvaartwereld en bezuinigingen op de uitgaven voor militaire en ruimtevaartprodukten. Dasa heeft in het afgelopen jaar harde klappen gekregen door de recessie in de luchtvaartwereld. Veel orders kwamen er niet meer binnen, terwijl sommige opdrachten geannuleerd werden. “Hoewel de crisis lang geleden werd voorspeld, verwachtte niemand dat de situatie zo ernstig zou zijn”, excuseerde Schrempp zich. Haastig voegde hij eraan toe dat het concern wat betreft de herstructurering en sanering 'op schema' ligt. Overcapacitit, ontstaan door minder opdrachten uit de militaire en de civiele sector, wordt weggesneden. Een zestal fabrieken in Duitsland is of wordt gesloten en in totaal zullen omgeveer 16.000 arbeidsplaatsen bij Dasa verdwijnen. Afgelopen jaar is aantal medewerkers al met 8000 teruggebracht tot ruim 86.000.

Kostenbesparing en verhoging van de produktiviteit - Schrempp liet daarover gisteren geen twijfel bestaan - hebben de hoogste prioriteit om te concurrentiepositie te verbeteren. Door de hoge loonkosten is de positie van Standort Deutschland aangetast. Volgens Schrempp is het bij sommige Dasa-dochters, onder meer bij de fabrikant van kleine propellorvliegtuigen Dornier, inmiddels al gelukt de kosten met 15 tot 20 procent te verlagen. “En wij zien nog mogelijkheden om door efficiency-maatreglen de kosten nog eens 10 procent omlaag te brengen.

De Dasa-bestuursvoorzitter verwacht dat 1994 “opnieuw een moeilijk jaar” zal worden. Wel tekende hij aan dat het verlies “behoorlijk” kleiner zal zijn. In 1995 lonken dan weer 'zwarte cijfers'. Schrempp en zijn financiële rechterhand Manfred Bischoff besteden opnieuw ruim aandacht aan de verwerving van Fokker. Doordat de resultaten van Fokker over 1993 bij Dasa zijn geconsolideerd werd de Nederlandse vliegtuigbouwer verantwoordelijk voor bijna tweederde van het Dasa-verlies.

Maar aan die forse tegenslag bij Fokker in het eerste jaar tilt men in München niet te zwaar. De slechte balansverhoudingen van Fokker moeten snel worden verbeterd, en daarover woredt momentel met de Nederlandse staat als andere grootaandeelhouder intensief gesproken. Maar Dasa ziet in Fokker vooral een aanwinst op de wat langere termijn. Het Duitse concern streeft ernaar minder afhankelijk te worden van militaire opdrachten. Door de overname van Fokker en door het inkrimpen van de militaire vliegtuigbouw is het concern daar al een aardig eind mee gevorderd. In vier jaar tijd is het militaire aandeel van de totale omzet (vorig jaar ondanks de toevoeging van Fokker gedaald van 20,6 tot 18,6 miljard mark) teruggelopen van boven de 50 procent tot 27 procent. Uiteindelijk wil Dasa de militaire component van de omzet beperken tot 20 tot 25 procent. De vliegtuigbouwdivisie is nu (inclusief Fokker) verantwoordelijk voor ruim de helft van de concernomzet. In 1993 noteerde dit onderdeel een omzet van 10,3 miljard mark (1992: 10,5 miljard mark).

Schrempp noemde de saneringsmaatregelen die Fokker bezig is te nemen 'veelbelovend'. En dwars tegen de nogal eens veronderstelde anti-Duitse gevoelens in Nederland in zei hij uitdagend: “Wij zullen laten zien dat Duits-Nederlandse samenwerking uitstekend kan werken.”

Dasa's vertrouwen in een zonniger toekomst voor de lucht- en ruimtevaart blijkt behalve uit het grote aantal projecten waarbij het concern samen met andere partners is betrokken ook uit de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Daarop bezuinigt de onderneming nauwelijks; vorig jaar daalden die uitgaven met circa 400 miljoen mark tot 4,8 miljard mark, nog altijd 26 procent van de omzet.

Wat betreft de eventuele produktie van het Europese jachtvliegtuig Jäger 90, dat inmiddels zijn succesvolle eerste vlucht heeft gemaakt, verkeert Dasa nog steeds in grote onzekerheid. Schrempp acht het al heel positief dat er in Duitsland sinds een maand of vijf een serieuze politieke discussie over de toekomstige defensieomvang op gang is gekomen. Als het jachtvliegtuig niet in produktie komt, betekent dat naar zijn mening echter niet dat Dasa duizenden extra arbeidsplaatsen zal moeten schrappen.

    • Ben Greif