Daf: talloze fouten, maar niet fout

De oude socialist wist precies wat hij ervan moest denken toen het bedrijf ten onder ging. De schuld lag, zoals altijd, bij de macht. En de macht, dat was de baas.

Volgens de baas was er van de ene dag op de andere geen vraag meer geweest naar de produkten die dagelijks van de band liepen. De markt was ingeklapt, zonder waarschuwing vooraf. Later kwam aan het licht dat de markt inderdaad was gekrompen als een wollen trui bij 90 graden.

Maar duidelijk werd ook dat de bazen de markt een handje hadden geholpen. Ze hadden veel te grote risico's genomen, situaties herhaaldelijk verkeerd ingeschat en veel te lang vastgehouden aan de zelfstandigheid van de onderneming. Bovendien wisten de bazen vaak niet op tijd wat er zich in het bedrijf afspeelde en waar hun collega-bazen mee bezig waren.

Waar de bazen niet slim genoeg zijn, dacht de socialist, en de commissarissen niet goed opletten, zijn de arbeiders de dupe. Ruim 1.400 werknemers stonden nu op straat. Het stak de socialist in het bijzonder dat bazen samen 24 miljoen gulden hadden opgestreken met hun aandelen-opties, ingenieuze geldmachines die hij nooit helemaal had kunnen doorgronden. Het enige lichtpuntje was eigenlijk nog dat er ook beleggers bij in waren geschoten, eentje zelfs voor 130 miljoen gulden. Maar rancuneuze gedachten verzachtten de pijn niet.

Curatoren zijn geen orthodoxe socialisten. Na maanden onderzoek oordeelden de curatoren van DAF NV deze week dan ook heel anders over de ondergang van de vrachtwagenfabriek dan de oude socialist. Ook de juristen constateerden dat in de laatste drie jaar van het oude DAF de ene fout op de andere was gestapeld, dat dochter DAF Finance niet goed was gefinancierd, dat lange-termijn prognoses keer op keer fout bleken te zijn, dat er bij de beursgang te weinig geld was opgehaald omdat slechts bestaande aandelen herplaatst werden en er geen nieuwe waren uitgegeven, dat het kleine DAF veel eerder zijn toevlucht had moeten nemen tot innige samenwerking.

Maar waar de oude socialist scepsis, vooroordelen en emoties mag laten wegen, hebben de curatoren zich in hun oordeel te houden aan de Nederlandse wet. En die laat nu eenmaal veel ruimte voor fouten van ondernemers. Bestuurders en commissarissen zijn in Nederland pas zelf aansprakelijk voor hun fouten als die fouten een belangrijke oorzaak zijn van een faillissement en als de bestuurders hun taak “kennelijk onbehoorlijk” hebben vervuld. Dat betekent dat ze het wel heel erg bont moeten maken: dat ze bij voorbeeld zichzelf ten koste van de onderneming verrijken of de aandeelhouders bij herhaling bedriegen. Zó fout waren de DAF-bestuurders niet.

Er zijn goede redenen om bestuurders veel ruimte voor flaters te laten. Managers besluiten vaak onder grote tijdsdruk op basis van de informatie die hen op dat moment ter beschikking staat. Bovendien is ondernemen geen exacte wetenschap: het potentieel voor fouten is uit de aard van de bezigheid nu eenmaal groot. Als bestuurders iedere fout met hun eigen bankrekening zouden moeten goedmaken, zou niemand nog ondernemersrisico's aangaan. In het geval van DAF zouden de bestuurders dan persoonlijk moeten opdraaien voor een tekort van pakweg een half miljard gulden.

Om die redenen zijn bestuurders in Nederland slechts in enkele gevallen persoonlijk aansprakelijk gehouden en slechts in een geval daadwerkelijk veroordeeld (Tilburgsche). Wel heeft de Ondernemingskamer bij herhaling hele bestuurscolleges beticht van mismanagement (OGEM, Bredero) maar kochten de bestuurders vervolgens hun persoonlijke aansprakelijkheid af in een schikking.

Toch zat het de oude socialist niet lekker. Als de wet in dit geval dan al geen mogelijkheid bood voor het verhalen van de schade, zou het dan toch niet rechtvaardiger zijn om de ondernemers hun winsten te laten inleveren? Ze op een of andere manier wel te laten boeten, kortom, zonder ze aan de bedelstaf te brengen? Eén ding had hij in ieder geval van het debâcle geleerd: je mag de baas nooit uit het oog verliezen. Hij begreep er dan ook niets van dat de geldschieters het zo ver hadden laten komen.

    • Michel Kerres