Argentin en de zijnen mogen in Hoei geschiedenis schrijven

HOEI, 21 APRIL. De finale van de Waalse Pijl, gistermiddag. Er werd geschiedenis geschreven in de wielerklassieker, want drie renners van één ploeg (Gewiss) vormden de kopgroep, de latere triomfator Moreno Argentin, Giorgio Furlan en Jevgeni Berzin. Géén van de vele volgers - ook de oudjes niet - kon zich een dergelijke machtsvertoon van één team herinneren in een topwedstrijd. Twee strijders uit hetzelfde kamp voorop, dat was wel eens eerder gebeurd: Eddy Merckx en Vic van Schil voerden dat kunststukje op in 1969, in Luik-Bastenaken-Luik. Pascal Richard en Furlan imiteerden het vorig jaar nog in de Ronde van Lombardije.

Gespreksstof te over dus in de Ardennen. Terwijl Argentin en zijn twee metgezellen naar de finish snelden werd hun ploegleider Emmanuele Bombini al aan de tand gevoeld. Vanaf de motor vroeg de interviewer van de Franstalige Belgische televisie Bombini naar een reactie. Zijn dag kon uiteraard niet kapot, meldde hij. “En Argentin mag winnen, dat is de afspraak”, liet de chef d'equipe daar vanuit zijn auto op volgen. Geen geheimen dus. De ijzersterke nummer één van Milaan-Sanremo (Furlan) en de held van Luik-Bastenaken-Luik (Berzin) gingen daarmee akkoord. Ze gunden de oude meester zijn zege in de Waalse Pijl, zodat Argentin bij zijn Belgische afscheidswedstrijd nog een record kon evenaren. De Venetiaan, in 1990 en '91 ook al eerste, kwam door zijn derde triomf op gelijke hoogte met Eddy Merckx ('67, '70, '72) en Marcel Kint, die vijftig jaar geleden op oorlogssterkte was: '43, '44 en '45.

Dat Argentin zo ver reikte had de Italiaan bijna louter aan zijn twee ploegmaten te danken. De bijdrage van de slimme veteraan in de zeventig kilometer lange beslissende vlucht - het trio ontsnapte bij de tweede passage van de steile, beruchte Muur van Hoei - beperkte zich vrijwel tot het door hem gegeven vertreksein. Eenmaal afgescheiden voelde de ex-wereldkampioen de krachten geleidelijk uit zijn benen vloeien. Het kostte hem veel pijn en moeite in het spoor te blijven van zijn twee ploeggenoten, van wie met name Berzin, de tijdrijder-in-topvorm, het moordende tempo dikteerde. Argentin moest de bijzonder getalenteerde Russische jongeling zelfs enige malen vragen gas terug te nemen. De routinier vreesde intussen de laatste klim, die naar de finish op de Muur: zou hij die 'moordenaar' goed opkomen? Of wachtte hem een afgang voor de ogen van de talloze toeschouwers? Het viel reuze mee. De moegestreden Berzin hield het op de bult voor gezien en de fitte Furlan gaf de zwoegende Argentin rugdekking op diens weg naar de hoofdprijs.

Terwijl Argentin al naar de tv-camera's was gesleept, druppelden de verliezers binnen. Een van hen was Steven Rooks, die het drietal in de Gewiss-shirts van dichtbij zag demarreren. “Ik zat in vijfde positie”, herinnerde de Noordhollandse TVM'er zich nog, “ze reden veel te hard weg. Ik probeerde eerst mee te gaan, maar dan blaas je je zelf op. En dan ben je voor de hele dag gezien. Die ploeg kan alles, ze gaan of de rest er niet is, we tellen niet meer mee. Je hoort mensen verhalen vertellen over allerlei dingetjes (hij doelt op EPO, red.), mij niet. Er is niets aan de hand zo lang men niks kan bewijzen. Vrij zeker is dat ze méér hebben getraind dan ik. Ik ben op één november gestart, toen het seizoen echt begon had ik 5.000 trainings kilometers gemaakt. Die Italianen 10 of 15.000. Die basis is toch belangrijk. Misschien moet ik volgend seizoen met Kerstmis ook naar Australië of Mexico.”

Rooks was verslagen, Lance Armstrong eveneens. De drager van de regenboogtrui waande zich vooraf nog favoriet. “Vergeet de Waalse Pijl”, had Hennie Kuiper zondag nog tegen Armstrong gezegd, “spaar je voor de Amstel Goldrace van komend weekeinde.” Maar de Amerikaan wilde in de Ardennen per se meedoen. Stuk zat-ie toen Argentin & Co aanvielen. Niemand had trouwens een antwoord. Ra ra, hoe kan dat. Evenals Rooks zocht Kuiper het antwoord bij het overwinteren. “Phil Anderson”, zei de ploegleider van Motorola in Hoei, “had voor het seizoen 5.000 kilometer in de benen. Dat is heel wat, zeker voor een 35-jarige. Maar ik hoorde dat Furlan er voor Milaan-Sanremo al 15.000 op had zitten. Nou dan zijn we er voor een gedeelte. We krijgen steeds meer informatie uit de Italiaanse hoek. Maar die mensen gaan ook niet iedereen alles aan de neus hangen.”

Kuipers ploeg gaat voor medische zaken te rade bij de arts Testa uit Como. “De jongens die dat willen, ten minste”, zei hij in Hoei. “Ze kunnen ook de dokter houden die ze als amateur hadden. Of in wie ze vertrouwen hebben. Het zijn ook niet de medici die je hard kunnen laten rijden. Er is meer nodig bij een goed profteam: een heel goede manager bijvoorbeeld, die op niveau kan bekvechten met de organisatie van de Tour over de tv-rechten. En een, twee of zelfs drie kundige ploegleiders, een trainer en een dokter. De meeste ploegleiders die achter het stuur zitten zijn vakmensen, die zien met een half oog hoe iemand rijdt. Maar iemand klaarstomen om goed te rijden. Daar is een extra man voor nodig, zoals in Italië. Doet zo iemand iets ontoelaatbaars? Wat moet ik daar van zeggen? Er zijn dopingcontroles. En de renners zijn daar negatief.”

Ook Kuiper wist “dat iedereen daar de mond van vol heeft. Psychologisch werkt dat ook verschrikkelijk door. Als er iemand een halve minuut weg is, geven ze het op. Okee, Johan Museeuw nam in deze Waalse Pijl de handschoen op, hij ging knallen. Hij haalde zo dertig seconden af van die winst van Argentin en die anderen. Maar die drie hebben nooit echt het mes op de keel gehad. Ik zei na afloop tegen Armstrong: 'Ik had ze wèl het mes op de keel gezet, al was het maar voor de Goldrace'. Kom nou, het waren geen bovenwezenlijke mensen, die koplopers, die zouden het ook wel gaan voelen. Dan hadden ze zaterdag moeten terugbetalen.”

Een overmacht, zoals de huidige van de Italianen, is niet nieuw in het wielrennen, meende Kuiper. “Raleigh heerste in de jaren zeventig en tachtig op dezelfde manier.” Wel is er een verschil met toen, vond hij: de concurrentie is groter. Hij wees op de net geëindigde Waalse Pijl. “Vroeger draaide eenderde van het peloton na eerste doorkomst over de Muur naar de douches. Nu ging een grote groep heel lang door.” Jammer, bevestigde ook Kuiper, dat die meute zich daarna zo gemakkelijk neerlegde bij de suprematie van Gewiss. Argentin en de zijnen konden ongestoord geschiedenis schrijven.