Scharrelen op de snelweg

DE ELEKTRONISCHE SUPERSNELWEG is als toekomstbeeld in de Verenigde Staten met verve gelanceerd door de regering-Clinton. Telefoon, computer en televisietoestel zullen worden gebracht onder de ene noemer van een geïntegreerd elektronisch netwerk met enorme capaciteit. Dit vooruitzicht ontketende in de VS meteen een ware fusiekoorts onder de kabel-, telefoon- en andere communicatiebedrijven om toch maar op alles in de 'multimediale' toekomst voorbereid te zijn. De afgelopen weken zijn echter een paar beoogde samenwerkingsverbanden afgesprongen en er wordt nu een lichte kater gesignaleerd. Is de superhighway niet een superhypeway?

Aan het concept kan het niet liggen. Het valt moeilijk te betwijfelen dat belangrijke nieuwe combinaties van diensten en elektronica in het verschiet liggen. Met name op het interactieve vlak, dus in de vorm van vrijheid voor de consument zelf deel te nemen aan de communicatieprocessen. Of het nu keuzetelevisie is of winkelen op afstand - of zelfs leren op afstand. Er is een overdaad aan mogelijkheden, het probleem is alleen te voorspellen welke nieuwe diensten zullen aanslaan. Een aantal marktpartijen in de VS zoekt de boeman liever elders: de overheid. Het verwijt is dat de regering-Clinton de regels niet zo snel aanpast als een snelweg vergt.

Dit verwijt is uitgerekend in de Verenigde Staten overdreven, want daar bestaat praktisch gezien een grote flexibiliteit, zoals een Nederlandse delegatie onlangs met enige afgunst kon vaststellen. Dat neemt niet weg dat regulering een belangrijk instrument van telecommunicatie is. Veel dingen die ogenschijnlijk door de techniek zijn bepaald, zijn eigenlijk een kwestie van regelgeving. Of het nu gaat om een eigen netwerk van een bedrijf of de vraag wie teletekst verzorgt of bij wie men een telefoon kan kopen. Met name de concurrentie is een punt. Juist omdat het zo moeilijk is op voorhand uit te maken wat de behoefte aan nieuwe diensten is, dient actieve mededinging open te staan opdat de mensen werkelijk kunnen kiezen.

NEDERLAND STAAT wat dit betreft op de drempel van grote beslissingen. Dit voorjaar besprak de Tweede Kamer de zogeheten Hoofdlijnennotitie inzake de herziening van de wet op de telecommunicatievoorzieningen. Het klinkt wel even anders dan “elektronische snelweg”, maar het gaat over hetzelfde. De PTT gaat naar de beurs. Er komt ruimte voor een alternatief net waarop plaats is voor de Nederlandse Spoorwegen (die al heel wat lijnen naast hun rails hebben liggen) plus energie- en kabeltelevisiebedrijven. Een tweede is hoe de nieuwkomers ook een eerlijke kans krijgen tegenover de langdurige dominerende aanwezigheid van de PTT. Ook het tempo baart zorg, getuige de slakkegang van de wet op de mobiele telecommunicatie die dit gebied moet openstellen voor nieuwe aanbieders.

De vraag is of een aantal keuzes niet onnodig moeilijk wordt gemaakt. In de Kamer werd erkend dat men bezig is “in regelgevende zin een gebied te ontwikkelen dat slechts voor een beperkt aantal ingewijden toegankelijk is”. Het lijkt wel volkshuisvesting, verzuchtte een spreker. Maar het gaat wèl om de communicatievrijheid van ons allen. De veranderingen op de markt leiden tot een vermindering van het democratisch element in de telecommunicatiesector, waarschuwt de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek in een recent bericht aan het parlement.

DAT HET OPENBAAR debat over de nieuwe multimediale toekomst minder is dan het onderwerp verdient, komt niet in de laatste plaats vanwege de verkillende werking die de omroeppolitiek in dit land op het hele media- en communicatiebeleid uitoefent. Dit heeft een traditie van het afschermen van gevestigde posities. Nu is het zelfs de bedoeling het Bestel dicht te timmeren door de zittende zendgemachtigden voor tien jaar een concessie te geven. En dat terwijl de hele communicatiesector zo in beweging is. Er zijn tekenen dat dit de Eerste Kamer toch werkelijk te ver gaat. Sinds het kabinet-Marijnen ooit over een omroepkwestie struikelde geldt in de mediapolitiek echter bovenal het gebod van omzichtigheid. Een informatiemaatschappij is meer waard.