Peppi's en Kokki's met Alpenkreuzers

Het grote probleem van de komende verkiezingen is de toenemende kloof tussen burgerij en Den Haag, zo lees ik. Die kloof schijnt te worden veroorzaakt door de vaststelling dat steeds minder mensen zich kunnen herkennen in de gebruikers van het Binnenhof.

Ik geloof daar helemaal niets van. Het herkennen gaat me juist steeds makkelijker af. Van mijn kwartaal HAVO (in mijn puberteit heb ik uit pure interesse alle schooltypen doorlopen) herken ik in Wöltgens de leraar handelskennis die als een otter zweette wanneer de orde niet meer te handhaven viel, en in Hedy d'Ancona de lerares tekenen die altijd dicht tegen je aan kwam staan en de ongekroonde masturbatiekoningin van de hele onderbouw was.

Onze vertegenwoordigers en ministers zijn zo intens herkenbaar dat ik het er benauwd van krijg. Het probleem is niet het gebrek aan maar het gevaar van te veel herkenbaarheid.

Wie kon zich nou in Van Agt herkennen? Geen hond. En was hij populair? Bij de beesten af.

De kloof groeit en het volk mort, waardoor de opkomst laag zal zijn. Ook hiervan geloof ik geen snars. Ik wil niet ontkennen dat de kiezers misschien en masse wegblijven, maar dat komt door Kloof noch Gemor. Het probleem is dat we bijna uitsluitend uit figuren kunnen kiezen die huiveringwekkend veel gelijkenis vertonen met wat we 's ochtens in de eigen spiegel zien. De meeste kiezers zijn zo sterk geëmancipeerd dat ze direct herkennen wat die tronies van de kieslijsten nastreven, en dat is precies hetzelfde als wat de kiezers willen: een goeie plek op de camping.

Je ziet zo'n Bertje de Vries klungelen met zijn Alpenkreuzer, je wéét dat Erica Terpstra de hele dag oliebollen gaat staan bakken, je hóórt Felix Rottenberg 's nachts fluisteren: “Sorry schat, dit heb ik echt niet eerder meegemaakt, anders staat ie als de Euromast, ik zweer 't je.”

Ook in Janmaat herken je een oude bekende: de Zeikerige Conciërge die elke telaatkomer en wc-treuzelaar onverwijld bij de rector aangeeft en de eersteklassertjes stiekem aan de oren meetrekt. Maar als een docent hem passeert staat hij onderdanig te buigen en te knikken. De geboren NSB'er.

Gelukkig is er geen schijnprobleem zonder schijnoplossing. De kloof tussen kiezer en politicus zou kunnen worden overbrugd door actieve politieke participatie van de burger: Jan Politiek in plaats van Jan Modaal.

Het mooiste voorbeeld van actieve politieke participatie is nog steeds de onbaatzuchtige en gepassioneerde overgave van miljoenen magere Chinezen aan de Culturele Revolutie. Zwaaiend met een rood boekje sloegen ze elkaar dood en trapten hun kunstschatten tot gort. Actiever participeren is nauwelijks denkbaar.

Tot voor kort was ik een trouwe PvdA-stemmer. Nog steeds ben ik ervan overtuigd dat de sociaal-democratie van Drees aan de grootste groep mensen de grootste bestaanszekerheid biedt met behoud van de grootste vrijheid. Onze verzorgingsstaat bewijst dat.

Door een gelukkige samenloop van omstandigheden is er in dit deel van de wereld een 'reëel bestaand' paradijs verschenen, gebaseerd op het succes van de Duitse economie, calvinistische ijver, traditionele handelswoede, gigantische gasbellen en het ideeëngoed van bevlogen sociaal-democraten. Met ons allen zijn we in staat elke maand miljoenen uitkeringen te verzorgen, en ik beschouw dat als een van de hoogtepunten van de menselijke beschaving.

De zogenaamde crisis die we beleven is vooral een crisis van het type mens dat zich geroepen voelt de arena van de Nederlandse politiek te betreden. We vergeten wel eens hoe de loopbaan van een aspirant-politicus verloopt, welke stappen hij/zij moet zetten in de lokale en regionale afdelingen alvorens op het blauw te kunnen zitten. Wie trekt voordeel uit het bezoek aan al die avondlijke bijeenkomsten, uit het opstellen van de agenda's en het verwerken van de notulen? De bevlogene? Nee, de soepelste bek die de minste vijanden maakt.

De toespraak die Brinkman na zijn benoeming tot lijsttrekker hield, was dan ook veelzeggend in haar zinledigheid: zijn litanie tegen het individualisme bestond uit een kettingreactie van abstracties die voor elke uitleg geschikt waren en slechts één doel dienden: het oproepen van het illusoire beeld van de bevlogen politicus.

Maar laat ik onze politici ook even in bescherming nemen. Het ligt niet alleen aan hen. Ook de veranderende omstandigheden maken hun gebrek aan daadkracht zo schrijnend. Ik bedoel hiermee natuurlijk de Balkan en de gekmakende inertie van de hele Europese politiek.

Kijk eens goed naar Lord Owen. Een kruising tussen Hans van Mierlo en Elco Brinkman. Niks mis mee, zou je denken. De womanizer zit diep in de oogopslag, de sleuteltjes van de nieuwe Rover liggen in de gemanicuurde hand. Owen moet veel in Zwitserland zijn de laatste tijd. Moordjob. In de Balkan slachten ze elkaar af en hij glimlacht zich week in week uit door de gesprekken met Schreibtischmörder. “Iemand moet voorzitten, waarom ik niet?” zie je Owen denken. Het ligt niet aan hem dat er in Europa bijna vijftig jaar na dato etnisch gezuiverd wordt, hij is het niet begonnen, hij kan het niet stoppen.

Vergeef me, ik moet even denken aan een echte staatsman, van vroeger natuurlijk. Churchill. Zoop de hele dag door champagne, kwam zijn nest niet uit, sprak wanneer het nodig was een historische zin over bloed, zweet en tranen, nam niet te tillen besluiten, redde de fatsoenlijke kant van de Europese cultuur en verwierf nog even de Nobelprijs voor literatuur. Maar willen wij zo'n volstrekt onherkenbare politicus met karakter, lef en eruditie, zo'n lastige, dwarsige zuiplap die het hele Binnenhof in een ribbel van een vestzak kon dragen en ons hardhandig met onze neus op de feiten van de Balkan zou drukken? Welnee.

Terwijl het Europese fatsoen, dat ondanks alles nog steeds bestaat, bedreigd wordt door de Bosnische oorlog en fascistoïde hysterici à la Janmaat, verschillende koppen van dezelfde slang, moeten wij het doen met politici van het niveau van Peppi & Kokki en Mini & Maxi, de grote cultuurhelden van ons volk.

    • Leon de Winter