Opiniepeilers voorspellen winst en verlies voor CDA

DEN HAAG, 20 APRIL. De opiniepeilers van NIPO en Inter/View kijken vreemd op van de gemeten verschillen ten aanzien van het CDA. Volgens Inter/View zit het CDA met 33 zetels in de lift, terwijl NIPO spreekt van een verdere daling naar 28 zetels.

Het verschil was zeer opmerkelijk, omdat de resultaten kort na elkaar bekend werden gemaakt. Maandag zei de directeur van NIPO, G. Schild, in het televisie-programma Twee Vandaag dat de neergang van het CDA doorging. Gisteravond kwam M. de Hond van Inter/View in het programma NOVA met 33 zetels voor het CDA en hij sprak van een “evident herstel” dat al veel eerder had ingezet. “Het is heel duidelijk dat het CDA uit het dieptepunt komt”, aldus De Hond. “Het herstel stokte even na de Arscop-affaire maar zette daarna weer door”.

Schild kan de meetresultaten van Inter/View amper geloven. “Wij meten verdere daling van het CDA en het lijkt me ook plausibel”. Volgens De Hond loopt NIPO achter op de meetresultaten van Inter/View. “Ik moet toch constateren dat NIPO in zijn onderzoek oud materiaal heeft. In de peilingen van volgende week zal NIPO ook herstel van het CDA laten zien”, zo verwacht De Hond.

NIPO ziet het verlies van het CDA naar de kleine christelijke partijen gaan. SGP, GPV en RPF krijgen van NIPO samen elf zetels zetels maar van Inter/View negen. Ook de twee ouderenpartijen AOV en Unie 55+ profiteren volgens NIPO meer van het stemmenverlies bij het CDA. Het onderzoek van NIPO geeft deze partijen vijf zetels en Inter/View meent dat de aanhang van beide partijen drie zetels bedraagt. Het verschil tussen NIPO en Inter/View zit dus in het geschatte stemmenverlies van CDA naar de kleine christelijke partijen en de twee ouderenpartijen.

De twee bureau's meten ook een groot verschil bij de aanhang van de Centrum Democraten van Janmaat. NIPO schat dat de CD zeven zetels zou behalen en Inter/View vier. Voor het overige hebben de peilingen gelijkluidende resultaten: PvdA 33 en de VVD 28 zetels. D66 krijgt van NIPO 26 zetels en van Inter/View 27.

Zowel NIPO als Inter/View zeggen het meest actueel te zijn en zien in enkele uiteenlopende meetmethodes de oorzaak van de verschillen. Inter/View heeft wekelijks een telefonische enquête onder een representatieve groep van 1.300 stemgerechtigden. NIPO ondervraagt elke week tweeduizend kiezers in een direct gesprek en telefonisch worden nog eens 1.300 stemgerechtigden gevraagd op welke partij zij zouden stemmen als er nu verkiezingen zouden worden gehouden.

Volgens Inter/View heeft NIPO óf gemeten na twee incidenten in het CDA, zodat de resultaten gedateerd zijn, óf schort er iets aan de combinatie van het mondelinge en telefonische onderzoek. “NIPO loopt nog een week achter”, zo wordt gesteld. “Waar haalt Inter/View die theorie vandaan”, vraagt Schild zich geërgerd af, “we lopen helemaal niet structureel achter”. Hij wijst erop dat medio maart NIPO D66 circa zeventien procent gaf en dat Inter/View bij de Democraten in de loop van de tijd van twintig naar ongeveer zeventien procent zakte. “Wie volgt er nu wie”?

Inter/View denkt dat NIPO een zekere achterstand heeft omdat het verwerken van het mondelinge onderzoek een week duurt, maar Schild wijst dit van de hand. “Het gemiddelde van het wekelijkse telefonische onderzoek van Inter/View ligt van donderdag op vrijdag”. Er is, zo stelt Schild, bij de metingen geen controle-norm. Hij vindt de cijfers van relatieve betekenis. “We proberen de werkelijkheid te benaderen. Maar bij de prognose voor de Kamerverkiezingen is er wel een norm: de verkiezingen van 3 mei zélf”.