Oost-Europabank wil risico; Brede steun voor beleid De Larosière

ST. PETERSBURG, 20 APRIL. Jacques De Larosière heeft op zijn eerste jaarvergadering als president van de Oost-Europabank brede steun gekregen van zijn aandeelhouders. De waardering van de gouverneurs gold niet alleen de ingrijpende reorganisatie en kostenreductie, maar ook het beleid voor de komende jaren.

Dit betekent dat vooral het lokale midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector van Oost-Europa kan rekenen op kredieten van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), zoals de Oost-Europabank officieel heet. Dat moet vooral gebeuren door tegelijkertijd de financiële sector ter plaatse flink te versterken.

Verwacht wordt dan ook dat de steun van de EBRD aan financiële sector zal groeien. Dit ondanks het beleid van De Larosière om het vorig jaar toegezegde bedrag van 1,8 miljard ecu (3,9 miljard gulden) aan kredieten dit jaar op hetzelfde niveau te houden. Op den duur moeten via verschillende vormen, zoals pensioenfondsen, spaargelden in de economie terugvloeien. Om dergelijke fondsen van de grond te krijgen, zullen de banken eerste prioriteit krijgen.

De EBRD stopte vorig jaar al ruim een half miljard ecu in de financiële sector, waarbij zij bij meer dan tien banken de totale investeringen voor haar rekening nam. In de regel draagt de EBRD niet meer dan 35 procent bij aan een project.

Het groeitempo van de totale activiteiten moet evenwel in de hand worden gehouden, zo stelden de gouverneurs (ministers van financiën) tijdens de derde jaarvergadering van de bank. De EBRD moet zich richten op projecten die de grootste bijdrage aan de opbouw van de economie in een bepaald land kunnen leveren. Winst maken is weliswaar niet de eerste prioriteit van de EBRD, maar zij kan zich niet veroorloven stroppen te lijden met het geld dat belastingbetalers hebben opgebracht. Toch kreeg het management steun voor de visie dat de bank meer risico moet nemen door direct deel te nemen in ondernemingen, al kan dit volgens de gouverneurs de winst van de bank aantasten.

Het grote probleem van de bank is het vinden van goede projecten. In veel gevallen ontbreken degelijke accountantsverklaringen. Ook door gebrek aan kapitaal in een groot aantal voormalige communistische landen moet de EBRD aangeboden projecten laten schieten. Om lokale financiers te vinden, gaat de EBRD meer aandacht besteden aan het opzetten van investingsfondsen.

Ofschoon alle gouverneurs zich overtuigd toonden van de juistheid van het beleid van De Larosière, hadden flink wat Oosteuropese landen graag een hoger groeitempo van de leningen gehad, gezien de deplorabele toestand van hun economie. Diverse gouverneurs wezen daar ook op. “De meeste landen van de voormalige Sovjetunie zijn nog steeds in hun eerste fase van overgang,” zei Anne Wibble, voorzitter van de raad van gouverneurs.

EBRD-topman De Larosière noemde de jaarvergadering gisteren “een unaniem vertrouwensvotum”. Volgens de Amerikaanse onderminister Summers, wiens land altijd kritisch over de EBRD was, heeft de Fransman de bank “opnieuw uitgevonden en versterkt.” (ANP, Reuter, AP)