Nieuwe letterenopleidingen lopen gevaar door massale toestroom

UTRECHT, 20 APRIL. Door de grote toeloop van studenten naar nieuwe universitaire letterenopleidingen als algemene letteren, communicatiekunde, internationale betrekkingen en 'kunstbeleid', loopt het wetenschappelijk gehalte van deze opleidingen gevaar. Ook de neiging verschillende deelvakken zonder wetenschappelijke samenhang bij elkaar te brengen leidt tot vervlakking.

Dit schrijft de visitatiecommissie van de vereniging van Nederlandse universiteiten die de kwaliteit van de 'Nieuwe Letteren' onderzocht. Het gevaar van vervlakking is volgens de commissie des te groter omdat deze letterenopleidingen zich meer dan andere vakken willen aanpassen aan de 'maatschappelijke behoeften'.

Over het algemeen beoordeelt de commissie, onder voorzitterschap van de Amsterdamse emeritus hoogleraar Taalwetenschap B.T. Tervoort, de opleidingen als “geslaagde innovaties”. Mede dankzij dit soort uiteenlopende studierichtingen - onder andere: kunst- en kunstbeleid, amerikanistiek, sociolinguïstiek, vrouwenstudies, vertaalwetenschap, lexicologie, bedrijfscommunicatie, cultuureducatie - kan de universiteit van ivoren toren worden tot een “open werkplaats met lage drempels”. Maar de commissie waarschuwt dat voor de Nederlandse Letterenfaculteit beroepsopleidingen niet het “uitsluitende en ideale toekomstbeeld” kunnen vormen. Ook “het bewaken van het culturele en wetenschappelijke erfgoed van onze beschaving” moet als “levenshouding” worden bijgebracht.

De commissie constateert met zorg dat de toeloop van studenten vaak het grootst is bij studies met de minste diepgang: “Hoe minder substantie, hoe populairder”. De belangrijkste motivatie van studenten is niet het beroepsperspectief of het wetenschappelijke karakter maar de 'aantrekkelijkheid' van een opleiding. 'Leuk' is daarbij de meeste gebruikte term, aldus de commissie. Bij veel jongeren winnen deze “aantrekkelijk geafficheerde nieuwe opleidingen” het van “ minder bekende, of juist erg traditionele en soms als lastig bekend staande studies”. Zelfs als zo'n populaire opleiding probeert het wetenschappelijk niveau te handhaven kan het wetenschappelijk personeel de massale toeloop vaak niet aan. De commissie heeft in dit verband kritiek op het streven van de Letterenfaculteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen om voor een aantal nieuwe letterenstudies de band tussen onderwijs en onderzoek losser te maken.

Over het niveau van het onderwijs merkt de commissie op dat de Nieuwe Letteren meestal niet te moeilijk zijn, “een aantal studies” is eerder te gemakkelijk. Alle studies zijn volgens de commissie binnen vier jaar af te ronden. Veel studenten doen een tweede doctoraal studie, bij sommige opleidingen wordt dit zelfs als vanzelfsprekend beschouwd. Andere studenten “geven er de voorkeur aan het kalmer aan te doen en ook tijd aan andere zaken te besteden”, aldus de commissie. Van de scripties die de commissie beoordeelde bleken de meesten vooral uit literatuuronderzoek te bestaan. Dit doet afbreuk aan de eis van zelfstandig wetenschappelijk onderzoek.

Studies zonder een eigen 'vakgroep', waarbij het onderwijs wordt gegeven door docenten uit andere vakgroepen, hebben meestal een lage kwaliteit, constateert de commissie. Binnen iedere studie moeten de verschillende disciplines daarom wetenschappelijk met elkaar in verband worden gebracht. Een slecht voorbeeld hiervan is volgens de commissie Europese studies in Amsterdam waar geen enkel onderdeel verplicht door alle studenten wordt gevolgd. Communicatiekunde in Utrecht noemt de commissie een goed voorbeeld, het bouwt voort op de oude afstudeerrichting taalbeheersing en heeft mede daarom een strakke homogene structuur. De in 1989 opgerichte, “onstuimig groeiende” studie bedrijfscommunicatie in Nijmegen heeft echter grote problemen met de inhoudelijke samenhang. Opleidingen als marketing en sociologie in Tilburg en Amerikanistiek in Nijmegen zijn hierom ook minder geslaagd.