Naar aanleiding van corruptieschandalen in socialistische partij; Premier Spanje weigert af te treden

MADRID, 20 APRIL. De socialistische Spaanse minister-president, Felipe González, weigert af te in verband met een aantal corruptieschandalen, zoals de oppositiepartijen in het Spaanse parlement hebben geëist. González heeft gisteren nieuwe maatregelen afgekondigd die de bestrijding van fraude moeten vergemakkelijken.

De debatten, die gisteren tot laat in de avond duurden en vandaag worden voortgezet, kenden een roerig verloop. In een toespraak van een uur, die voornamelijk was gewijd aan de talloze corruptieschandalen wees oppositieleider José Maria Aznar, president van de rechtse Partido Popular, González aan als degene die zijn politieke verantwoordelijkheid moest nemen. “Wat zal het volgende schandaal zijn, meneer González?”, zo vroeg Aznar zich af, waarna de oppositieleider een lange opsomming gaf van de corruptiekwesties van de afgelopen maanden.

In zijn toespraak, die af en toe het karakter van een requisitoir droeg, verweet Aznar González dat tot op heden geen een corruptiezaak grondig is uitgezocht, hoewel hij dat had beloofd. Aznar wees daarbij onder meer op het schandaal rond de investeringsbank Ibercorp, waarbij twee jaar geleden de toenmalige gouverneur van de centrale bank, Mariano Rubio, in opspraak kwam. González stelde zich toendertijd persoonlijk garant voor de betrouwbaarheid van de bankgouverneur. Nieuw bewijsmateriaal dat afgelopen weken boven water kwam, rechtvaardigt evenwel het vermoeden dat Rubio zich schuldig heeft gemaakt aan beurshandel met voorkennis door middel van zwart geld.

González onderkende zijn directe betrokkenheid bij het geval Rubio, maar overweegt op geen enkele wijze af te treden. De premier, die het onderwerp in zeven minuten van zijn een uur durende openingstoespraak behandelde, kondigde de herziening van het Spaanse strafrecht op het gebied van fraude en omkoping aan. Tevens wil de regering een aparte officier van jusitie aanstellen voor de vervolging van economische delicten en corruptie.

De rechtse oppositie eiste een parlementair onderzoek - zoals op dit moment loopt naar de voormalige politie-chef Louis Roldán - naar de manier waarop de regerende socialisten in het verleden hun verkiezingscampagnes hebben gefinancierd. González eiste dat zijn partij een onderzoek naar de financiering van alle politieke partijen wil instellen.

Behalve de rechtse PP, drong ook de verenigde linkse oppositie (Izquierda Unida), aan op het aftreden van González. De belangrijkste oppositiepartijen dienden evenwel geen motie van wantrouwen in tegen het minderheidskabinet van de premier. Sleutelrol in de positie van González spelen de Catalaanse nationalisten. Hun woordvoerder Miquel Roca gaf gisteren zijn steun aan het regeringsbeleid, maar waarschuwde dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop de socialisten de corruptie zullen aanpakken.